Een betere wereld begint bij een goedkopere lokale markt

Bij mij achter was afgelopen weekend een oogstmarkt waar lokale boeren lokale producten kwamen verkopen. Waar blakende moekes hun zelfgemaakte bramenjam van zelfgeplukte bramen slijten. En waar lokale wijn kon worden geproefd, lokaal geproduceerde worst kon worden verorberd, en de dozen lokaal gelegde eieren al klaar stonden.

Ik toog met een volle portemonnee naar de markt in de veronderstelling dat ik iets goeds voor het milieu zou doen door al dat lokaals in mijn boodschappentas te laden. ‘Vandaag eten we iets seizoensgebonden, plaatselijks,’ dacht ik. Immers: in de buurt geproduceerd = lage vervoerskosten = weinig co2-uitstoot = als iedereen dat zou doen, een schonere en betere wereld.

Maar niet iedereen kan het zich veroorloven om die gewone producten te kopen, ontdekte ik al snel. Na een rondje markt was ik 25 euro kwijt aan een stukje brandnetelkaas, notenbrood, een potje jam en chutney. Daarna moest ik naar de Albert Heijn om meer boodschappen te halen om nog een volwaardig diner op tafel te kunnen zetten. Boodschappen die wel in Zuid-Afrika, Paraguay en Indonesië waren geteeld, met wat voordelige arbeid in elkaar waren gezet en daarna de halve wereld over waren gevlogen om dan nog steeds goedkoper dan wat een lokale boer er voor zou vragen in de schappen te liggen.

Hou toch op met gigaprijzen voor al die producten die geen drol hoeven te kosten. Een potje jam maken kan al voor tien cent. Vraag er dan geen 3,50 voor omdat je wil verdienen aan het ‘duurzaam leven begint bij jezelf’-principe. Een betere wereld begint bij een goedkopere lokale markt.

ivo van woerden