Beter milieu? Prima, maar het mag niks kosten

Deze maand publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek het rapport Green growth in the Netherlands 2012.

Het is een gedegen werkje en u kunt het gratis hier downloaden. Als Nederlanders hoeven we niet trots te zijn op de uitkomsten. We boeken op ongeveer alle terreinen vooruitgang – soms ook forse vooruitgang – maar het brengt ons niet verder dan in de middelmoot van Europa. Daar stonden we. Daar blijven we.

De belangstelling voor het milieu gaat steeds gelijk op met ons economisch welbevinden, afgezien van wat diehards die het ofwel altijd onzin vinden ofwel altijd vinden dat we er te weinig mee bezig zijn. Ook binnen de politiek ligt het globaal zo. Sterk stijgende uitgaven aan een beter milieu belanden grotendeels op de plank als er bezuinigd moet worden. Niet dat we dan niks meer doen maar de politiek volgt daar de wens van het volk en dat is best bijzonder. Want op andere terreinen laat dat nogal te wensen over.

Het kunstje waar we in het milieu naar op zoek zijn heet decoupling, we willen economische groei terwijl tegelijk de nadelen voor het milieu afnemen. Liefst sterk afnemen. Dat lukt, zoals u zult zien als u het rapport leest, overwegend wel maar niet in spectaculaire mate. Andere Europese landen laten ons met gemak hun zolen zien.

Op pagina 47 vindt u onder de kop Willingness to pay het meest relevante deel, wat mij betreft.

In 2002 was nog 44 procent van de bevolking boven de 18 bereid extra te betalen voor een beter milieu, in de vorm van hogere belastingen. In 2012 is dat percentage gedaald naar 24, bijna een halvering.

En zo kom ik dan op een kop voor dit artikel.