Spring naar de content
bron: ANP

De elite moet kapot. Waarom? Omdat het de elite is.

Vanuit zijn woonplaats Genua beschouwt Ilja Leonard Pfeijffer wekelijks een onderwerp dat het Nederlandse nieuws beheerst. Deze week buigt hij zich over de elite.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Ilja Leonard Pfeijffer

Hij had het onwaarschijnlijke oord Barendrecht gekozen als locatie voor zijn verrassingsaanval. De pers was ingeseind en hij las zijn nauwkeurig gekozen woorden voor van een briefje. Dit was belangrijk. De anders altijd zo laconieke premier ging een fatale dreun uitdelen aan Thierry Baudet. Hij beschuldigde hem van ‘rare verzinselen en wonderlijke theorieën op een zolderkamer bij flikkerend kaarslicht met een ganzenveer bedacht, die op papier zo poëtisch lijken, maar die in de praktijk desastreus en losgezongen zijn.’ Vooral dat flikkerende kaarslicht en die ganzenveer waren bedoeld om hard aan te komen. Premier Rutte probeerde zijn jonge rivaal af te schilderen als een vertegenwoordiger van de wereldvreemde elite die deze zelf zegt te bestrijden. Jammer dat hij het woord ‘mansarde’ niet gebruikte. En als klap op de vuurpijl daagde hij Baudet uit voor een debat, zoals heren elkaar in poëtischere tijden met een handschoen in het gezicht sloegen om elkaar uit te dagen voor een duel op leven en dood.

Rutte maakt zich zorgen over Baudet, zoveel is duidelijk. Dat de staatsman de kwajongen tot een debat uitdaagt, is te veel eer voor de kwajongen. Het maakte geen sterke indruk. Het had de schijn van een wanhoopsdaad. Het offensief van premier Rutte is tekenend voor de paniek bij de gevestigde partijen over de toenemende populariteit van vertolkers van anti-elitair ressentiment. Het anti-elitaire gedachtengoed is onlogisch en onsamenhangend, dus het kan een vruchtbare strategie lijken om het in een debat te bestrijden met argumenten. Alleen werkt dat steeds maar niet.

     Bas Heijne publiceerde op 10 mei een lezenswaardig essay in NRC Handelsblad over de afkeer van de elite. Volgens zijn analyse is deze vooral een afkeer van het liberalisme en kan deze kritiek op het liberalisme uitmonden op een ontmanteling ervan, hetgeen hij als een schrikbeeld ervaart, of op een correctie van het systeem dat de liberale kernwaarden weer opnieuw rechtdoet, hetgeen volgens hem de wenselijke uitkomst zou zijn.

     Ik vrees dat Bas Heijne, door het anti-elitarisme te willen rationaliseren, in dezelfde valkuil stapt als premier Rutte. Het anti-elitaire ressentiment is niet rationeel. Het komt door internet. Eeuwenlang was er sprake van een pact tussen de elite en het volk. De elite had bepaalde privileges en in ruil daarvoor werd de elite geacht de belangen van het volk te behartigen. De speciale positie van de elite was gerechtvaardigd door het feit dat alleen de elite toegang had tot kennis en tot het openbare debat. De uitvinding van internet heeft deze rechtvaardiging vernietigd. Vijftig jaar geleden waren er misschien een paar duizend Nederlanders die toegang hadden tot kennis en tot media die hun opvattingen verspreidden - nu kan iedereen dat. Terwijl de elite de rechtvaardiging uit handen is geslagen om de elite te mogen zijn, blijft zij vasthouden aan haar privileges. Maar het volk pikt dat niet langer. Het pact is niet langer geldig. En om de elite te bestrijden is het volk tegen alles waar de elite voor is. Zo simpel is het. De Europese Unie is een schitterend voorbeeld. Als de elite zegt dat deze onmisbaar is, is het volk ertegen.

Ik vrees dat Bas Heijne, door het anti-elitarisme te willen rationaliseren, in dezelfde valkuil stapt als premier Rutte

Het is zinloos om anti-elitaire sentimenten met argumenten te bestrijden, want argumenten als zodanig worden gezien als een vuiligheidje van de elite. En de elite moet kapot. Waarom? Omdat het de elite is.