Vacature bij het CDA: geloofwaardige oppositievoerders (m/v)

Zelf vinden ze het heerlijk, althans, dat zeggen ze. Is er eindelijk tijd voor het ‘eigen geluid’. Maar ook na ruim een half jaar Rutte II is het nog wennen: een christendemocraat die tijdens een groot debat naar de interruptiemicrofoon rent om een staatssecretaris of minister het vuur na aan de schenen te leggen.

De CDA’er stelt wat lastige vragen, slingert wat veroordelende woorden richting Vak K, steunt wel of geen motie en wandelt daarna terug naar zijn stoel. De partij worstelt met zichzelf en dat blijkt ook uit de peilingen: de ruimte voor het ‘eigen geluid’ uit de oppositiebanken heeft niet tot een opwaartse trend geleid.

Oppositie tegen eigen beleid
Het grootste probleem is dat het CDA nu oppositie voert tegen beleid waar de partij zelf voor een aanzienlijk deel verantwoordelijk voor is. Immers, de partij zal sinds 2002 in de regeringen.

Het grote debacle van de Fyra bijvoorbeeld, is voor oppositiepartijen een goede aanleiding om zich oprecht kwaad te maken en Kamervragen te stellen. Zo ook CDA’er Sander de Rouwe. Hij verwijt staatssecretaris Mansveld niet adequaat te handelen. “Kennelijk weet de staatssecretaris nog niet genoeg, terwijl voor de hele Benelux als sinds vrijdag duidelijk is wat er aan de hand is. […] de NS is heel erg door het ijs gezakt, ik had gehoopt dat de bewindsvrouw dat nu ook zou benoemen.”
Dat het CDA twee ministers van Verkeer (Karla Peijs tussen 2003 en 2007 en Camiel Eurlings van 2007 tot 2010) heeft geleverd voordat de Fyra daadwerkelijk niet ging rijden, blijft gemakshalve onvermeld.

De geloofwaardigheid van het CDA is nog niet hersteld na jaren van moeizame coalities en langdurig dezelfde gezichten op onze beeldbuizen. Kamerlid Pieter Omtzigt is een waakhond der democratie, een terriër op het Binnenhof, maar zelfs aan hem kleven de jaren van Kamerlidmaatschap in een fractie van een regeringspartij. Omtzigt ging er met gestrekt been in op staatssecretaris van Financiën Frans Weekers toen die op de grond lag. In 2005 waren de rollen echter omgedraaid, meldde de Volkskrant. De waarheid lijkt ergens in het midden te liggen, maar het is een smetje op zijn blazoen.

Bestuurders, geen oppositievoerders
Het CDA is een club fatsoenlijke mensen, zonder poespas. Geen vileine oppositievoerders – die had de partij ook nooit nodig. De vorige keer dat de partij buiten de regering viel – de paarse jaren – werd de partij in het bestuurderszadel geholpen door juist géén oppositie te voeren tegen Fortuyn – en zeker niet door een barricaderende Balkenende.

Toegegeven, huidig lijstaanvoerder Sybrand Buma wist zowaar de Kamervoorzitter aan het huilen te maken. Maar deze ‘laatste druppel’ (ook gij, Buma!) kan toch weinig veranderen aan zijn uitstraling als dominee uit een middelgroot dorp.

Voordat het CDA de weg omhoog écht kan inzetten, heeft de partij geloofwaardige oppositietijgers nodig die met vuur hun standpunten verdedigen, in plaats van een belegen 7 puntenplan. Waar is de nieuwe Camiel Eurlings (of wanneer komt-ie terug)?

De speech van Camiel Eurlings tijdens het CDA-congres in 2010, toen het CDA besloot over samenwerking met de PVV.

Download de gratis app van Tablisto om ons maandblad op uw tablet te lezen
Volg HP/ De Tijd en Pieter Yspeert op Twitter
Volg HP/ De Tijd op Facebook

Meer leuke content? Like ons op Facebook