Spring naar de content
bron: anp

Iedereen zal het coronavirus krijgen

Vanuit zijn woonplaats Genua beschouwt Ilja Leonard Pfeijffer wekelijks een onderwerp dat het nieuws beheerst. Deze week schrijft hij over het coronavirus dat de wereld in zijn greep houdt. “We zullen het allemaal krijgen. Net als de griep.”

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Ilja Leonard Pfeijffer

Ik hoop dat deze column jullie bereikt. Ik schrijf hem in Italië en hoewel mijn woonplaats Genua zich niet in de rode zone bevindt die wegens besmettingsgevaar hermetisch is afgesloten, wordt alles wat uit Italië komt steeds vaker voor alle zekerheid buiten de deur gehouden, zoals we eerder hebben besloten om even een tijdje niets meer te maken te willen hebben met Chinezen. Dat heeft uiteraard niets met discriminatie of racisme te maken maar met preventie en preventie is iets waar niemand iets op tegen kan hebben.

Intussen is Italië ten prooi gevallen aan massale paniek. Krantenkoppen en gesprekken gaan al dagen over niets anders dan het coronavirus. Vijf minuten geleden, toen ik tabak ging kopen ten bate van deze column, waarvan het maar de vraag is of hij jullie zal bereiken, was het eerste wat mijn tabaksboer aan mijn vroeg niet een deskundig commentaar op de wedstrijd van afgelopen zondag, zoals gebruikelijk, maar: ‘Ben je bang?’ Mijn schoonmoeder heeft vandaag haar afspraak in de schoonheidssalon afgezegd, een offer waar ze tijdens de hoogtijdagen van de Koude Oorlog, ten tijde van de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl of bij het weeralarm gedurende opeenvolgende horrorwinters of -zomers niet over gepiekerd zou hebben. De schoonheidsspecialiste vertelde haar aan de telefoon dat zij en haar collega’s de hele dag met mondkapjes tarotkaarten aan het leggen waren omdat iedereen had afgebeld.

En Stella is vanmiddag haar ring met de ansjovis kwijtgeraakt in de wasbak. Dat kwam door het volgende. Er meldde zich een oudere heer met een oriëntaals uiterlijk bij haar in haar galerie. Hij sprak Italiaans en benadrukte dat hij geen Chinees was maar een Japanner. Hij was een zelfbenoemd kunstschilder en wilde zijn werk slijten aan Stella. Zij poeierde hem af door erop te wijzen dat zij alleen werk van dode schilders verkoopt, maar moest vervolgens zo fanatiek en grondig haar handen gaan wassen dat ze in paniek haar ring verloor. ‘Hoe haalt zo iemand het in zijn hoofd?’ zei ze tegen mij. ‘Nu ben ik mijn ring kwijt omdat iemand met een Oosters voorkomen zo nodig op het hoogtepunt van de coronacrisis de straat op moet met het ijdele waanidee dat iemand geïnteresseerd zou zijn in zijn achterlijke aquarelletjes. In wat voor wereld leven we?’

De huidige massahysterie in Italië zou een schitterend onheilspellend decor zijn voor een roman.

De huidige massahysterie in Italië zou een schitterend onheilspellend decor zijn voor een roman. Complete dorpen, waarvan niemand ooit heeft gehoord en die ver weg liggen, maar ook weer niet zo heel ver weg, zijn hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Treinen rijden op hoge snelheid luid toeterend door de betreffende stations zonder er te stoppen. Scholen en overheidsinstellingen zijn in het hele land gesloten. De angst is voelbaar. Willekeurige voorbijgangers houden je op de hoogte van de exacte aantallen besmette patiënten in de verschillende gemeenten, provincies en regio’s van het land. In een hotel in Alassio schijnen veertig personen veertig dagen in quarantaine te worden gehouden. Venetië is uitgestorven. IJlbodes uit de buitengewesten rapporteren angstaanjagende voortekens. Sinds de uitbraak van de pest in de dagen van Boccaccio heeft het land niet meer zo gegonsd van literair potentieel.

Maar het coronavirus is geen pest. Het is een griepje. Tachtig tot negentig procent van de besmette patiënten is er ook zonder medicijnen binnen een paar dagen overheen. Maar het is een wrede speling van het lot dat dit griepje nu juist Italië moet treffen, het land van de hypochonders, waar meer apotheken zijn dan ziekten, waar apotheken regelmatig aanbiedingen hebben voor medicijnen tegen ziekten die je niet hebt maar zeker een keer gaat krijgen, waar volwassen, sterke mannen thuis blijven van hun werk als ze verkouden zijn en waar ze ziekten hebben verzonnen, zoals de gevaarlijke ‘cervicale’, wat zoiets is als een stijve nek. Nu staan Italianen er natuurlijk niet in eerste plaats bekend om dat ze rustig en beheerst reageren op wat dan ook, maar de huidige massale paniek wordt zelfs door hun lyrische volksaard niet gerechtvaardigd.

Juist het feit dat ze ziekte die het coronavirus veroorzaakt relatief onschuldig is, maakt alle goedbedoelde, draconische maatregelen om het in te perken en besmetting tegen te gaan tamelijk hopeloos. Toen de zogenaamde vogelgriep, die officieel H5N1 heet, uitbrak in 1997, kon er effectief worden opgetreden omdat de ziekte extreem heftig en levensbedreigend was. Het was moeilijk om een geval over het hoofd te zien, zullen we maar zeggen. En de zieken lagen op de intensive care en liepen niet rond op straat terwijl ze zich een beetje slapjes voelden. In het geval van besmetting met het coronavirus is het best mogelijk dat je je prima voelt en onbewust van het gevaar dat je vormt voor je omgeving doorgaat met je dagelijkse beslommeringen. De hoogleraar epidemiologie van Harvard University, Marc Lipsitch, trekt dan ook de volgende conclusie in een artikel voor The Atlantic van 24 februari: ‘Ik denk dat de waarschijnlijke uitkomst zal zijn dat het virus uiteindelijk niet in te dammen valt.’ We zullen het allemaal krijgen. Net als de griep.

Word lid van HP/De Tijd