Oekraïne wil vechtdolfijnen terug, Rusland geeft niet thuis

De spanning tussen Oekraïne en Rusland lijkt een beetje te zijn bedaard.

Na de annexatie van de Krim is het Russische leger vooralsnog niet doorgestoten naar de rest van Oekraïne, dat momenteel wel zijn handen vol heeft aan de pro-Russische separatisten die het land dreigen te verscheuren. Deze relatieve rust is misschien ook hét moment voor een vraag van Oekraïne aan de Russische regering: “Beste Poetin, mogen wij onze dolfijnen misschien terug?”

Bij de inname van het schiereiland kwam het Russische leger voor een aangename verrassing te staan. In een aquarium bij de stad Sebastopol werden in het diepste geheim dolfijnen getraind om militaire taken uit te voeren. Denk hierbij aan het opsporen van zeemijnen door middel van hun sonar, nadat ze uit een helikopter in zee zouden zijn gedropt.

Het programma werd opgezet in de tijd van de Sovjet-Unie, maar toen die uiteenviel kwam de klad erin en was het lot van de dolfijnen jarenlang onzeker. Het vermoeden bestond dat de zeezoogdieren aan Iran waren verkocht. Uiteindelijk besloot het Oekraïense leger in 2012 het programma nieuw leven in te blezen, waarmee het afgezien van de Amerikaanse marine het enige leger ter wereld was dat van de slimme beestjes gebruik maakt.

Dat unieke aspect spreekt ook de Russen aan, die de dolfijnen (hoeveel het er precies zijn is onbekend) nu in handen hebben. Volgens ingewijden hebben de Russen grootse plannen met de Flippers, en zijn ze niet van plan om de dieren terug te geven. De dieren kunnen onder meer ingezet bij het zoeken naar gezonken onderzeeërs en het opsporen van vijandelijke duikers. Het is te hopen dat het Russische leger ze een beter lot geeft dan de anti-tankhonden, die met name in de Tweede Wereldoorlog veelvuldig werden ingezet.