Spring naar de content
bron: anp

Social justice warriors: kasplantjes met Kalasjnikovs

Rechtse mensen denken dat hun tegenstanders de wereld niet goed begrijpen, linkse mensen denken dat zij kwaadaardig zijn, schrijft Jan Kuitenbrouwer, die zichzelf als links-progressief criticus van de transbeweging ziet. “Rechtse mensen schudden het hoofd, linkse mensen schudden de vuist. Al dan niet voorzien van een bijl of molotovcocktail.”

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Kuitenbrouwer

Douglas Murray, columnist van The Spectator, deed onlangs een interessante observatie over het verschil tussen links- en rechtsdenkende mensen: “The right tend to think that their opponents are merely wrong-headed, the left always seem to think that their opponents are evil.” Rechtse mensen denken dat hun tegenstanders de wereld niet goed begrijpen, linkse mensen denken dat zij kwaadaardig zijn. Rechtse mensen schudden het hoofd, linkse mensen schudden de vuist, al dan niet voorzien van een bijl of molotovcocktail. Murray: “This causes a great asymmetry in our politics.”

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

In mijn tijd – begin jaren zeventig behoorde ik tot een actiegroep genaamd Onderwijsfront – bonden linkse activisten de strijd aan met machtige instituties. School- en universiteitsbesturen, de overheid, speculanten, werkgevers. Daar huisde het kwaad dat verdreven diende te worden. De linkse activisten van nu vechten niet tegen instituties, maar tegen mensen met ‘verkeerde’ denkbeelden. De instituties die wij destijds bestreden verschansten zich om ons buiten de poorten te houden, nu zijn zij activisten maar al te graag terwille. Het instituut dient intact te blijven, individuen zijn vervangbaar.

Die – vrijwel altijd onterechte – veronderstelling van kwade intenties bij de ‘tegenstander’ heeft een functie. Hoe demonischer de tegenstander, hoe meer middelen gerechtvaardigd zijn om hem/haar te bestrijden. Uitspraken en opvattingen die niet ‘woke’ zijn worden uitvergroot tot daden van ‘geweld’, ‘uitwissing’ en zelfs ‘genocide’. Het werkt, het is neurologisch onmogelijk om niet geprikkeld te worden door dat soort termen.

Die gruweldaden hoeven niet bewezen te worden, zoals in een normale rechtsorde, ze dienen vooral om ophef te creëren en een lynchmob op de been te brengen. De instituties zijn doodsbang dat de ruiten eraan gaan en doen direct wat de lynchmob eist: boeken worden uit de winkels gehaald, gedragscodes aangepast, taal gezuiverd, artikelen geweigerd, opinies taboe verklaard en medewerkers beschuldigd van wrongthink worden over de muur gegooid.

Hoe demonischer de tegenstander, hoe meer middelen gerechtvaardigd zijn om hem te bestrijden. Uitspraken en opvattingen die niet ‘woke’ zijn worden uitvergroot tot daden van ‘geweld’, ‘uitwissing’ en zelfs ‘genocide’

Het wapen waarmee de linkse activisten dit voor elkaar krijgen heet internet. De social justice warriors van toen richtten zich zelden op individuen met aanstootgevende opinies, dat zou ook weinig zin gehad hebben, wij hadden de middelen niet om een heksenjacht te organiseren. Soms kregen wij toegang tot de ‘mainstream media’, liefst in netjes afgeperkte ‘jeugdrubrieken’, maar meestal moesten wij het doen met spandoeken en de ‘stencilmachine’, een primitief apparaat waarmee je een tekst kon vermenigvuldigen, die je vervolgens ronddeelde. De stencilmachine verhoudt zich tot het internet als een proppenschieter tot een Kalashnikov. Zo ontstond de cancelcultuur: wie gewapend is met een machinegeweer hoeft niet na te denken of zich te verantwoorden, intellectuele zindelijkheid en consistentie zijn totaal niet relevant. ‘Hoezo discussie, hoezo debat? Kop houden of ik schiet.’

