Spring naar de content
bron: Facebook

Waar blijft de Boekenbeurs van Nederland?

Hoewel er talloze literaire auteurs zijn die zaniken over de Boekenbeurs in Antwerpen, is Roderik Six daar niet één van. “Ik kan de Boekenbeurs alleen maar dankbaar zijn. Vreemd dat Nederland, ondanks zijn leeshonger en talloze literaire festivals, het concept nog niet heeft overgenomen.”

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Roderik Six

Sinds jaar en dag is het een Vlaamse traditie: tussen 1 en 11 november maken 140.000 letterliefhebbers een uitstap naar de Antwerpse Boekenbeurs. Het is een redelijk uniek fenomeen: een vijftal expohallen worden tien dagen lang ingepalmd door de grootste boekenmarkt van de Lage Landen. Vreemd dat Nederland, ondanks zijn leeshonger en talloze literaire festivals, het concept nog niet heeft overgenomen. Waarschijnlijk omdat je Nederlanders niet zo gek krijgt om toegang te betalen voor iets wat neerkomt op een gigantische boekhandel – tien euro mag je neertellen, en dan moet je er nog vervoer bijrekenen, een hapje en een drankje, en dat alles voor boeken waar je nul procent korting op krijgt.

De aantrekkingskracht van de Boekenbeurs ligt ten dele in de omvang. Voor veel lezers is het gewoon een makkelijke manier om een jaarvoorraad aan boeken in te slaan, en ondertussen een praatje aan te knopen met hun favoriete auteurs, of één van de talloze lezingen en activiteiten bij te wonen. Dit jaar kan je zelfs deelnemen aan het wereldrecord papieren bootjes vouwen – de Boekenbeurs werkt dit jaar samen met de Antwerpse Haven, pardon, The Port of Antwerp die zo haar belabberd imago wil opkrikken. Het economisch belang van die wereldhaven valt nauwelijks te onderschatten, maar iedereen associeert de aanlegsteigers spontaan met bootladingen cocaïne, weg gepolderde dorpen en mensensmokkelaars.

Vooral de literaire auteurs durven wel eens te jeremiëren over het gebrek aan aandacht op de beurs.

De Boekenbeurs kan niet bij iedereen op sympathie rekenen. Hoewel de onafhankelijke boekhandels er zelf een duurbetaalde stand hebben, zien zij de bezoekers liever in hun eigen lokale winkels binnenkomen. Daarnaast klagen de uitgevers ook graag over het tanende bezoekersaantal en de praktische rompslomp – weken op voorhand zijn ze in de weer om leuke standen op te bouwen, boeken uit te stallen en de beursvloer te bevolken met personeel. Kost tijd en geld, maar de beurs boycotten is geen optie. Het boek krijgt al zo weinig aandacht en als je één van je auteurs op het journaal krijgt, mag je in je handjes wrijven.

Hoort ook bij de traditie: jammerende auteurs. Vooral de literaire auteurs durven wel eens te jeremiëren over het gebrek aan aandacht op de beurs. Zij moeten met lede ogen toekijken hoe Bekende Vlamingen en televisiekoks ellenlange rijen fans aan hun signeertafeltje krijgen terwijl er voor de literaire debatten amper volk komt opdagen. Traditioneel worden de opiniepagina’s in de week voor de Boekenbeurs dan ook gevuld met literaire klaagzangen van schrijvers die de roman voor de zoveelste keer dood verklaren. 

Zelf ga ik met plezier achter zo’n formica tafeltje zitten, ondanks het verpletterende licht van de xenon schijnwerpers. De PR-dames brengen je koffie en wijn, je slaat even een praatje met eminente collega’s als Herman Brusselmans en Tom Lanoye, je uitgever komt een hand schudden en trakteert je ’s avonds op een diner, en je ontmoet al je lezers.

Het enige wat er aan de Boekenbeurs mankeert is de uitreiking van een grote Vlaamse literaire prijs.

Het helpt natuurlijk als je met Volt de beste roman van het jaar hebt geschreven en die hebt uitgegeven bij Mai Spijkers, de beste uitgever van de Lage Landen. Ja, dan staan de groupies rijendik aan te schuiven, de borsten enkel nog bedekt door twee stapels van mijn magistrale V-trilogie. En dat tien dagen lang, waarna je naar de dokter moet om je tenniselleboog te laten behandelen – signeren is hard labeur.

Neen, ik kan de Boekenbeurs alleen maar dankbaar zijn. Het enige wat er aan mankeert is de uitreiking van een grote Vlaamse literaire prijs. Dat wordt deels opgevangen door de Hercule Poirotprijs, de bekroning voor de beste thriller (proficiat Dominique Biebau), en de toekenning van de Boekenpauw en Boekenleeuw voor het beste jeugdboek en best geïllustreerde boek. Maar een literaire prijs van Libris-kaliber, neen, daar vinden we in Vlaanderen geen sponsor meer voor. Tot twee jaar terug hadden we nog de Gouden Uil tot de Fintro-bank er de stekker uit trok. Misschien moet de literaire sector leentjebuur spelen bij de voetbalwereld. Daar staan gokkantoren in de rij om shirtsponsor te worden. Gokken op longlists, shortlists en winnaars, daar móét geld mee te verdienen zijn en stel je het mediacircus voor als blijkt dat enkele juryleden omgekocht zijn door schimmige gokchinezen. De literatuur kan er alleen maar baat bij hebben.

Tot dan vindt u me aan stand 119. Gelieve het correcte lichaamsdeel al te ontbloten, dat spaart tijd.