Spring naar de content
bron: ANP

Matthijs is een groot kind dat niet werd beschermd door zijn bazen

Als hoofdredacteur en omroepbestuurder werkte Ton F. van Dijk nauw samen met Matthijs van Nieuwkerk. Verkeerden de twee in eerste instantie op goede voet, later bekoelde hun relatie. Toch voelt hij mededogen met de gevallen presentator, die door ons allemaal tot mythische proporties werd verheven en nu meedogenloos van zijn voetstuk wordt getrapt.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Ton F. van Dijk

Toen ik als jonge hond, hongerig naar televisiesucces, begon aan mijn eerste baan in Hilversum, was dat bij actualiteitenprogramma Nieuwslijn. De gelauwerde presentator van dit programma, dat wekelijks door drie miljoen kijkers werd bekeken, was Jaap van Meekren. Een icoon in z’n vak. In die dagen de verpersoonlijking van alles wat ik ook wilde zijn: een beroemd televisiejournalist.

‘Meneer van Meekren’ (ik stond letterlijk naar adem te happen om de gravitas van de situatie te kunnen bevatten) zei bij de eerste kennismaking ‘zeg maar Jaap’. En dus sprak ik hem vanaf dat moment zo aan. Een onwerkelijke ervaring, want er zijn geen woorden te vinden die kunnen beschrijven hoe groot de afstand tussen mij en de halfgod die ik alleen kende van het scherm op dat moment leek te zijn.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Word met één click op de doneerknop donateur en steun daarmee de onafhankelijke journalistiek van HP/De Tijd.

Doneren

Om de historische context van de hier beschreven gebeurtenis in de huidige tijd te begrijpen, zou je mij kunnen vergelijken met een beginnend redacteur van het succesvolle programma De Wereld Draait Door. En anchor Jaap van Meekren met zijn hedendaags evenknie, Matthijs van Nieuwkerk.

Even dreigde er in de nabijheid van Jaap van Meekren een vroegtijdig einde te komen aan mijn televisiedromen. Ik ‘regelde’ een studiogast, die dezelfde avond live op televisie door Jaap zou worden ondervraagd. De uitzending zou om halfnegen, meteen na het Journaal, beginnen. De gast zou met een taxi worden opgehaald in Amsterdam. Ik zou daarvoor zorgen.

Een halfuur voor de live uitzending vroeg Van Meekren, inmiddels al dik in de make-up gezet: ‘Waar blijft die taxi nou?’ Vijf onbenullige woorden, die ik nooit meer zal vergeten. Ik realiseerde me dat ik in al m’n ijver had verzuimd een taxi te bellen. De studiogast zat thuis te wachten. En dat gold ook voor Jaap, maar dan in de studio. Om een lang verhaal kort te maken: de gast haalde de uitzending ternauwernood. Ik was er zelf van overtuigd dat m’n Hilversumse carrière die dag in schoonheid was gestorven.

‘Waar blijft die taxi nou?’ Vijf onbenullige woorden, die ik nooit meer zal vergeten

Geslagen als een hond zat ik na afloop van de uitzending bibberend van angst te wachten op de meedogenloze toorn van Jaap van Meekren, die mij ten deel zou vallen. ‘De volgende keer niet vergeten een taxi te bellen’, zei Jaap terwijl-ie rustig naar de visagiste liep om zich te laten afschminken. En weg was-ie.

Geen woedeaanval, geen ontslag op staande voet, niks. Stilte. De ruimte om te reflecteren op mijn fout was zo groot dat-ie pijn deed. Ik heb er twee dingen van geleerd. Eén: bel altijd een taxi voor je studiogast. En twee, nog belangrijker: leiderschap betekent dat je macht ten goede gebruikt (ook al lukt dat niet altijd) en mensen in hun waarde laat als ze fouten maken. Juist dan ben je groot.

Jaap van Meekren was de voorbeeldige representatie van zijn generatie televisiemakers. Ik moest natuurlijk aan hem denken toen ik de onthullingen in de Volkskrant las over Matthijs. Iemand met wie ik ook samen heb gewerkt en kortstondig tot mijn professionele inner circle mocht rekenen.

Het verhaal dat de Volkskrant optekende uit de monden van maar liefst zeventig medewerkers van DWDD, waarin tot in detail en soms voorzien van namen en rugnummers het wangedrag van ‘Meneer van Nieuwkerk’ wordt beschreven, is een toonbeeld van journalistiek. Het is een verhaal dat overtuigt door de veelheid aan finesses, die niets aan de verbeelding overlaten. Het gevolg is een ontluisterend beeld van een van de grootste televisiemakers van onze tijd.

Het is een verhaal dat overtuigt door de veelheid aan finesses, die niets aan de verbeelding overlaten. Het gevolg is een ontluisterend beeld van een van de grootste televisiemakers van onze tijd

Ik ken Matthijs dus persoonlijk. Toen ik hoofdredacteur was van de Amsterdamse stadszender AT5, was hij de baas van Het Parool. Beide toen nog onderdeel van PCM Uitgevers. Een lot dat ons verbond en samenbracht op talloze sombere vergaderingen over de toekomst van het krantenvak. We konden het goed vinden in die dagen. Toen ik naar Hilversum vertrok, volgde Matthijs mij op bij AT5. 