Zo ontstaat een soort ethische schizofrenie: de geringste inbreuk op een woke norm is een wandaad waarvoor geen straf hoog genoeg is, maar die ethische lat ligt alleen zo hoog voor anderen, voor zichzelf hebben de woke activisten hem op de grond gelegd, zodat elk strijdmiddel is toegestaan. Op dreunende laarzen en met megafoons marcheren zij door de straten om af te dwingen dat wij fluisteren en op kousevoeten lopen. 
De morele gespletenheid is soms bijna komisch. Onlangs won een voormalige marinier die zich voordoet als vrouw een martial arts kampioenschap, door zijn tegenstandster, een biologische vrouw, volledig tot moes te slaan. Een belangrijke overwinning in de strijd tegen ‘transgenocide’, verklaarde ‘zij’ na afloop. Die figuur is duidelijk niet goed bij het hoofd en zou snel hulp moeten zoeken, maar wie dat hardop zegt loopt een gerede kans het mikpunt te worden van een schervengericht.

Wie gewapend is met een machinegeweer hoeft niet na te denken of zich te verantwoorden, intellectuele zindelijkheid en consistentie zijn totaal niet relevant. ‘Hoezo discussie, hoezo debat? Kop houden of ik schiet.’

Links-progressieve critici van de transbeweging, waar ik ook mijzelf toe reken, krijgen standaard voor de voeten geworpen dat zij de usefull idiots zijn van conservatieve christenen. In Nederland is bijvoorbeeld alleen de SGP tegen de nieuwe transgenderwet en de enige krant die er kritisch over bericht is het Reformatorisch Dagblad. Zelf leent de genderbeweging intussen onbekommerd de hoax- en gaslight-tactieken van de alt right activisten die de bestorming van het Capitool leidden en de Covid-bestrijding saboteren. Vergeleken met hen is Kees van der Staaij een D66-er.

Een paar weken geleden besprak ik hier drie boeken met een kritische analyse van de transgenderideologie. Het idee, kort samengevat, dat er geen biologisch geslacht bestaat, uitsluitend een sociaal-cultureel geslacht, en dat elke man die beweert vrouw te zijn, of andersom, ook direct in alle opzichten zo moet worden behandeld. En dus, bijvoorbeeld, zonder toetsing zijn of haar geslacht voor de wet mag veranderen, de zogeheten ‘genderzelfidentificatie’. Over de hele wereld worden zulke wetten voorgesteld, op dit moment ook in Nederland.

Een van die boeken is Material Girls, why reality matters for feminism van Kathleen Stock. Stock, filosofe, hoogleraar aan de universiteit van Sussex in Engeland, analyseert de filosofische grondslag van het genderdenken en komt tot de conclusie dat het op een fictie gebaseerd is. Biologie doet ertoe. Maar transidentificatie, benadrukt zij herhaaldelijk, mag nooit een reden zijn om mensen te discrimineren. “Trans people are trans people, we should get over it. They deserve to be safe, to be visible throughout society without shame or stigma and to have exactly the life opportunities non-trans people do” schrijft zij.

Net als die twee andere titels heeft de transgenderbeweging geprobeerd de uitgave van dit boek te verijdelen. Dat is niet gelukt, Material Girls krijgt lovende recensies en lijkt, met andere publicaties van de laatste tijd, eindelijk een debat op gang te brengen over dit onderwerp. Al voor de publicatie van Material Girls werd Stock door collega’s en studenten aangevallen vanwege haar ideeën over sekse en gender, en inmiddels is op de Sussex-campus een actiegroep actief, Stock Out, die haar ontslag eist. “We’re not paying £9,250 a year for transphobia — fire Kathleen Stock”, luidden de posters. “Kathleen Stock makes trans students unsafe, Sussex still pays her.” En: “It’s not a debate, it’s not feminism, it’s not philosophy, it’s just transphobia.”

