Vogelaarmomentje

Uilskuiken van de week: Rutger Castricum

Het is zielig voor Rutger Castricum. Komt hij helemaal naar de studio van De Wereld Draait Door gefietst om over zijn razend interessante boek Mijn Ibiza te praten, snijden ze plotsklaps een heel ander onderwerp aan. Dat was toch niet de afspraak? Ik bedoel: kan zoiets zomaar? Breng zo’n jongen van tevoren op de hoogte, geef hem tenminste de kans om beslagen ten ijs te komen.

“We zouden het toch over mijn boek hebben?” riep Castricum dan ook verbijsterd uit. Niemand leek hem te horen. Presentator Van Nieuwkerk niet, Jan Mulder niet en Frénk van der Linden en Felix Rottenberg ook niet. Het leek wel of ze er slechts op uit waren hem een hak te zetten.

Honend merkte Rottenberg op dat Castricum geen journalist is. Dat hij cabaret bedrijft. Dan denk ik bij mezelf: moet er nu echt zo hard op de man worden gespeeld? Toen Castricum helderheid probeerde te scheppen over zijn journalistieke methodes, viel Rottenberg hem opnieuw een paar keer in de rede.

Logisch dat Castricum dat niet prettig vond. “Mag ik misschien even uitpraten?” riep hij. Rottenberg en de anderen begonnen te lachen. Hoogst onfatsoenlijk, als je het mij vraagt. Voor de duidelijkheid: het is live televisie; zo’n pijnlijk moment knip je er niet even uit.

De gevolgen van deze uitzending zijn desastreus. Op de website Geenstijl.nl, waar Castricum zijn grootste fans had zitten, wordt hij sinds de uitzending van DWDD nauwelijks nog serieus genomen. “Aaaah treurig,” schreef een van de zogenoemde reaguurders, “Rutger is zo vierkant uitgelult (sic) dat het echt zielig voor hem werd… Buitengewoon treurig, Weesie flikker hem achter Cohen aan op straat, hij is door de grond gezakt als betweter.”


Die paar minuten televisie hebben zijn carrière verwoest. Zijn Rottenberg en zijn vrienden zich daar wel van bewust? Hoe kan Castricum ooit nog iemand ondervragen? Durft hij zich nog op het Binnenhof te vertonen? Elke politicus zal nu pesterig zeggen: “Mag ik even uitpraten?” Of: “We zouden het toch over mijn boek hebben?” Broodroof is het, trial by media. Te vrezen valt dat hij op dezelfde manier eindigt als uitgerangeerd sportpresentator Harry vermeegen.

Aangeslagen schijnt Castricum de studio uit te zijn gelopen. Het ontbrak er nog aan dat er een cameraploeg achter hem aan werd gestuurd. Zo van: “Is dit geen gnant moment? Meneer Castricum? Geeft u daar eens antwoord op? Nu!”

Ik neem aan dat Castricum vervolgstappen overweegt. Hij zou Rottenberg en die anderen wegens smaad of belediging voor de rechter kunnen dagen. Als dat niet lukt, zou ik als ik hem was de zaak aanhangig maken bij de Raad voor de Journalistiek, die per slot van rekening is opgericht voor oneerlijke mediabehandeling.

Omdat er tijdens de uitzending nauwelijks een woord aan Mijn Ibiza werd gewijd, zal ik dat op deze plaats dan maar doen. Het is een schitterend boek dat ik iedereen kan aanbevelen. Het gaat over een Spaans eiland waar Castricum veel verstand van heeft. Dat blijkt wel uit zinnetjes als dit: “Ibiza is ruim twee keer zo groot als Amsterdam, maar er wonen slechts zo’n 132.000 mensen.”

Mijn Ibiza staat boordevol nuttige informatie. Zoals dat Ibiza-Stad de hoofdstad van het eiland is en dat de mensen er niet alleen Spaans maar ook Catalaans spreken. Wist u dat?


Castricum komt er zijn hele leven al; hij weet dus waar hij het over heeft. De mooiste tijd was toen hij ’s zomers met zijn vrienden ging. “Nachtenlang dansen in de clubs, met André Hazes meeblèren in een karaokebar van San Antonio en de zon zien opkomen op de populairste stranden van Las Salinas of Cala Jondal.” Zijn ouders, merkt hij op, zijn ook nog altijd ‘besmet met het Ibizavirus’. U ziet, Mijn Ibiza is nog leuk opgeschreven ook!