In het oog van de storm

Na dagenlang over Egypte te hebben gezwegen, riep de Israëlische premier Netanyahu Amerika en Europa op om president Moebarak in zijn doodsstrijd te steunen in naam van de ‘stabiliteit’. Niet erg handig, was mijn eerste reactie, want de dagen van Moebarak – een door zijn volk gehate 82-jarige gemummificeerde dictator – zijn geteld en er is niks mee gewonnen om de banden tussen zijn bewind en het Westen en Israël nog eens demonstratief te bevestigen. Dat kan de Moslimbroeders slechts in de kaart spelen. Daarbij vroeg Netanyahu het onmogelijke, want het Westen kan het Egyptische volk niet de democratie onthouden die het zelf hoog in het vaandel heeft. Het verwijt van meten met twee maten zou nog luider klinken. Maar de Israëli’s, die in het oog van de storm zitten, maken hun eigen afwegingen. Netanyahu sprak ook namens andere Amerikaanse bondgenoten die benauwd zijn voor regime change in Egypte. Denk aan de oliesjeiks in de Golf, die Amerika en Israël al eens hebben gevraagd om Iran te bombarderen en het hoofd van de slang af te hakken. Als het Witte Huis Moebarak ineens zou laten vallen, kunnen ook zij nergens meer op rekenen.

Dat neemt niet weg dat het Westen niet bij voorbaat van de slechtste scenario’s kan uitgaan. Stel dat Egypte echt een democratische weg inslaat. Dat zou een enorme uitstraling op de regio hebben, zelfs naar Iran, en het Egyptische volk van trots vervullen omdat het – anders dan in Irak – zelf een dictator heeft verjaagd. Maar ook anderen berekenen hun kansen. De Moslimbroeders zeggen de Egyptenaren ‘hun revolutie’ niet te willen ontnemen. Een gematigde opstelling die hen in staat stelt de kat uit de boom te kijken. Het kan heel goed dat de Moslimbroeders de naar vrijheid smachtende Twitterklasse van brave burgers en studenten als ‘nuttige idioten’ (Lenin) de kastanjes uit het vuur laten halen, om later alsnog toe te slaan. Herinnert u zich nog de rechtszaken waarbij aangeklaagde moslimextremisten als wilde beesten in een kooi waren opgesloten? Geen fijn idee als deze mannen vrij komen. En in Caïro hebben we al gezien dat Moebarak-getrouwen met behulp van kameeldrijvers en geronselde knokploegen nog voor heel wat onrust kunnen zorgen. Zo ging het in Bagdad na de val van Saddam ook.

Het is moeilijk optimistisch over Egypte te zijn. De schrikbeelden dringen zich op, al kun je ook zeggen dat de kans groter is dat het in Egypte anders zal gaan naarmate er meer naar Iran en Irak wordt verwezen. Daarbij is het probleem niet alleen de islam. Wat mij bij een bezoek aan Caïro stoorde, was dat niemand er de waarheid sprak en iedereen zijn eigen complottheorie had die hem het beste uitkwam. Nooit is iets de schuld van ‘het geweldige Egyptische volk’, altijd ligt het aan het buitenland dat Egypte niet begrijpt of in de steek laat. Ik ben nooit in een land geweest waar zo’n grotesk en volkomen misplaatst superioriteitsgevoel bestaat. 4500 jaar geleden waren de oude Egyptenaren verdienstelijke piramidebouwers, maar gezien de chaos in het hedendaagse Caïro – een heksenketel zonder rustgevende publieke ruimten – lijkt het alsof elk gevoel voor meetkunde en logica verloren is gegaan. Toch gedragen de leiders zich alsof ze rechtstreeks van de farao’s afstammen, een ziekte die we ook bij de sjah van Perzië zagen. Op het hoogtepunt van zijn macht meende de sjah het Westen als ‘decadent’ de les te kunnen lezen en in 1971 organiseerde hij in Persepolis een feestje ter gelegenheid van het 2500-jarig bestaan van zijn pauwentroon. Alle prins Bernhards van de wereld waren toen van de partij.


Het is dat totale gebrek aan realiteitszin, ook bij op het Westen leunende elites die beter moeten weten, dat landen met een groots verleden als Iran en Egypte zo verontrustend maakt. De semi-geletterdheid is misschien nog erger dan het analfabetisme. Egypte kent academici die vinden dat het land ‘een Stalin’ (de favoriet van Saddam) nodig heeft om orde op zaken te stellen. Is het dan vreemd dat ‘het geweldige Egyptische volk’ dieven de hand wil afhakken en overspelige vrouwen wil stenigen? Gek genoeg had ik in Syrië, waar de tronie van Bashar al-Assad je overal aanstaart, met zonnebril en stoppelbaard, en op foto’s met zijn dode vader en Hezbollah-leider Nasrallah, een beter gevoel. Damascus en Aleppo waren lustoorden vergeleken met Caïro; er heerste discipline (al kwam die van een politiestaat) en de mensen op straat waren beleefd en vriendelijk. En Syrië grenst aan Turkije, onder de islamitische premier Erdogan een nieuw alternatief voor de regio.

In het Midden-Oosten gaat hoe dan ook een nieuwe wind waaien. Logisch dat Israël met Moebarak nog even aan de oude orde wil vasthouden, want binnenkort is die er niet meer.

import dirk jan van baar