‘Alles moet stiekem in Syrië’

Arabist Maarten Zeegers (1982) was correspondent voor de NRC in Syrië – in het geheim. Hij had er relaties met vrouwen – óók in het geheim. En hij zat op Koranles – als atheïst. Gesprek met een ras-avonturier over politiek, seks en religie in een Arabische dictatuur. ‘De man is in alles de baas.’

‘Door een medewerker’, stond er boven zijn reportages voor NRC Handelsblad vanuit Syrië. Geen naam of toenaam. Pas vorig jaar juli, toen hij werd opgepakt en het land uitgezet, wisten we met wie we te maken hadden: Maarten Zeegers, een arabist die tweeënhalf jaar in de Syrische hoofdstad Damascus woonde. Vorige week verscheen zijn debuut Wij zijn Arabieren, een verslag over de drie thema’s waarover je in Syrië niet mag praten: religie, politiek en seks. Hij ervoer alle drie aan den lijve: Zeegers studeerde islamitisch recht aan een aartsconservatieve faculteit, liep mee in betogingen tegen het regime, en had Syrische vriendinnen, van wie er een, Sarah, tegenwoordig zijn vrouw is.

Sarah ontmoette hij in maart vorig jaar, toen ze in het centrum van Damascus huilend toekeek hoe betogers door de oproerpolitie in elkaar werden geslagen en afgevoerd. Zeegers trok haar weg – het was veel te gevaarlijk om daar te staan huilen – en trakteerde haar op een ijsje. ‘Een liefdesgeschiedenis in de schaduw van de revolutie’ noemt hij het zelf. Het toppunt van romantiek, maar inmiddels is de realiteit wat minder mooi: ze wonen samen in Wenen, op een klein kamertje, totdat sarahs verblijfsvergunning voor Nederland rond is, wat nog wel een jaartje kan duren. Hun geliefde Syrië kunnen ze niet meer in.

Nu is Zeegers (29) even terug in Tilburg, waar hij vandaan komt, om zijn boek te promoten. Hij komt het café waar we hebben afgesproken binnen in een trainingsbroek met daarboven een keurig overhemd. Een wonderlijke combinatie, zoals er wel meer wonderlijk is aan Zeegers. Zijn houding tegenover Assad bijvoorbeeld: als een van de weinige westerse journalisten betwijfelt hij of het wel legitiem is om de Syrische president te onttronen, gezien de aanhang die hij nog altijd onder een groot deel van de bevolking heeft. Eigenaardig is ook zijn zwak voor Arabische vrouwen – met of zonder hoofddoek – en dat hij als overtuigd atheïst koranlessen heeft gevolgd.


U zat in de collegebanken met jongens die de zwaar gesluierde meisjes aan de andere kant van het lokaal niet aankeken, die hun tas niet op de grond zetten en niet staand aten – alleen omdat de profeet Mohammed het ook zo deed. Het verschil tussen u als atheïst en deze ultra-orthodoxen had niet groter kunnen zijn.

“Ik kwam inderdaad in een heel conservatieve omgeving terecht, waar de soenna, de traditie van de profeet, de leidraad is voor het leven. Daar gelden de meest absurde regeltjes. We gingen vaak voetballen met de studenten, die natuurlijk allemaal baden voor de wedstrijd, en op een dag kwam ik aan in korte broek. Daar werd ik meteen op aangesproken, want volgens de islam moet de man zijn benen tot over de knieën bedekken. Ik zei toen dat de profeet zich volgens een bepaalde hadith (verhalen over het leven van Mohammed – IdZ) ooit heeft vertoond in een kort broekje, en dat het dus wél mag. Op zo’n niveau communiceer je dan. Je kunt niet zomaar zeggen: ‘Ik ben geen moslim, dus wat is het probleem?’ Dat gaat er gewoon niet in.”

Is dat beeld representatief voor heel Syrië?

“Min of meer. Mijn medestudenten waren afkomstig uit de conservatieve burgerij. De meesten zagen er heel ouderwets uit, met van die oubollige broeken en overhemden, een pen in de borstzak, een scheiding in het haar en een vlassig snorretje. Daar heb je er in Syrië heel veel van.”

Maar de jongeren komen toch wel steeds meer uit dat strakke keurslijf?

“Dat durf ik niet te zeggen. Het Midden-Oosten is de laatste veertig jaar alleen maar meer geïslamiseerd, en als je dan ziet met wat voor dilemma’s die jongeren worstelen… Ik sprak eens een jongen die vastte terwijl het niet eens Ramadan was. Toen ik vroeg waarom, zei hij: ‘Ik heb een nare gewoonte, waar ik God vergeving voor wil vragen door te vasten.’ ‘Wat dan?’ wilde ik weten. ‘Dat is een privé-zaak,’ zei hij. Dan weet je al genoeg. Pubers worstelen enorm met hun seksualiteit, terwijl het geloof de leidraad moet zijn voor hun leven.”


