Bakkie troost

Bakkie troost

Verliezen voelt eerst als een brandende sigarettenpeuk

die op je wordt uitgedrukt.

En als de ergste pijn is weggezopen, maakt het je licht

in je kop: nog even en je smakt tegen de grond.

Verliezen haalt daarna het vuilste in je

naar boven, boort een laagje aan in het massiefste gedeelte van de hersenen waar nog nooit iemand is geweest.

Ready to kill, zeg ik zacht in mezelf, maar Van Bommel

is dan al gelukkig van mijn dure tv-scherm verdwenen.

De ochtend is zonovergoten,

maar loodzwaar van de leegte:

was dit het dan alweer?

Er welt een traan in me op, maar we houen het droog.

‘Woensdag pakken we de mof’, zegt buurman monter,

maar hij houdt van ballet

en de brok van het verlies is te groot

en dient in z’n geheel te worden verzwolgen.

Dan maar een bakkie troost

bij schoonmama.

Als we die verrekte zondagmiddag maar overleven.

Vanavond Spanje,

zouden we van ze hebben gewonnen?

J. F. M. van Deyssel