‘Schrijven is een vak, al zit niemand echt te wachten op een boek’

Kevin van Vliet 12 feb 2019 Cultuur

Herman Brusselmans (1957) schreef ruim 75 romans. Deze week verschijnt zijn nieuwste: Zo dom als Albert Einstein. En het einde is nog niet in zicht. Brusselmans daaropvolgende roman is al af, aan die daarop (verwacht: begin 2020) wordt hard gewerkt.

Zeg, waar gaat het boek eigenlijk over?
“Het gaat over een amateurtoneelvereniging in Gent die een acteur zoekt. Die acteur vinden ze in de ik-persoon van het verhaal. Het boek behoort in zekere zin tot een trilogie, met mijn twee eerdere boeken Achter een struik en Feest bij de familie Van de Velde. Daarin spelen steeds een ik-persoon en zijn vriendin de hoofdrol. Die boeken gaan over de onzin van het leven en de onzin van de menselijke omgang.”

U heeft ruim 75 romans op uw naam staan. Hoe snelt schrijft u?
“Erg snel, en dat moet ook wel, aangezien ik ieder jaar twee boeken schrijf. Dit boek zit inmiddels al ver in mijn achterhoofd. Het volgende boek is al klaar, en ik ben alweer bezig aan het volgende, dat in 2020 verschijnt.
“Ik hoef niet echt moeite te doen voor het schrijven, want ik heb er plezier in. En het is mijn broodwinning. Schrijven is een vak, al zit natuurlijk niemand echt te wachten op een boek. Een bakker moet een brood bakken omdat mensen brood moeten eten. Op een boek zit niemand te wachten.”

Zou u schrijven als u op een onbewoond eiland zat?
“Ja, met een stok in het zand. Gedichten schrijven. Haiku’s. Zolang er van alles in mijn hoofd zit, zal ik aan een nieuw boek werken.”

Hoeveel exemplaren verkoopt u gemiddeld per boek?
“Ik verkoop er tussen de 15.000 en de 20.000. Ik heb boeken gehad die 40.000 en 50.000 verkochten. De looptijd van een boek is heel kort. Als de eerste twee, drie maanden niet aantikken, dan kun je het wel vergeten. Je hebt schrijvers die vier of vijf jaar aan een boek werken en dan 300 exemplaren verkopen.”

Hoeveel verdient u met zo’n boek?
“Twee euro per exemplaar. Ik krijg geen voorschot. Ik heb nooit met voorschotten gewerkt. Er zijn schrijvers die leven van die voorschotten. Zij kosten de uitgeverij vaak heel veel geld, omdat het voorschot niet altijd terugverdiend wordt. Op den duur gaat een uitgever daar niet meer in mee. Die zegt dan: ‘ja, je vorige voorschot is nog niet terugverdiend en je vraagt al een volgend voorschot.’
“Ik wacht gewoon af tot mei, wanneer ik de royalty-afrekening krijg van de uitgeverij, en dan zie ik het wel. Het meeste geld verdien ik aan columns, televisie en literaire lezingen. Laten we zeggen dat ik de boeken in wezen niet echt nodig heb. Ze zijn als een soort van bijverdienste.”

Welke schrijvers schaart u onder uw vrienden?
“Ik heb een heel goede vriendschapsband opgebouwd met Tom Lanoye, mijn Vlaamse gabber. Christophe Vekeman, Ronald Giphart, Bart Chabot, Tommy Wieringa en Maartje Wortel kom ik weleens tegen op literaire festivals. En vroeger was ik bevriend met Joost Zwagerman. Ja, hij was wel een vriend.”

Gaat u in maart naar het Boekenbal?
“Dat doe ik al niet meer sinds ik gestopt ben met drinken (25 jaar geleden – KvV). Ik vond het wel leuk, maar alleen als ik bezopen was. Maar aan dat soort dingen – met een hoop mensen zo snel mogelijk dronken worden en elkaars vrouw versieren – doe ik allang niet meer mee.”

Wie is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?
“Dat is toch nog altijd Gerard Reve. Ik vind hem een enorme inspiratiebron. Ik houd van zijn humor. En hij schrijft zodanig dat de lezer denkt: is dat waar, meent-ie dat? Is hij wel echt katholiek? Heeft hij wel echt een landgoed in Frankrijk? Reve kon een loopje nemen met de lezer en dat vind ik fantastisch.
“Mensen zeggen tegen mij ook weleens: ‘ja, ik heb gelezen dat je twee kinderen hebt, is dat waar?’ Het is goed, dat ze dat denken. Meestal is het namelijk allemaal verzonnen. Of de helft. Of driekwart.”

Tot slot: op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
“Niemand. Ik heb eigenlijk geen vijanden. En met de schrijvers die ik slecht vind schrijven, of geen leuk persoon vind, kan ik leven. Arnon Grunberg bijvoorbeeld. Ik heb hem een paar keer ontmoet en zo’n leuke man is hij niet, terwijl hij heel goeie boeken heeft geschreven. Maar ik voel geen enkele competitie. Het is compleet krankzinnig om jaloers te zijn op verkoopcijfers of op andermans kwaliteit.”

Zo dom als Albert Einstein van uitgeverij Prometheus is later deze week verkrijgbaar voor €19,99.

Reageer op artikel:
‘Schrijven is een vak, al zit niemand echt te wachten op een boek’
Sluiten