Ik wil ook man flu

Als ik zeg man flu, dan weet u meteen wat ik bedoel, of niet?

Ik heb besloten dat ik deze week man flu heb. Waarschijnlijk zou een arts zeggen: ‘een verkoudheidje’. Maar aan ‘een verkoudheidje’ heb je niks. Dat is niet zielig, je gaat er niet dood van, je hoeft er niet eens vrij voor te vragen van je werk. Nee, man flu. Dat wil ik.

Ik wil ook een keer alles uit mijn ‘verkoudheidje’ halen wat er mogelijk uit te halen valt. De hele week tegen iedereen roepen dat ik ‘echt heel ziek’ ben, dat alles pijn doet, of niet praten omdat praten teveel moeite kost. Als een vaatdoek op de bank liggen, alles afzeggen, al mijn huishoudelijke taken laten versloffen en mijn gezin verwijten dat ze niet genoeg medelijden met me hebben.

Overdrijven
Normaal gesproken negeer ik ‘verkoudheidjes’ min of meer. Hooguit trek ik warmere kleren aan of slik ik drie keer zo veel vitaminepillen als normaal. Het voelt wel rot, maar een mens kan met een verkoudheid functioneren. Zeker een mens met kinderen, die gaat gewoon door met alles wat er moet gebeuren, ziek of niet ziek.
Een mens. Maar een man niet. De meeste mannen denken dat ze dood gaan of iets daar in de buurt als ze verkouden zijn.
Zojuist kwam ik erachter dat man flu zelfs als begrip bestaat op Wikipedia: het fenomeen dat mannen verkoudheid vaak overdrijven, verwarren met griep.

Ik heb nog nooit een vriendje gehad die verkoudheid niet verwart met griep. Meestal zeggen mannen, hardop: ‘Ik ben nooit ziek.’ Maar áls ze ziek zijn, is jouw medelijden nooit groot genoeg. Ze Lijden ze met een hoofdletter L. Als ze hun teen stoten, of een knieblessure oplopen tijdens een sportwedstrijd, of iets anders hebben, een schaafwondje of zo, dan trouwens ook. Volgens mij kent iedere vrouw die relaties heeft met mannen het fenomeen en ergert zij zich er wel eens aan. (Ja, als mannen zouden moeten baren, zouden er honderd procent zeker geen baby’s meer worden geboren.)

‘De moderne man is een vrouw met een baard’
Vorig jaar kopte de online krant The Thelegraph ‘Man flu: the truth that women don’t want to hear’. Er stond dat mannen met een hoog testosteron level inderdaad een minder stevig immuunsysteem hebben. Maar dan nóg.
Als ik evenveel verdien als mijn man, evenveel (nee, meer) in het huishouden doe, evenveel met de kinderen doe, even weinig vrije tijd heb, als hij ook gezichtscrème smeert en naar een pedicure mag. Als de moderne man, eigenlijk, bijna, een vrouw is met een baard zoals Joost de Vries schreef in De Groene Amsterdammer vorige maand, dan mag ik ook een keer man flu.

Dus als iemand me vraagt deze week hoe het gaat, zeg ik: ‘Héél slecht. Ik ben ziek.’
En in mijn vuistje gniffel ik.