Verdwaalde inlegkruisjes (over wat ik allemaal níet op Facebook zet)

Laatst betaalde ik in een boekwinkel met een boekenbon waar een inlegkruisje aan vast zat geplakt. De mensen in de winkel deden alsof ze het niet zagen. Dat was fijn.

Ik zette het op Facebook. Vijftig mensen vonden dit leuk. Ik vond het vooral achteraf leuk; op het moment zelf wilde ik liefst in een zwart gat verdwijnen. Ik vertelde er overigens niet bij dat ik in de boekhandel zocht naar mijn net verschenen dichtbundel Wildberichten maar hem niet vond. Wel mijn vorige bundel, van drie jaar geleden. Ook leuk hoor, maar we leven nu tenslotte. Ik troostte me met de gedachte dat hij natuurlijk gewoon uitverkocht was.

Antiheld
Later, terwijl ik bij H & M mezelf in een krap troostjurkje perste, mopperde ik inwendig dat ik verdorie drie jaar lang met ziel en zaligheid aan die bundel had gewerkt, en waar-je-het-eigenlijk-allemaal-voor-deed. Een discussie die ik overigens beter niet met mezelf kan voeren, er is namelijk geen eenduidig antwoord op deze vraag te vinden, hoe goed je ook zoekt. Verder dan platitudes (wie schrijft die blijft) kom je meestal niet, of je moet jezelf willen verliezen in de aanstellerige folder-reuteltaal waar veel kunstenaars al het patent op hebben. Maar ook dat deelde ik allemaal niet op Facebook. De antiheld uithangen is aantrekkelijk, mits je daar een subtiel evenwicht in weet te vinden.

Je hoereert jezelf maar wil niet genaaid worden
Ik kocht in de boekhandel ook de nieuwe HP/DeTijd. Daarin werd onder andere mijn HP/DeTijd-internetcolumn van kort geleden genoemd: ‘Baas in eigen kut’. Best wel grappig eigenlijk, met een inlegkruisje betalen voor een blad waarin je ‘kutcolumn’ wordt aangehaald. Ik had dat op FB kunnen zetten maar deed het niet, bang als ik was om als ijdeltuit over te komen. “Heb je haar weer, met d’r columns, d’r bundels.” Het blijft lastig. Enerzijds heb je als auteur de social media nodig om jezelf te ‘verkopen’. Anderzijds wil je je integriteit niet in gevaar brengen. Of zoals Willem Kloos het schrijverschap ooit formuleerde: “Je hoereert jezelf maar wil niet genaaid worden.” En toen wás er nog geeneens internet. Moet je nagaan.

Ongemakkelijk naakt
Nog een voorbeeld. Ik werkte laatst een dag in het atelier van mijn geliefde, meneer K. Hij had op een gegeven moment een model nodig en vroeg of ik (naakt) op een groot vel papier wilde gaan liggen, zodat hij mijn contouren kon tekenen. Even later stond ik in mijn rillende huid midden in een door licht overgoten atelier en merkte dat ik me ongemakkelijk voelde omdat ik recent een paar kilo was aangekomen. Tegelijkertijd voelde ik me ongemakkelijk vanwege die ongemakkelijkheid. Geen haar op mijn hoofd zou ook maar overwegen om dat kwetsbare moment met Facebook te delen.

Er bestaan geen geslaagde levens
Nu heb ik niets tegen het delen van klein/groot leed op Facebook, ik bezondig me er zelf ook geregeld aan. Het zou alleen wel wat minder serieus mogen allemaal. De meest vreselijke soap-opera’s en anamneses vliegen je af en toe om de oren. Terwijl ellende, mits met de nodige relativering en zelfspot gebracht, hilarisch leuk kan zijn. Al was het maar als tegenwicht voor die zogenaamd geslaagde internetlevens. Er bestaan geen geslaagde levens. Hoewel, nu ik erover nadenk, heb ik er een paar gekend, eerlijk is eerlijk. Gelukkig liep het daar slecht mee af.

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook