Spring naar de content
bron: Vincent van Gogh, ‘De zaaier’, 1888, Olieverf op doek, 62 x 80 cm, Coll. Kröller-Müller Museum, Otterlo

Kunst is ook nieuws

Wekelijks schrijft Joke de Wolf op zaterdag een column over kunst. Deze week over de positie van kunst in kranten en bladen.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Joke de Wolf

Op zoek naar de kunstpagina’s in een Nederlandse krant of tijdschrift? Begin achteraan. Beeldende kunst, kunst in het algemeen, zit ver onderaan de Nederlandse hiërarchie van nieuwswaardigheid, nog net voor het cryptogram en de televisiegids. Vergeetachtige politici, rampspoed, boze en onbegrepen mensen al dan niet in trekkers of gele hesjes, wielerrecords en beurscrashes; ze mogen allemaal voor in de krant, aan het begin van het journaal, in de koppen bovenaan de website. Kunst en tentoonstellingen komen alleen vooraan te staan als er geld mee gemoeid is, dus bij het zoveelste veilingrecord of als er weer een Rembrandt moet worden gekocht van het belastinggeld, en natuurlijk als het gestolen is (boulevardblad Bild over de diamantroof in Dresden).

Het is dan ook niet zo raar dat de gemiddelde Nederlander kunst als een luxeproduct zien, een uitje, een toegift. Dat de VVD vindt dat het subsidiebedrag dat het museum ontvangt op de toegangskaartjes moet staan, dat Baudet vindt dat het Stedelijk geen subsidie meer mag krijgen, en dat musea liever een buslading influencers betalen om een paar leuke kiekjes online te gooien dan dat ze mensen met een perskaart zonder stribbelen naar binnen laten.

Natuurlijk is het prima dat de bespreking van de tentoonstelling van zeventiende-eeuwse portretten niet meteen op de voorpagina komt als de revolutie net is uitgebroken. Net zoals het ook prima, meer dan prima zelfs, zou zijn als het sportnieuws blijft waar mensen die het willen lezen, het weten te vinden, namelijk op de sportpagina’s en in speciale tv-programma’s, en niet een half NOS-journaal lang.

Kunst, u voelde hem al aankomen, gaat, als het goede kunst is, tot ver buiten de hokjes.

Toch is er een groot verschil tussen kunst en sport. Sport gaat over de grenzen van het menselijk kunnen, de chemie tussen mensen, en de emoties die daarbij horen. Maar bovenal, het blijkt weer heel pijnlijk bij de discussie over hoe expliciet je vrouw moet zijn om met de vrouwen mee te mogen rennen, fietsen of huppelen, gaat sport over hokjes en regels. Je hebt een hokje voor het voetbal, en als je met je handen de bal aanraakt en je bent niet de keeper, dan ben je af. Doe je dat bij basketbal, dan sta je in een ander hokje en ben je opeens niet af. Wat dat betreft is sport saai, en begrijp ik het wel dat je in sportprogramma’s en op de sportpagina’s tot ver daarbuiten wordt geïnformeerd over de lievelingsgroente van het tweede kind van die ene tennisser en de kleur van de auto van de zwemmer; er is weinig anders over te zeggen dan dat we gewonnen of verloren hebben.

Kunst, u voelde hem al aankomen, gaat, als het goede kunst is, tot ver buiten de hokjes. Kunstenaars als Joseph Klibansky of Henk Helmantel doen wat van ze verwacht wordt, verrassen nooit,  je zou ze de topsporters onder de kunstenaars kunnen noemen. Avontuurlijke, veel interessantere kunstenaars praten, als het goede kunstenaars zijn, niet alleen over andere kunst, ze kijken om zich heen, zien wat er gebeurt in de wereld en reageren daarop in hun werk. Kunstenaarsinterviews vind ik daarom ook een hoogst overschat genre: altijd leuk om te weten wat de lievelingsgroente is van Jeff Koons, of hoe z’n zes kinderen heten, maar als het goed is kan je hun reactie, hun denkbeelden, hun verfrissende perspectief van buiten de hokjeswereld lezen uit hun kunstwerk.

