Optimisme omdat het moet

Gegarandeerde welvaart is voltooid verleden tijd. Nederland moet een tandje bijschakelen. De kansen komen niet langer naar ons toe, wij moeten de kansen pakken! Welkom op de derde Nationale Kansdenkdag.

Dat mensen, door de bank genomen, liever bij de voorhoede horen dan bij de achterhoede is van alle tijden. Maar ik kan me niet herinneren dat we twintig jaar geleden zo enorm bezig waren met de scheiding tussen oud en nieuw. Heden ten dage spreken we verlekkerd over Oude en Nieuwe Media, over Oude en Nieuwe Politiek, Oud en Nieuw Denken. Dat lijkt een tamelijk hijgerige poging om vóór het zwarte gat uit te rennen en, telkens opnieuw, voor onszelf te bewijzen dat we niet alleen nog bestaansrecht hebben, maar ook de achtergronden van de ons resterende toekomst al stevig doorgronden en daarmee de aangewezen personen zijn om ‘m te vormen. Dit heet ook wel: zelfbevestiging. Wanhopige zelfbevestiging, wellicht?

Op Twitter wemelt het van de neologismen als het gaat om revolutionaire manieren waarmee je naar jezelf en de wereld kunt kijken. Ik noteer: kanteldenken. Omdenken. Dwarsdenken. Spookdenken. Plat denken. En ga zo maar door. Het zijn stuk voor stuk termen die je trachten uit de modder van de geschiedenis te trekken, op een voetstuk te plaatsen en met een opgepompt zelfvertrouwen aan de slag te laten gaan met het herinrichten van bedrijven, overheden, markten en maatschappelijke organisaties. En de aanname daarbij luidt steeds dat ‘wij’, zeg maar de wereld, hard toe zijn aan die herinrichting. Hoewel je het bovenstaande welwillend zou kunnen kwalificeren als een welkome en flexibele vorm van taaluitbreiding die ruimte maakt voor nieuw elan, ben ikzelf meer geneigd tot de claustrofobische interpretatie: de greep van de digitale datamaatschappij op onze leefwereld en ons handelen dreigt zo groot te worden en de snelheid van het internet zit ons tegenwoordig zo dicht op de hielen, dat de markt voor bevrijding en tegendraadsheid suggererende neologismen groeiende is. Om het razendsnelle in- en uitvliegen van woorden en emoties nog eens te accentueren, kopte een gerespecteerde krant als Het Financieele Dagblad onlangs nog met de slogan dat pessimisme ‘heel erg 2010’ zou zijn. Alsof het mogelijk is een gedachtewereld of levenshouding tijdens de jaarwisseling in de afvalbak te gooien.


Sinds kort is aan de reeks kekke neologismen een nieuwe toegevoegd: kansdenken! Hoewel het me in eerste instantie voorkwam als de zoveelste variant dat een voorschotje neemt op een aanstaande omwenteling – het omver te werpen tegendeel van kansdenken zou wel eens, rara, het aloude probleemdenken kunnen zijn! – wist het me tóch te grijpen omdat er een echte dag aan gewijd is, waar ik als het ware meteen kan inpluggen en het kansdenken aan den lijve kan ondervinden. Die dag is, u raadt het al, de Kansdenkdag. Als ik me telefonisch in verbinding stel met de organisatie, hoor ik dat de Nationale Kansdenkdag al voor de derde keer (!) wordt georganiseerd. Het fenomeen bestaat dus al eventjes.

