De schutter van Osama Bin Laden verdient een fatsoenlijk pensioen

Het is een paar dagen na elf september, 2001. George W. Bush staat op een berg schroot in New York met in zijn ene hand een verlegen lachende brandweerman en in de andere een megafoon.

Hij maakt een paar beleefde grapjes, begint aan een obligaat verhaal, en spitst dan zijn oren. ‘I can’t hear you,’ roept iemand achterin het publiek. Bush kijkt waar de kreet vandaan komt, zet de toeter nog wat dichter aan zijn lippen en roept: ‘But I can hear you. The rest of the world can hear you, and the people who knocked down these buildings will hear from all of us soon.’

De Schutter


Zijn woorden waren mijlenver verwijderd van de gladde en stukgeredigeerde praatjes van zijn opvolger, die nog geen boodschappenlijstje zou opstellen zonder daarbij een legertje aan speechschrijvers uit bed te bellen. George W. Bush zette in twee eenvoudige zinnen, spontaan, welgemeend, en even jolig als verbeten uitgesproken, zijn buitenlandbeleid voor de komende zeven jaar neer. Alleen dat laatste woordje, soon, had hij beter achterwege laten. Het zou een kleine tien jaar duren voordat de hoofdverantwoordelijke zijn verdiende loon in lood kreeg uitbetaald. Bush was toen al drie jaar met pensioen. Datzelfde geldt nu ook voor de man die de trekker overhaalde.

Vorige week gaf De Schutter, zijn ware identiteit blijft een mysterie, een interview aan het Amerikaanse blad Esquire. Veel interessanter dan zijn verhaal over de missie zelf, dat we inmiddels goed kennen uit het boek No Easy Day van zijn collega Mark Owen – het pseudoniem Gary Barlow was kennelijk al bezet – is wat er gebeurde nadat De Schutter vorig jaar het leger verliet. Zijn contract liep op dat moment nog vier jaar door, maar op enige coulantie hoefde hij niet te rekenen. Hij maakte geen aanspraak op het militaire pensioen van 2.179 dollar per maand, en zijn ziektekostenverzekering werd stopgezet. Wel waren ze op de kazerne zo attent om hem aan werk te helpen. Ze konden een baantje regelen als chauffeur van een biertruck in Milwaukee. ‘Thanks for your sixteen years. Go fuck yourself.’

Regelrechte schande
Dat men in de Verenigde Staten niet altijd even zorgzaam omspringt met haar veteranen is geen geheim. Soldaten krijgen aan het einde van hun dienst een emmer sop en een zeemlap in handen gedrukt, en worden vervolgens op het dichtstbijzijnde kruispunt afgezet. Het geeft niet. Amerikanen geloven in zelfredzaamheid, en daar kunnen we in Europa nog wat van opsteken. Maar om de man die eigenhandig Bin Laden executeerde de rest van zijn werkzame leven fusten bier de trap van studentenhuizen op te laten sjouwen, is een regelrechte schande. Van een overheid verwacht je dat ze zorgvuldiger met haar helden omgaat dan een platenmaatschappij.

Toeval of niet: vorige week werd ook bekend hoe George W. Bush zijn pensioen doorbrengt. Hij heeft zich op het schilderen gestort. Op internet verschenen foto’s van de wonderlijke zelfportretten die de oud-president tegenwoordig voortbrengt vanuit zijn ranch in Texas. Curieuze doeken zijn het, die om mij onduidelijke redenen vrijwel exclusief in de badkamer gesitueerd zijn. George W. Bush schildert zichzelf bij voorkeur in bad of onder de douche. Hij komt het huis alleen nog maar uit om badzout of kwasten te halen. Het is hem gegund, maar eerlijk is anders. De schilderijen van de oud-president groeiden in korte tijd uit tot cultobjecten. Vrijwel alle grote kranten en tijdschriften ruimden kolommen in voor kunsthistorici en andere kenners om zijn werk te duiden. Alleen Joost Zwagerman kwam niet aan het woord.

Genoeg voor een onbekommerd leven
Zelden zal een debuterende kunstenaar zo breed zijn uitgemeten in de pers. De schilderijen moeten inmiddels honderdduizenden, zo niet miljoenen dollars waar zijn. Geld dat De Schutter goed kan gebruiken. Het zou George W. Bush sieren wanneer hij zich het lot van zijn collega-pensionado zou aantrekken, en een paar van zijn schilderijen veilt voor het goede doel. De moordenaar van Bin Laden heeft recht op een fatsoenlijk pensioen. Genoeg voor een onbekommerd leven, een goede ziektekostenverzekering, en een paar fusten bier. Die heeft hij wel verdiend.

Stephan ter Borg