Zo’n negen maanden later hield hij het alweer voor gezien. Matthijs bleek niet opgewassen tegen de dagelijkse realiteit van een kleine televisiezender zonder noemenswaardige middelen. Daarvoor leek het te veel om Matthijs zelf te draaien. En dat zegt niets over een gebrek aan goede bedoelingen, maar alles over de creatieve vergezichten die hem op dat moment voortbewogen en bij AT5 onhaalbaar bleken. Hij is geen bedrijfsleider, maar een artiest.

Ik zei nog: ‘I told you so.’ Zelf was ik inmiddels opgeklommen tot de ‘hogere’ echelons in Hilversum en kreeg de verantwoordelijkheid voor Nederland 1. Er was in die dagen een vacature op het derde net en het duurde niet lang of onze nieuwe collega werd gepresenteerd: het bleek Matthijs.

De lange, oervervelende, vergaderingen van de coördinatiecommissie televisie vormden voor Matthijs (steevast aanschuivend met blote voeten in de nieuwste Prada-schoenen, die hij het weekend ervoor in Milaan op de kop had getikt) eenzelfde soort gruwel als het dagelijkse gevecht om geld bij AT5. ‘Ik houd er niet van om te kijken naar stilstaand water’, zei hij over zijn tijd als vergadertijger in Hilversum.

Tijdens een ‘bosdag’ in Hotel New York in Rotterdam liep Matthijs al na een half uurtje de deur uit terwijl hij riep: ‘Hier heb ik geen zin in, ik ga in bad.’ Om enkele uren later met natte haren weer aan te schuiven, alsof er niets aan de hand was.

Tijdens een ‘bosdag’ in Hotel New York liep Matthijs al na een half uurtje de deur uit terwijl hij riep: ‘Hier heb ik geen zin in, ik ga in bad’

Matthijs besteedde zijn kostbare talent in die dagen liever aan de door hem vurig gewenste Japans minimalistische inrichting van de lange, oneindige, gangen op het Mediapark. Ook besloot hij zich te verdiepen in de mogelijkheden om een oldtimer Jaguar te leasen in plaats van het burgerkarretje dat op de parkeerplaats op hem stond te wachten. Het werd niets met Matthijs. Ik zei opnieuw: ‘Had me even gebeld, dan had ik je dat meteen verteld.’

Onze collegiale vriendschap bekoelde. Hij ergerde zich aan mijn drammerigheid, ik aan zijn gebrek aan doorzettingsvermogen. En het moet gezegd: Matthijs vertegenwoordigde de realiteit van een zondagskind, dat overliep van ambitie, volledig in beslag genomen door meeslepende vergezichten en een immense hekel aan kleinburgerlijkheid. Matthijs was talentvoller dan wij. Charismatisch. Maar hij kreeg als bestuurder weinig voor elkaar.

Daarna kwamen we elkaar opnieuw tegen. Ik was (tot 2007) de baas van alle televisienetten bij de publieke omroep. En Matthijs kwam in diezelfde periode eindelijk daar terecht waar hij thuis hoorde: aan de desk van z’n eigen dagelijkse talkshow. Matthijs bleek gemaakt voor het medium en groeide niet veel later uit tot de Jaap van Meekren van onze tijd.

Hij stelde steevast hoge eisen in de gesprekken die ik met hem had, was furieus dat zijn programma soms moest wijken voor voetbal en dreigde altijd te vertrekken als hij z’n zin niet zou krijgen. 

Functionaliteit en disfunctionaliteit liggen extreem dicht bij elkaar. Dat geldt in hoge mate voor Van Nieuwkerk, die vijftien jaar lang de verpersoonlijking was van het beste programma op de Nederlandse televisie. Matthijs is een tovenaar, die het alledaagse voor een miljoenenpubliek wist te verheffen tot televisiekunst.

Maar: hij blijkt nu ook een groot kind, dat niet beschikt over de basisvaardigheden om z’n woede te beteugelen. Dan kent de door angsten en fobieën geplaagde held geen genade. De droom van vele jonge televisiemakers veranderde door zijn toedoen in een regelrechte nachtmerrie.

Hij blijkt nu ook een groot kind, dat niet beschikt over de basisvaardigheden om z’n woede te beteugelen. Dan kent de door angsten en fobieën geplaagde held geen genade

Het doorkijkje van de Volkskrant in Van Nieuwkerks doorgedraaide televisiewereld confronteert ons, of we het nu leuk vinden of niet, met twee conflicterende werkelijkheden. Die van de ‘vermalen’ medewerkers van De Wereld Draait Door, die onder het stampvoeten van Matthijs mateloos hebben geleden en nu eindelijk (en terecht) erkenning krijgen voor wat hen is aangedaan.

De andere werkelijkheid is die van Matthijs zelf. Een man die door ons allemaal tot mytische proporties werd verheven en onder die grote druk is bezweken. Met medeweten van zijn omroepbazen, zo vertelt de krant ons nu. Daarom: iemand had op moeten staan, de DWDD-medewerkers tegen hem moeten beschermen, en Matthijs tegen het kind in zichzelf. 

Dat uitgerekend die interventie niet heeft plaatsgevonden, is misschien wel het meest pijnlijke aan deze hele geschiedenis.

Met uw donatie steunt u de onafhankelijke journalistiek van HP/De Tijd. Word donateur of word lid, al vanaf €4 per maand.