Robbie Rogers is homo én profvoetballer, en dat is heel normaal

We mogen ons in Nederland graag voorstaan op onze tolerantie en wijzen op Amerikaanse Christengekkies die homo’s als het absolute kwaad proberen weg te zetten. Toch werd in de Verenigde Staten dit weekend een stap gezet die in Nederland nog altijd ver weg lijkt.

Afgelopen zondag kwam Robbie Rogers dertien minuten voor tijd in het veld voor veteraan en naamgenoot Robbie Keane. ‘Robbie, Robbie, Robbie,” scandeerden de fans van Los Angeles Galaxy. Dat was vooral vanwege de hattrick die Keane eerder die wedstrijd had gemaakt, maar ook voor Rogers moet het als een prettig welkom hebben geklonken. Het voelde zo lekker normaal, zei Rogers en dat moet heel prettig zijn geweest voor de eerste openlijk homoseksuele voetballer op de Amerikaanse velden.

Begin dit jaar had Robbie Rogers besloten dat het genoeg was geweest. 25 jaar lang verborgen houden wie je bent, enkel en alleen omdat je je staande wilt houden in een wereld waar geen plek lijkt te zijn voor homoseksualiteit. Rogers besloot open kaart te spelen, maar daarmee wel de voetballerij vaarwel te zeggen. “Now is my time to step away. It’s time to discover myself away from football.

Maar de dromen bleven. De dromen die de Amerikaanse middenvelder ook in zijn coming-out al vermeldde. De dromen van een WK, een Olympische Spelen en van het trots maken van zijn ouders. Robbie Rogers bleef dromen van een voetbalcarrière ook al was dat als homo een stuk minder makkelijk geworden.

Aangemoedigd door de in Amerika steeds sterker wordende lobby voor meer homoacceptatie in de sport. NBA-ster Jason Collins kwam vorige maand al uit de kast en nu is er de rentree van Robbie Rogers op het hoogste voetbalniveau in Amerika. Dertien minuten speelde Robbie Rogers zondag mee met zijn nieuwe club Los Angeles Galaxy en wat was het allemaal lekker normaal. “I keep saying the word normal, normal but it was. It was just good to back.”

Een zelfverkozen pauze, maar Robbie Rogers staat gewoon weer op het voetbalveld. Laten we hopen dat dat in Nederland straks net zo gewoon is.