Bij de grote Duitse kwaliteitskranten kan de kunstliefhebber haar of zijn geluk niet op.

Als het goed is. Want lang niet alle kunst is goed, gelukkig niet. Kwaliteit kan je niet afmeten aan het prijskaartje. Sommige kunst is alleen duur, niet goed. Sommige kunst is (nog) niet duur en wel goed. Je zou het moeten kunnen zien aan de hoeveelheid tentoonstellingen, maar ook dat zegt niet alles, voor hetzelfde geld heeft de museumdirecteur een persoonlijk belang bij het verkopen van een bepaalde kunstenaar omdat ‘ie z’n bezoekerscijfers moet opkrikken. Voor het toelichten van de kunst, het introduceren van onbekende namen en werken bij het grote publiek, het uitleggen waar je het beste kunt kijken, en hoe je dan kunt kijken, zijn onafhankelijke gidsen nodig. Mensen die niet betaald worden door het museum of de kunstenaar zelf, die dus afhankelijk zijn van wat een podium – krant, tijdschrift, omroep – daarvoor betaalt.

Bij de grote Duitse kwaliteitskranten kan de kunstliefhebber haar of zijn geluk niet op: iedere dag zijn de eerste pagina’s van het tweede katern van de krant gewijd aan kunst in de breedste zin van het woord. Dat kan een tentoonstelling of een boek zijn, vaak is het ook een reactie op het ‘grote’ nieuws van de voorpagina’s. Gaan er mensen de straat op in Chili, kan je er een bespreking treffen van Delacroix’ La Liberté guidant le peuple, want ook in Delacroix’ tijd gingen mensen de straat op. Maar het zou ook een tekst kunnen zijn over William Kentridge’s If we ever get to heaven.

Bij de boerenprotesten van de afgelopen maanden zou je een prachtige bespreking kunnen geven van de kunst van Jean-François Millet, die met zijn geïdealiseerde verbeelding van het boerenleven busladingen kunstenaars na hem aan het zaaier- en hooimijtschilderen kreeg – in het Van Gogh Museum is er op dit moment een fantastische tentoonstelling over te zien. Daarnaast komt kunst soms ook op onverwachte plekken terug. Zo heeft de Süddeutsche Zeitung eens per jaar een kunstenaar te gast die een stuk of tien pagina’s mag invullen, en bestaat het beeld bij de televisierubriek van de Frankfurter Sonntagszeitung uit illustraties.

Ideeën die je niet zomaar krijgt aangereikt, waar je kennis voor nodig hebt over kunst, kunstenaars maar ook de rest van de wereld. Want aan kunst zonder wereld heb je weinig, in een wereld zonder kunst zou ik niet willen en kunnen leven. Het treurige is dat de ruimte die de Duitse kranten bieden aan kunst en kunstenaars in Nederland veel krapper is. Veruit de meeste critici zijn freelancer, want kranten vinden het te riskant iemand in dienst te nemen die ‘alleen maar iets van kunst af weet’. Zo iemand zou ik ook niet als collega willen, maar het toeval wil dat je dankzij (beeldende) kunst juist heel scherp naar álles kunt kijken, want kunst kan over alles gaan en ook alles bekritiseren.

Dat inzicht, dat beeldende kunst niet alleen dat ene veilingrecord is of die stoffige tentoonstelling, maar ook kan helpen anders te kijken naar actuele problemen en gebeurtenissen uit het wereldnieuws, heb ik hier de afgelopen maanden proberen over te brengen. Voorlopig is dit de laatste aflevering van mijn rubriek, u kunt meer van me lezen op andere plekken. Voorlopig meestal helemaal achterin.

De tentoonstelling Jean-François Millet, Zaaier van de moderne kunst is tot 12 januari 2020 te zien in het Van Gogh Museum.