Alvorens ik inga op de sprekers tijdens deze Kansdenkdag, neem ik eerst maar even, met uw permissie, een duik in de vermakelijke randverschijnselen. Zo is de derde Kansdenkdag 2011 kortgeleden in Rotterdam gehouden. En dat bracht het gemeentebestuur tot het voorspelbare besluit om van Rotterdam, gruwel met mij mee, de ‘Kansdenkstad 2011’ te maken! De honger naar titels is schier onstilbaar in de havenstad. Na het debacle dat het predikaat ‘Jongerenhoofdstad’ tot gevolg had, zou je verwachten dat ze in Rotterdam iets terughoudender zou zijn met het opspelden van nieuwe eretitels die, welbeschouwd, vooral een vorm van zelfpijperij zijn. Maar nee: met het kennelijke oogmerk om mee te liften op de positieve vibraties van het nieuwe begrip is wethouder Korrie Louwes (D66) uitgerukt naar de Kansdenkdag. Met een klein apparaatje wijst ze naar een opengeslagen laptop, en ineens is er een film gestart en wordt de zaal gevuld met een lachend hoofd met daarachter die onvermijdelijke skyline van Rotterdam. Als ik het sec aan u, lezer, doorgeef, zult u denken dat ik een uiterst matige grappenmaker ben, maar, ik zweer het, het is écht zo: het filmpje zoomt nog maar eens in op de bekende beelden van het bombardement in 1940 en de voice-over – nogmaals, ik lieg niet – deelt ons mee dat het bombardement bij nader inzien, jawel, ‘een kans heeft geschapen voor Rotterdam’. Lijken als bevrijding; dood en verderf als ideaal vertrekpunt. Ik ben bekend met grove symboliek, maar dit doet een serieuze gooi naar het Guinness Book of Records. Om Louwes’ optreden nog wat ongemakkelijker te maken, sluit ze af met de opmerking dat de mensen in de zaal haar ‘ogen en oren’ zijn als het om het tot bloei brengen van het kansdenken gaat. Een compliment dat behoorlijk aan waarde verliest door de tweede helft van die zin, waarin ze zich verexcuseert voor haar vroegtijdige vertrek: ‘Sorry, straks begint er een gemeenteraadsvergadering.’


Een ander opmerkelijk randverschijnsel – of moet ik zeggen: een niet te missen kern? – is de uitgesponnen manier waarop de sprekers hun thuisfront in stelling brengen. Achter de katheder gaan staan, je keel schrapen en, hopelijk met kennis van zaken en aansprekende voorbeelden losbarsten over het onderwerp waarvoor je bent ingehuurd, lijkt op de Kansdenkdag in de categorie ‘hopeloos ouderwets’ te vallen. Niet alleen anticiperen de verschillende ambassadeurs van het kansdenken op de vraag ‘wie ben je?’, maar meer nog op ‘wie staan er achter je?’. Kennelijk probeert men hier, na dertig jaar ‘ik’-tijdperk, een inspirerend en saamhorig ‘wij’ te creëren. Een open en trots ‘wij’, bovendien, waarbij de camera als het ware wordt uitgenodigd er omheen te cirkelen (‘Zie je het goed? Dit ben ik en dit zijn de mensen die achter me staan’). Zo maakt de groene topondernemer Ruud Koornstra (Tendris) tot drie keer toe gewag van zijn stoere, 19-jarige zoon die net een vriendinnetje heeft en in Nederlands rugbyteam zit. En laat mede-organisator Ruud de Smit het congrespubliek uitgebreid meedelen in het lief en leed van zijn vrouw en kinderen, wat, in het geval van zijn ene zoon, een heftig verhaal oplevert over plotselinge bezoeken aan de oncologische Daniël den Hoed-kliniek. ‘Focus op wat er wél is!’ houdt De Smit zijn publiek voor wanneer hij hun moeilijke momenten in de kliniek beschrijft. ‘Ga aan de slag met de kansen van het nu en laat je niet beperken door de vooruitzichten.’ Een paar minuten later is De Smit via een paar grote sprongen uitgekomen bij wat zijns inziens innovatief leiderschap kenmerkt. Niet ‘controleren’, niet ‘klagen’, niet ‘vasthouden’. Wel ‘vertrouwen’, wel ‘complimenteren’, wel ‘loslaten’. Ondertussen neemt De Smit de kans te baat zijn positieve boodschap te illustreren met een filmpje over een man zonder ledematen, die met bewonderenswaardige energie iets van zijn leven maakt. Het wekt nieuwsgierigheid op naar het complete verhaal van de been- en armloze man, maar dat past weer niet in het vlotte tempo van de dag. Door, dóór, op naar de volgende kansdenker!