U had in Damascus vriendinnen. Is dat anders dan een relatie met een Nederlandse vrouw?

“In de kern is het natuurlijk hetzelfde. Ook Syrische meisjes worden verliefd en hebben behoefte aan seks. Niets kan en niets mag, en dus gebeurt alles stiekem. Mijn beste vriend in Damascus sprak bijvoorbeeld in het geheim af met een vrouw die een nikab droeg, een gezichtsbedekkende sluier. Ze was getrouwd en had een dochtertje. Dan liep hij vijf meter voor haar uit, naar een garage waar een andere vriend een matras had neergelegd. Daar ging die nikab uit en gebeurde van alles wat niet mag.”

En intussen spelen die meisjes allemaal de onschuld zelf.

“Ieder meisje met wie ik een relatie kreeg, zei: ‘Jij bent echt de állereerste jongen die ik kus.’ En dan kreeg ik een heel ervaren zoen.”

U merkte ook dat Syrische vrouwen geweldig kunnen liegen.

“Ze moeten wel. Een meisje hoort niet naar het café te gaan, dus als je vader belt en je zit in het café, zeg je gewoon dat je in de bibliotheek zit. De mannen zijn stikjaloers – ‘Jaloezie is driekwart van de liefde,’ luidt een Arabisch spreekwoord – dus als een meisje door een oude vriend wordt gebeld, zegt ze dat het haar moeder was. Liegen wordt een tweede natuur. Mijn vriendinnen hadden met heel veel jongens tegelijkertijd contact. Ik ben meerdere malen bedrogen.”

Misschien was u niet jaloers genoeg?

“Dat zou kunnen. Een Arabische man neemt de vrouw haar vrijheid af, maar geeft haar bescherming. Een Nederlandse man geeft haar wel vrijheid, maar amper bescherming.”

Wat verstaan Arabische vrouwen onder seks voor het huwelijk?

“Een beetje voelen en op elkaar liggen, maar zonder geslachtsgemeenschap. Borstelseks, noemen ze dat. Maar er zijn natuurlijk ook vrouwen die heel braaf zijn.”


Willen de meeste Syrische vrouwen als maagd het huwelijk in?

“Ze willen wel seks, maar zonder dat hun maagdenvlies scheurt. Want dat kan levensgevaarlijk zijn. Het zou in Syrië niet voor het eerst zijn dat een dochter door haar eigen vader wordt vermoord.”

“De eer van de vader hangt af van de deugdelijkheid van zijn dochter,” schrijft u in uw boek.

“Voor Arabische vrouwen is het verliezen van hun maagdelijkheid voor het huwelijk echt een zonde. Het wordt niet geaccepteerd door de maatschappij. In Syrië trouwt een man niet met een vrouw die geen maagd meer is. Want dan ben je die man die met een hoer getrouwd is.”

Maar mannen kunnen wel gewoon seks hebben voor het huwelijk.

“Ik denk dat zeker de helft van de Sy-rische mannen zijn maagdelijkheid verliest aan een prostituee. Er is veel frustratie in de samenleving. De relatiemarkt is scheef: veel vrouwen komen niet eens buiten, dus dan is prostitutie een eenvoudig alternatief.”

Wat zegt de sharia, de islamitische wetgeving, over prostitutie?

“Dat is haram, verboden. Je moet getrouwd zijn om seks te hebben.”

Maar toch gaan de mannen naar de hoeren?

“Mensen die van buiten heel conservatief lijken, hebben ook gewoon seksuele behoeftes. Mensen zijn mensen, en dat is bij moslims natuurlijk niet anders.”

Wat maakt Arabische vrouwen eigenlijk zo aantrekkelijk?

“Het is een verboden wereld waar je in komt. In Egypte, waar ik ook tijdje heb gestudeerd, kwam ik eens een bedoeïenenmeisje tegen, met wie ik later een afspraakje had. Toen ik na een treinreis van acht uur vanuit Caïro voor het eerst met haar in één ruimte zat, was de spanning enorm! Dat meisje was gesluierd en deed heel langzaam haar handschoen uit. Ze zei: ‘Dit mag eigenlijk niet, want het is haram.’ Ik had toen niet het lef nog om initiatief te nemen, dus ik ging terug naar mijn hotel. De volgende dag wilde ik haar weer zien. Maar dat kon niet, want de veiligheidsdienst stond op de stoep en maakte me duidelijk niet de bedoeling was dat ik als westerling daar zomaar rondliep. Uiteindelijk heb ik die veiligheidsagent van me afgeschud en haar gebeld om te zeggen dat ik alleen was en haar kon zien. Maar intussen wist het hele stadje dat er iets aan de hand was, dus moest ik weer terug in de trein naar Caïro.”


