Henk Kamp loopt verbaasd rond

Het zijn dolle dwaze dagen voor Henk Kamp. Hij moet als minister van Economische Zaken wel van de ene in de andere verbazing vallen. Laat ik beginnen te stellen dat ik een fan van hem ben. Hoewel je er bij politici nooit zeker van kan zijn of en welk spel ze spelen, maakt hij als een van de weinigen de indruk dat er geen dubbele bodem in zit. Hij zegt wat hij vindt, wat ze ook van hem mogen vinden. Ook denk ik dat hij veel kan. En dat is nodig, op EZ.

Gisteren stuitte ik op één dag op twee zaken die erop duiden dat hij nog wel veel en snel zal moeten leren.

Dat milieu komt wel
In de Tweede Kamer moest hij uitleg geven over de mate waarin zijn ministerie geld dat bedoeld is voor het stimuleren van groene energie, gebruikt voor begrotingsdoeleinden. De ministeries zijn daar kennelijk vrij in. Elk nieuw kabinet legt z’n departementen tenminste één keer per periode – maar ook wel vaker – een zogenaamde taakstelling op. Plat gezegd: ga krimpen.

Elk ministerie mag met zijn budget schipperen tussen begrotings- en programmadoelstellingen. Snijden we in de eigen organisatie – dat is met het nog altijd bestaande speciale ontslagrecht voor ambtenaren niet eenvoudig en het gaat zeker niet snel – of geven we minder uit aan programma’s. Bij EZ deden ze het laatste en EZ is een mammoettanker. Henk Kamp heeft het zo niet zelf bedacht maar hij zit er wel mee. Verbazing. Bij EZ is het eigen volk eerst, dat milieu kan altijd nog.

Nederlands ondernemingsklimaat
In een heus Nieuwsjaarsinterview in Het Parool stelt Kamp dat zij ‘er vol goede moed tegenaan gaan’. Hij heeft het dan over zichzelf en zijn ministerie. Hij loopt duidelijk aan de zonnige kant van de straat, een kant die de meeste burgers nog niet in beeld hebben.

Toch moet ik Kamp adviseren eens wat vaker langs te gaan bij het onder zijn ministerie vallende zelfstandig bestuursorgaan dat Centraal Bureau voor de Statistiek heet. Want hij ziet dingen die er op dit moment niet zijn. Zoals de veronderstelde innovatiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven. In de publicatie De Staat van Nederland Innovatieland wordt Nederland als follower – en dan nog in de middenmoot van dat segment – ingeschaald. Duitsland, Zweden, Finland en Denemarken zijn innovation leaders, wij hangen ergens tussen Groot Brittannië en Oostenrijk. Dat ‘doorgaan’ van Kamp is dus nogal overdreven, laten we er eerst maar eens mee beginnen.

Helemaal bont maakt Kamp het als hij erover begint dat Nederland verhoudingsgewijs ‘zelfs’ meer ondernemers telt dan de Verenigde Staten’. Hij illustreert daarmee het in zijn ogen prima ondernemingsklimaat in ons land. Binnen de Nederlandse definitie vallen ook de 728.000 ZZP-ers die Nederland eind 2011 telde. Dat aantal zal alleen maar toegenomen zijn. Zijn dat ondernemers? Juridisch wel. Maar in de praktijk zijn het bikkelende éénpitters met een steeds maar krimpende orderportefeuille. Die gaan niet voor werkgelegenheid en een groeiende economie zorgen

K. Buldermans