In de vroege ochtend heeft Han Biemans, directeur commercieel management van de Hogeschool Rotterdam, al het ene cliché op het andere gestapeld. De ‘hoogopgeleide’ schooljeugd wordt anno 2011 op pad gestuurd met slogans als ‘optimist tot in de kist’ en ‘glas halfvol of halfleeg?’ Biemans is van het Rotterdamse type ‘niet lullen maar poetsen’ en wijst er gniffelend op dat vrijwel alle studies opleiden ‘tot het uitgeven van geld’, maar zijn afdeling ‘tot het verdienen van geld’. Hij zet de zakelijke relaties van de hogeschool in het zonnetje en feliciteert zijn eigen instituut met het benutten van ‘kansen op het gebied van leefbaarheid’, zoals de samenwerking met Rotterdam Climate Initiative. En verder krijgen we van hem te horen dat ‘een kans situationeel is’, iets wat mij na enig breinbreken een lege bewering lijkt.

Goede tweede in de categorie ‘open deuren’ is ene Huub Stammes, eigenaar van Cyclus Consultancy. Deze spreker blinkt volgens eigen zeggen uit in ‘leiderschap in topsport’ en dat treft want hij is zelf oud-wielrenner. Volgens hem is een topsporter door de heiligheid van zijn doel en de ondergeschiktheid van al het andere per definitie ‘een extremist’. En kenmerkt een topteam zich, jawel, ‘door het wegcijferen van je ego’ binnen het groepsverband. Stammes slijt deze versleten sportmetaforen met succes aan bedrijven als Center Parcs, Robeco, Rabobank, Karwei en Gamma. Dat zegt naar mijn mening iets over het soortelijk gewicht van het management van deze concerns, maar zulke gedachten schuif ik op de Kansdenkdag wijselijk opzij.

Tijdens de eerste thee- en koffiepauze merk ik dat vooral de filmpjes en de persoonlijke verhalen bij het publiek blijven hangen. Men spreekt in termen van ‘moedig’, ‘indrukwekkend’ en ‘ontroerend kwetsbaar!’ Dit religieus beleden optimisme blijkt bij de bezoekers wel degelijk onder de huid te kruipen. Al zijn er ook sceptici die opmerken dat het ‘kansdenken’ hier ook wordt misbruikt om zelfpromotie te kunnen bedrijven.


Angstige vraag: blijft deze Kansdenkdag dan hangen in obligate peptalk? In het oppoken van de kooltjes waarmee snackbarkoning en motivatiegoeroe Emile Ratelband zijn publiek ooit tot extase bracht? Gelukkig niet. Een drietal sprekers weet zich aan de middelmaat te ontworstelen en het soms zo lauw ogende ondernemersklimaat in Nederland met fijne analyses en indringende casestudies van pikante peper te voorzien. Zij geven het zogenaamde ‘kansdenken’ werkelijk smoel. Om te beginnen is daar Rijn Vogelaar van Blauw Research, die vertelt over het rillerige begrip ‘enthousiasmemanagement’, maar, gelukkig, al gauw het ‘management’-deel laat vallen en meeslepend vertelt hoe merkwaardig weinig aandacht het fenomeen ‘enthousiasme’ krijgt. ‘Wat is een mens zonder enthousiasme?’ vraagt hij retorisch aan de zaal. ‘Als je één of twee weken lang geen enkele vorm van enthousiasme ervaart, zit je tegen een depressie aan. Enthousiasme is zó wezenlijk!’ Doorbouwend op deze gedachte en op de geweldige kracht van het enthousiasme laat hij zien dat wat de onderzoekswereld verkoopt als tevredenheidsonderzoek in de praktijk vaak ontevredenheidsonderzoek is: je nodigt mensen uit hun gal te spuien. ‘Waarom niet andersom?’ vraagt Vogelaar, dolenthousiast voor het publiek heen en weer swingend.