Was u bij zulke afspraakjes niet bang dat een broer of neef van het meisje u te grazen zou nemen?

“Daar moet je inderdaad voor uitkijken. Een meisje wilde eens met me afspreken in een woning, en toen heb ik een vriend om advies gevraagd. Hij zei: ‘Als het op de begane grond of op de eerste verdieping is, kun je gaan. Maar als het hoger is niet.’ Hoezo, vroeg ik. Toen zei hij: ‘Als er dan iemand thuiskomt, kun je altijd nog uit het raam springen.'”

U maakt in uw boek een vergelijking tussen de Syrische dictatuur en het Syrische gezin. Leg eens uit?

“Syrische mannen hebben vaak autoritaire trekjes. Vrouwen worden klein gehouden, de man is de baas. Dat zie je trouwens niet alleen binnen het gezin, maar ook bijvoorbeeld aan de hiërarchie onder het personeel in een restaurant. Dat is gewoon een dictatuur in het klein! De baas zit lekker aan een waterpijp te lurken, de twee mannen daaronder zijn de hoofdobers, neven van de baas. Die gaan over het afrekenen en kunnen dus fooien achterover drukken. Daaronder zitten de mannen die de bestellingen opnemen, daaronder de mannen die de tafel afruimen, daaronder de glazenwassers en helemaal onderaan de Koerden (een achtergestelde minderheid – IdZ). Die verwisselen de kooltjes van de waterpijpen en leven van wat ze door de gasten toegestopt krijgen. Niemand durft buiten zijn eigen domein te treden. Mensen zijn bang om fouten te maken. Er is wantrouwen, corruptie en iedereen trapt naar beneden. Zo gaat dat bij alle bedrijven in Syrië.”

“De Syriërs hebben een regering die ze verdienen,” schrijft u.


“De profeet Mohammed zei het al: ‘Zoals jullie zijn, zo zal er over jullie geheerst worden.’ Sommige Syriërs zeggen: ‘Als je een trap wilt schoonmaken, moet je bovenaan beginnen.’ Daar bedoelen ze mee dat je de corruptie eerst op het hoogste niveau zult moeten aanpakken. Maar ik vind dat je niet bovenaan moet beginnen, maar bij jezelf .”

Merkte u dat u in Damascus continu in de gaten werd gehouden door de veiligheidsdienst? “Ze zeggen weleens dat de ene helft van de bevolking de andere helft bespioneert, dus ik had mijn vermoedens. Op een gegeven moment werd mijn eerste vriendinnetje opgepakt en ondervraagd over wat ik in Syrië deed. Dan denk ik: waarom bellen jullie mij zelf niet een keer op? Maar nee, dat moest allemaal weer op een Syrische manier. Er werd zelfs een prostituee ingeschakeld die me opbelde en hijgend zei dat ze seks wilde. Nu gebeurt het in Syrië wel vaker dat mensen willekeurig telefoonnummers draaien om zo in contact te komen met het andere geslacht. Dus ik dacht: misschien heb ik een keer mazzel. Maar de tweede keer dat ze belde, begon ze gekke vragen te stellen: hoe ik aan mijn geld kwam en waar ik studeerde. Toen wist ik dat het geen zuivere koffie was. Sindsdien durfde ik niet eens meer open te doen als er werd aangebeld. Ik dee het echt in mijn broek.”

Vorig jaar juli werd u opgepakt en na een middagje cel het land uit gezet. Enig idee wie u heeft verraden?

“Ik probeerde natuurlijk geheim te houden dat ik voor de NRC over de opstand schreef, maar soms klets je toch wel je mond voorbij. Je weet nooit wie er achteraf toch niet te vertrouwen was. Ik ben ook een keer in Homs (het epicentrum van de opstand – IdZ) geweest tijdens de onlusten. Dat is natuurlijk verdacht. Niemand gaat daarheen op het moment dat de kogels door de ruiten vliegen.”


Het was voor u dus geen verrassing dat u Syrië moest verlaten?

“Ik had het zien aankomen, maar als het eenmaal gebeurt, is het natuurlijk toch altijd schrikken. Maar als je met vuur speelt, moet je niet gaan huilen als je je vingers brandt. Achteraf mag ik nog blij zijn dat het zo goed is afgelopen. Syrië heeft me alles gegeven wat ik wilde toen ik wegging uit Nederland. Ik ging op zoek naar avontuur, en dat heb ik gekregen.”

Maarten Zeegers: Wij zijn Arabieren – Portret van ondoordringbaar Syrië. Podium, €18,50.

Irene de Zwaan