Een analyse van dat nieuwe pensioenplan

Zondag presenteerden drie representanten van de jongerenafdelingen van D66, PvdA en VVD een alternatief pensioenplan.

Dat deden ze met veel enthousiasme, ze lieten zich niet van de wijs brengen door de onnozele vragen en reacties van Buitenhof-presentator Kees Driehuis. Ik schreef er zondag al een bijdrage over en beloofde er later nog op terug te komen.

Via deze link kunt u het plan gedetailleerd teruglezen. Na eerste bestudering zeg ik dat het een goed plan is, tenminste in de zin dat het aanmerkelijk beter is dan de slecht functionerende ratjetoe die we nu ons pensioenstelsel noemen. Ik pak er wat onderdelen uit.

Besturen ontberen kennis
Op dit moment legt elke werknemer die een CAO kent maandelijks geld opzij voor zijn pensioen. Dat gaat verplicht, de werkgever houdt in en draagt af. Dat heeft er al toe geleid dat we in Nederland tussen de 350 en 400 pensioenfondsen hebben, elk met een bestuur en apparaat. Aan die wildgroei moet een einde komen al was het alleen al omdat deze duizenden bestuursleden overwegend de kennis ontberen die nodig is, zoals ook toezichthouder De Nederlandse Bank rijkelijk laat al vaststelde.

Het plan van de jonge honden stelt dat iedereen in Nederland verplicht voor zijn pensioen zou moeten sparen. Dat zou – binnen zekere grenzen – ook fiscaal gefaciliteerd moeten worden. Dat is het nu ook, maar ZZP-ers bijvoorbeeld vallen in veel opzichten nog buiten de boot.

90 procent van pensioenfondsen overleeft het niet
Vervolgens zou elke pensioenspaarder keuzevrijheid moeten hebben als het erom gaat waar hij zijn centen laat beheren. Dat is een even simpel als briljant idee, het zal dan snel gedaan zijn met 90 procent – mijn schatting – van de huidige pensioenfondsen. Die zullen minder blijken te presteren dan de resterende 10 procent en zullen om die reden niet overleven – u en ik stoppen er ons geld niet in. ‘Niet overleven’ dient uiteraard gelezen te worden als een door de toezichthouder bewaakte verplichte overdracht van hun middelen naar een van de overblijvende fondsen. Dat gaat ongetwijfeld lagere kosten betekenen en hogere opbrengsten, alle economische principes krijgen er een kans.

Nieuwe toetreders worden, uiteraard na verkregen vergunning, toegestaan. Dat zal de concurrentie en dus de resultaten verbeteren. Nu is er geen concurrentie.

Zelf bepalen wanneer je met pensioen gaat
Binnen zekere grenzen krijgen pensioenspaarders ook de mogelijkheid te bepalen wanneer het pensioen ingaat. Dat is heel verstandig. Ik ken mensen die graag met hun 60ste willen, ik ken er ook – ik ben er een – die misschien nog niet eens op z’n 70ste willen.

Het meest ingewikkelde en meest controversiële aan dit het plan vind ik de risico-differentiatie die er, afhankelijk van de leeftijd van de verzekerde, zou moeten komen. Het klinkt heel plausibel om te stellen dat voor jongeren meer beleggingsrisico genomen zou kunnen worden – zij hebben nog veel tijd om te herstellen van eventuele klappen – terwijl naarmate de leeftijd vordert het risico minder zou moeten worden.

Ik volg de beurzen al een jaar of 25, ben ook actief belegger en juist dat maakt dat ik terughoudend ben. Ik kan dat aan de hand van de afgelopen 25 jaar ook wel illustreren. Het wordt wat ingewikkeld, reden waarom zoveel mensen hun pensioen niet echt willen volgen, maar het is de moeite waard.

Stel dat ik in 1995 als jongere zou zijn begonnen met mijn opbouw. Een groter risico zou dan zeker hebben betekend dat ik overwegend zou zijn begonnen in aandelen, stel twee derde. Dan zou ik al vijf jaar later het hoogtepunt van de AEX rond 700 hebben meegemaakt en alles zou er fantastisch hebben uitgezien. Maar in 2009, een kleine 15 jaar later, zou ik een AEX van 194 hebben meegemaakt en dat zou hebben betekend dat er op mijn twee derde in aandelen sinds 2000 een verlies van 73 procent werd gerealiseerd, misschien wel precies op een moment dat ik, bijna vijftien jaar ouder, naar een lager risicoprofiel zou willen overstappen met lagere rendementen.

Het gevaar van risicodifferentiatie
Mijn kapitaal zou in 2009 zeer aanmerkelijk lager zijn geweest dan in 2000. Vervolgens kom ik dan in een periode van zeer lage rendementen op spaargeld en obligaties en is het maar de vraag of ik daarmee nog tijdig het gat ga dichtlopen. En tenslotte zal het zo zijn dat, hoewel ik ergens rond 2015 aanmerkelijk meer in veiliger obligaties heb belegd, door de dan stijgende rente de waarde van die obligaties snel fors afneemt. Ik kocht ze met een lage rente, bij een hogere rente gaat niemand meer dezelfde koers betalen.

Wat ik hierboven beschrijf zou een traditionele aanpak zijn van een pensioenfonds om met opschuivende risico’s, gekoppeld aan leeftijd, om te gaan. Dat kan zeer gevaarlijk uitpakken. Alternatieven zijn er ook: anticyclisch beleggen. Maar dat zal de toezichthouder waarschijnlijk niet goedkeuren want dat is veel verder van zijn bed dan de toestanden die de afgelopen jaren wél werden getolereerd.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, ASML, DSM, Heineken, KPN, Philips, Shell en Unilever en is Short in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn. Volg Dr Doom op Twitter.
———

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd op Twitter