Hij laat vervolgens zien hoe de Deense speelgoedfabrikant Lego de lessen van het ‘enthousiasmemanagement’ succesvol in de praktijk heeft gebracht. Lego heeft eerst zijn grootste fans opgespoord en vervolgens uitgenodigd om aanstekelijke Lego-commercials te maken. Ten slotte mocht een kleine groep fans samen met de makers van Lego nieuwe Lego-producten ontwikkelen, waarbij ze ook nog eens in de winst mochten delen. Vogelaar schetst hiermee hoe enthousiasme een sneeuwbaleffect kan veroorzaken, iets wat voor menig bedrijf een cultuurschok zou inhouden. Hij laat zo tegelijkertijd zien met welk dédain energie-, telecom- en andere megabedrijven hun klandizie tegemoet treden. “Soms gebeuren er hele rare dingen,” zegt Vogelaar lachend. “Op een managementdag bij Philips trokken we opeens een gordijn open waarachter allemaal enthousiaste Philips-klanten tevoorschijn kwamen. Je zou denken dat ze daar blij van worden. ‘Wat leuk, onze fans!’ Maar die managers schoten onmiddellijk in een kramp. Ze zijn bang voor de liefhebbers van hun eigen product!”


Ook aanstekelijk en boeiend is het verhaal van de groene veelvraat Ruud Koornstra, een man die in alles onmatig lijkt: niet alleen in het oprichten en weer doorverkopen van bedrijven (momenteel bestiert hij onder meer Tendris, Pharox, Greencard, Remotion en Greenbookings), maar ook in het rondfluimen van speeksel, het maken van kinderen, het verorberen van toetjes (“ik ben twintig kilo te zwaar”) en, godzijdank, het debiteren van zelfspot. Na een geslaagde carrière als tv-producent is Koornstra, na een depressieve periode van nietsdoen en teren op zijn miljoenen, het liefst bezig met het oprichten van grote, groene bedrijven, zoals Oxxio. Daarin is hij zo succesvol dat hij in 2009 is uitgeroepen tot ‘green pioneer’ tijdens het prestigieuze World Economic Forum. Het leukste aan Koornstra is zijn kinderlijkheid en oprechte verbazing. Als hij roept ‘durf te dromen!’ en hij vertelt hoe hij Richard Branson, Bill Clinton en Al Gore om zijn vinger wond, hoor je ineens geen cliché meer, maar zie je een man die tot in zijn vezels gelooft in de leugenachtigheid van de gevestigde industriëlen en in zijn eigen vechtlust om die leugens te ontmaskeren. Als ik in zijn biografie lees dat hij ooit op de Toneelschool zat, vallen bij mij de puzzelstukjes op hun plek. Koornstra is de groene hofnar van de toekomst en heeft bovendien een heel goed verhaal.

Om te eindigen in wielertermen wil ik Frans Hiddema, directeur van het Oogziekenhuis Rotterdam, voordragen in de buitencategorie. Deze man heeft geen gladde praatjes nodig om het geloof in positivisme en maakbaarheid – twee ernstig in de verdrukking verkerende begrippen – nieuwe adem in te blazen. Zijn boodschap? Kijk goed om je heen en sta open voor wat anderen beter doen. Trek partners aan uit andere branches. En zie: het Oogziekenhuis kan zonder bureaucratische lagen en stelt alles in dienst van de patiënt. Logistiek? Afgekeken van Albert Heijn. Patiëntveiligheid? Van KLM. Ook revolutionair is de transparantie: familie kan via camera’s meekijken tijdens de oogoperatie, zodat ze eventueel ook kunnen zien hoe het misgaat. Alles aan Frans Hiddema ademt rust, vertrouwen en vakmanschap. Als optimisme in je genen zit en je voelt niet de noodzaak om het van de daken te schreeuwen, heb je mij helemaal om.


Na afloop geeft deze raspessimist organisator Ruud de Smit en zijn vrouw een warme hand en belooft een levendige reportage te maken van de Kansdenkdag. En als bonus van het evenement neem ik dankbaar de conclusie mee dat al het negatieve en kritische dat ooit uit mijn pen vloeide niets meer is maar ook niet minder dan gefnuikt enthousiasme.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Hans van Willigenburg