Vinologische oudheden

Ofschoon behoorlijk zuidelijk in Italië doen in Campania ook de witte druiven het uitstekend. De zon speelt op heel veel wijngaarden een bijrol, waardoor deze verrassend koel blijven. Maar een voormalige hittebron – een uitgedoofde vulkaan – blijkt toch nog te werken: op zijn bodem aarden greco, fiano en falanghina uitstekend. Het is een trio waarvan de eerste in ieder geval als Greco di Tufo wereldfaam heeft verworven vanwege zijn fruitige, ietwat onstuimige karakter. Naar verluidt dankt de druif zijn naam aan de Grieken die ‘m 2500 jaar geleden meenamen. Je moet toch wat drinken als je voet zet op Italiaanse bodem.

Naar verluidt hebben ook de fiano en de falanghina hun carrière aan klassieke export te danken. Jammer voor deze twee echter dat ze qua bekendheid niet in de schaduw konden staan van de eerstgenoemde. Maar daar zou weleens verandering in kunnen komen. Misschien niet wat naam – Greco di Tufo bekt nu eenmaal lekker – maar wel wat smaakprestatie betreft.

Vooral de laatste tijd heb ik wat spannende fiano’s geproefd, waarvan de Tenuta Ponte 2008 (€11-12; Verkerk Wijnimport) de mond bijzonder is bijgebleven. Nog is deze aan het bijkomen van een ontdekkingsreis die voerde langs rijp en romig wit via een afslagje gedroogd geel fruit en marmelade. Er werd nog een kort bezoek afgelegd aan honing, venkel, rozemarijn en citrus, om de reis te vervolgen in het gezelschap van de neus die linoleum bespeurde. Plus de geur van boenwas als van een antieke tafel in een zonnige kamer. En dat kwam goed uit dat die daar stond. Hier kon dan mooi het glas op worden gezet om even uit te puffen in voorbereiding op een volgende etappe langs vinologische oudheden.

Dat resulteerde in een bezoekje aan de falanghina. Een heel smakelijke versie uit 2009 van Fattoria Rivolta (€10-11; Douwe Walinga), een bianco die zorgde voor een stevige mars, gefoerageerd met sappige perzik, rijpe peer, venkel en een tipje mint. Ruim baan voor de klassiekers!

import eetteam