Martijn van Dam (PvdA): ‘Kabinet leert niet van fouten Lubbers’

Het kabinet vaart een nieuwe integratiekoers, schrijft minister Donner (Binnenlandse Zaken) in zijn net verschenen integratienota. Martijn van Dam, Tweede Kamerlid en integratiewoordvoerder van de PvdA noemt dit een ‘historische vergissing’. Van Dam: “Nog voordat bekend is wat het oude beleid heeft opgeleverd, belandt het in de prullenbak.”

Wat bedoelt u precies met ‘historische vergissing’?
Martijn van Dam: “Een overheid die minder optreedt en een grotere eigen verantwoordelijkheid. Dat is een lijn die we ook zagen in de jaren zestig en tachtig, toen dezelfde partijen als nu aan de macht waren. Toen werd ook gedacht dat immigranten teruggingen. Zo is dat nu ook het geval met Polen. Ze komen hier om te werken, maar ze blijven hier misschien toch. Als je hen niet verplicht in te burgeren en Nederlands te leren, hebben we straks een nieuw integratieprobleem. In Den Haag wonen momenteel meer Oost-Europeanen dan Marokkanen. En het is niet zo, wat veel burgers denken, dat we deze mensen in de watten willen leggen. We moeten het probleem alleen gericht aanpakken, zoals bij Marokkaanse jongens.”

Kunt u de gedachtegang van Donner niet volgen?
“Nee, eigenlijk niet. Het is een serieus probleem en ik geloof niet dat integratie vanzelf gaat. Bij sommige groepen wel, maar sommige groepen zien bijvoorbeeld het leren van de Nederlandse taal niet als noodzaak, of er is gebrek aan wil.”

Welke groepen zijn dat?
“Bijvoorbeeld Polen die van plan zijn om weer weg te gaan.”

Dat is de meest problematische groep?
“Ook ín onze huidige samenleving zien we integratieproblemen, bijvoorbeeld met Marokkaanse jongeren. En ook bij Turkse jongeren zien we dat ze zich vaak heel Turks voelen. Bij Somaliërs zien we weer andere problemen, die kúnnen soms niet integreren, ook al is de wil er vaak wel.”

Maar er moet wel ergens bezuinigd worden.
“Ik geloof wel dat er op inburgering bezuinigd kan worden. Iedereen die hier vrijwillig naartoe migreert, daarvan vind ik het terecht als ze zelf de inburgering moeten betalen. Maar vluchtelingen, die kun je wel verplichten om Nederlands te leren, maar ik vind niet dat zij er zelf voor moeten betalen.”

En als het rijke vluchtelingen zijn?
“Er zijn wel vluchtelingen met veel geld, maar het veiligstellen van het geld tijdens het vluchten is vaak niet mogelijk. De meeste vluchtelingen kunnen alleen wat kleren meenemen. Ik vind overigens niet dat je Turken en Oost-Europeanen moet laten betalen terwijl je het inburgeren niet verplicht stelt. Niemand gaat vrijwillig betalen om in te burgeren. Dat kan niet.”

Kun je ze wel verplichten om in te burgeren én te laten betalen?
“Ja, dat kan. In sommige gevallen kan de overheid betalen, of een gedeelte. Oost-Europeanen komen hier om te werken. Eigenlijk is het dan veel gevraagd om deze immigranten dan drie- tot vijfduizend euro te laten betalen om in te burgeren. Maar eigenlijk vind ik niet dat we naar de kosten moeten kijken. We moeten in eerste instantie kijken naar wat maatschappelijk nodig is.”

Wat vindt u ervan dat het doelgroepenbeleid afgeschaft wordt?
“Iedere gemeente doet het nu op haar eigen manier. Het doelgroepenbeleid zou meer landelijk ingevuld moeten worden en er moet een meer gerichte aanpak komen. Gemeentes moeten dan afgerekend worden op de resultaten. Dat er iedere twee tot drie jaar statistieken komen van de aanpak van de problemen. En dat gemeentes dan van elkaar kunnen leren. En daarin moet de landelijke politiek dwingend optreden.”

Wordt de huidige aanpak met de de komst van de nieuwe nota meteen afgeschaft?
“Minister Van der Laan heeft beleidsaanpak ontwikkeld op het gebied van onder andere problemen met Marokkaanse en Antilliaanse jongeren. In 2013, of misschien wel sneller, staat het gebruik van deze ontwikkelde methodes op nul. Daarmee bedoel ik dan onder andere de gezinscoaches en de straatcoaches, of stadsmariniers zoals ze in Rotterdam genoemd worden.”

Zonde van al het geld dat het gekost heeft.
“Inderdaad. Nog voordat bekend is wat het oude beleid heeft opgeleverd, belandt het alweer in de prullenbak.”

jana van de ven