‘Transfobie’ – voor een beweging die het patent op politiek correct taalgebruik claimt, springen transactivisten wel erg slordig om met het psychiatrische woordenboek. Zouden zij zich realiseren hoe kwetsend dat is voor echte fobiepatiënten?
De politie heeft Stock nu geadviseerd om geen college meer te geven, zich niet op de campus te vertonen en alleen nog met gewapende bodyguards haar huis te verlaten. Na zich maanden afzijdig te hebben gehouden heeft de rector van Sussex U afgelopen week eindelijk een verklaring uitgegeven dat de universiteit achter Stock staat. “Zolang Stock niet wordt ontslagen, zullen wij actief blijven”, liet de actiegroep weten. De vakbond van de universiteit heeft zich inmiddels achter de actiegroep gesteld en Stock laten vallen. U leest het goed: haar vakbond. Die wil een ‘onderzoek naar haar ideeën’.

Probeer je een wereld voor te stellen waar die manier van reageren (ik aarzel om het woord ‘denken’ te gebruiken) de norm wordt. Waar de omgangsvormen gedicteerd worden door mensen die uitsluitend kunnen overleven in hermetische cleanrooms, omdat het geringste stofdeeltje ze ‘van streek’ maakt, en die iedere vermeende inbreuk op die safespace beantwoorden met een druk op de search and destroy knop?

Ook hier zie je de asymmetrie die Douglas Murray signaleert, het gebrek aan morele proporties in de woke-beweging. The Times stuurde een verslaggever naar de Sussex-campus. Student Rees (20), die niet met zijn achternaam in de krant wil, zegt: “Ik vind dat Stock hier niet zou moeten werken. Mensen van wie ik veel houd zijn trans en die zijn duidelijk van streek door professor Stock. Er is natuurlijk academische vrijheid, maar daar is een grens aan.”

Dus: je studeert aan een universiteit en een hoogleraar aan die universiteit, drager van de Britse Ridderorde (OBE) en auteur van hooggewaardeerde publicaties, doet iets dat een naaste van jou ‘van streek’ maakt. Die professor heeft je niet gekrenkt, beledigd of gediscrimineerd, je bent niet het slachtoffer van machtsmisbruik of geschaad in je academische ontwikkeling, nee, een in 320 pagina’s onderbouwd standpunt van deze professor heeft iemand die je kent van streek gemaakt. Zoals we eerder al vaststelden is Stock’s standpunt níet dat transmensen minderwaardig zijn of iets dergelijks, zij beweert slechts wat elk kind weet (al kan dat spoedig anders zijn), namelijk dat transmensen in bepaalde opzichten anders zijn dan ‘gewone’ mannen en vrouwen. Dat iemand in jouw omgeving hierdoor ‘van streek’ is, vind jij een goede reden om die hoogleraar te ontslaan, zonder dat de groteske incongruentie van die twee gegevens tot je doordringt. Hoe verwaten, verwend, ja, verweekt ben je dan? En hoe moreel ontspoord ben je om, als dat ontslag op zich laat wachten, zo iemand met doodsbedreigingen te bestoken in de hoop dat zij het hazenpad kiest? Is dat werken aan een betere wereld?

Probeer je die wereld voor te stellen, waar die manier van reageren (ik aarzel om het woord ‘denken’ te gebruiken) de norm wordt. Waar de omgangsvormen gedicteerd worden door mensen die uitsluitend kunnen overleven in hermetische cleanrooms, omdat het geringste stofdeeltje ze ‘van streek’ maakt, en die iedere vermeende inbreuk op die safespace beantwoorden met een druk op de search and destroy knop? Door trillende kasplantjes met Kalashnikovs? Die aan een dystopie bouwen die niet alleen het leven van anderen, maar uiteindelijk ook dat van henzelf in een hel zal veranderen?

Er is misschien een andere reden dat rechtse mensen politiek laconieker zijn dan linkse: meestal hebben ze de macht. Om de vrijheid van meningsuiting te beschermen, bijvoorbeeld, en al die woke gekkigheid aan banden te leggen. Want wie leeft bij breidel en censuur, zal er ook bij sterven.