De ongelovigen nemen de kerken over

De deuren van de kerk gaan weer wagenwijd open. Maar niet voor God. Een fris en nieuwsgierig publiek beleeft de kerk op zijn eigen manier: zonder de zweverigheid en beknelling van religie maar met kunst, theater, lezingen en filosofie. Vanaf vorige week ligt de Bijbel voor Ongelovigen van Guus Kuijer in de winkels. Is de kerk van de toekomst er één zonder God?

Op mijn katholieke basisschool was ik de enige van de klas die niet gedoopt was en geen communie deed. Toch was ik degene die de bijbelverhalen het beste kende. Gewoon, omdat ik zo van verhalen hield. Guus Kuijer noemt de verhalen uit de bijbel zelfs ‘de allermooiste verhalen uit de wereldliteratuur’. Maar wie niet gelooft, leest ze niet, zegt hij. Daarom vertelt hij ze na: zijn Bijbel voor Ongelovigen leest als een roman en beschrijft Genesis als een ‘familiegeschiedenis van een groep koppige mensen, met Abraham als leider’. Daarbij draait het er niet om of God wel of niet bestaat. Het gaat alleen om de verhalen zelf. Dat is bijzonder.

Op zoek naar een nieuwe vorm van verdieping
Het gebeurt steeds vaker: religieuze gebouwen, rituelen, gebruiken en verhalen worden compleet losgekoppeld van het geloof en in een andere vorm gegoten, waar God niet meer aan te pas komt. Niet alleen krijgen leeggelopen kerkgebouwen nieuwe bestemmingen, ook de inhoud van kerkdiensten wordt in een nieuw jasje gestoken: In september opende de ZuiderZinKerk zijn deuren, eind oktober start de Preek van de Leek weer en in november is de eerstvolgende Kunstdienst.

“We hebben nog altijd behoefte aan rituelen, verhalen, muziek, samenkomst en stof tot nadenken,” zegt schrijfster en theatermaakster Frederieke Hijink (47) in Flow. Ze organiseert ze Kunstdiensten in de Verkade-fabriek in Den Bosch, waarin literatuur, theater, beeldende kunst en muziek worden gemixt tot een “voedzame pap voor de ziel”, lezen we op de website.

Atheïsmecampagne naast de A4; steeds minder mensen geloven in God

“Met de boodschap van de kerk had ze al niets meer toen ze oud genoeg was om haar mening onder woorden te brengen,” schrijft Flow over haar. “Maar het gevoel, het ritueel van je mooi aankleden, samen op pad gaan en met z’n allen in die banken zitten zingen, en daarna iedereen aan de koffie, daar kon ze nog naar verlangen.” Dus ging Frederieke op zoek naar een manier om dat terug te halen, maar zonder de beklemming die religie haar gaf. In de ‘zondagochtendmis’ van de Kunstdienst verkent ze als presentator met wisselende gasten de thema’s die in ieder leven spelen.

Ooit was de kerk een actief sociaal centrum waar mensen naartoe kwamen voor troost, zingeving, inspiratie en relativering. Maar tweederde van de Nederlandse bevolking noemt zichzelf vandaag de dag buitenkerkelijk (hoort niet meer bij een kerkgemeenschap) blijkt uit onderzoek en de kerken in Nederland sluiten bij bosjes (wekelijks sluiten er gemiddeld twee). Tegelijkertijd is een groot deel van die mensen nog wel op zoek naar een manier om zin te geven aan het leven. Ze gaan net als Frederieke op zoek naar een nieuwe vorm van verdieping: bezig zijn met religie, zonder de bovennatuurlijke inhoud ervan te onderschrijven, zoals Kuijer dat in zijn boek doet.

Religie als lopend buffet
Als kind groeide ik op met het idee dat trouwen in een kerk gebeurt. Die traditie roept een mooi beeld op. Later realiseerde ik me: trouwen in de kerk zit er voor mij helemaal niet in, ik ben namelijk niet gelovig. Dan voelt het toch ongepast, respectloos zelfs misschien, om in mijn trouwjurk voor een altaar te gaan staan.

Filosoof Alain de Botton, schrijver van het boek Religie voor atheïsten, denkt daar anders over. “Religieuze rituelen zouden de hele mensheid moeten toebehoren, niet alleen gelovigen,” is zijn visie. Kerst, bijvoorbeeld, heeft volgens hem niets te maken met de geboorte van Jezus; het draait vooral om thema’s als gemeenschap, feestelijkheid, vernieuwing. Thema’s die stammen uit een tijd vóór de context waarin ze in de loop der eeuwen door het christendom zijn geplaatst.

De Botton pleit daarom voor het opnieuw opeisen van die rituelen. “God is niet voor niets verzonnen. Er waren dringende kwesties die ons daar toe brachten, en die spelen nog altijd,” zegt hij in zijn boek. Hij stelt een selectieve roof van bepaalde ideeën voor, waarmee we de gaten in onze samenleving kunnen vullen. In Londen krijgt hij iedere zondagochtend de zalen stampvol met zijn Sunday Sermons: preken voor niet-gelovigen van grote namen in de kunst en wetenschap.

Trouwen voor de kerk is mooi, maar wat als je niet gelooft?

Kerk voor atheïsten
Dit soort Alain-de-Botton-achtige fenomenen groeien dus ook  in Nederland. Zou ik toch per se voor de kerk willen trouwen, dan kan dat bijvoorbeeld in de ZuiderZinkerk in de voormalige Lutherse kerk in Den Bosch. Daar wordt invulling gegeven aan rituelen rond speciale gebeurtenissen als een huwelijk, een geboorte of een begrafenis, in de inspirerende ambiance van een kerk. Maar zonder kerks te zijn, leggen organisatoren Annemarie Roefs en Annemarie The-Vegt uit in het Brabants Dagblad. De diensten worden geleid door mensen zelf, in plaats van door een dominee of pastoor.

Ook De Preek van de Leek keert weer terug dit jaar. Een concept waar bijvoorbeeld Jan Jaap van der Wal en Paulien Cornelisse eerder voor preekten, niet vanuit hun geloofsovertuiging maar vanuit hun persoonlijke drive. “Vroeger waren dominees opiniemakers, die rol is nu overgenomen door columnisten, cabaretiers, schrijvers, journalisten, politici en wetenschappers,” lezen we op de website.

Groeiende behoefte
Blijkbaar is de behoefte aan dit soort diensten groot. De Kunstdiensten verhuizen naar een grotere zaal omdat ze altijd zijn uitverkocht, de Preek van de Leek loopt als een trein en ook de Zuiderzinkerk verwacht volle zalen.

Ergens klinkt dit alles ook wel interessant. Maar tegelijkertijd voelt het als een geval van ‘wel de lusten, niet de lasten’, en dat lijkt oneerlijk. De Botton zelf zegt daarover: “Mensen zullen tegenwerpen dat religies geen buffet zijn waaruit naar believen de lekkerste hapjes kunnen worden gekozen. Toch is menige godsdienst ten onder gegaan aan de onredelijke eis dat aanhangers alles op hun bord moeten opeten.”

Zelf begin ik eerst maar eens met het boek van Kuijer, zijn verhalen las ik als kind immers het liefst van allemaal.