Column Beatrijs Ritsema: de 21ste eeuw is een aanstellerige onzintijd

De Haagse Post bestaat 100 jaar, en ter gelegenheid van dit unieke journalistieke jubileum werd 9 december jongstleden in De Balie in Amsterdam de HP-Eeuwprijs uitgereikt. De deelnemers aan deze columnistenwedstrijd moesten zo treffend mogelijk een ‘Verhaal van alledaagse waanzin’ beschrijven, naar een rubriek die begin jaren tachtig een stilistisch memorabel onderdeel was van de Haagse Post. De komende weken publiceren we op onze website de inzendingen. Na de bijdrages van Hans JansenTon van DijkEmma BruntFrank HeinenJohn Jansen van Galen en Mano Bouzamour, nu Beatrijs Ritsema.

De fameuze HP-rubriek ‘Alledaagse waanzin’ stamt uit de vorige eeuw. Dat komt goed uit, zelf stam ik ook uit de vorige eeuw. Elk jaartje dat we opschuiven sinds 2000 wordt me duidelijker dat ik in hart en nieren een 20ste-eeuwer ben. Ik heb het niet op de 21ste, ik vind het een aanstellerige onzintijd. Gelukkig is het een vrij land en kan ik veel aan me voorbij laten gaan. Maar de collectieve fixatie op gezondheid is buitengewoon saai, en verder lijkt het alsof de hele maatschappij van individu tot en met bedrijfsleven en overheid alleen nog maar met zelfpromotie bezig is.

Neem de iBeacon. Dit is een snufje waarmee winkels contact kunnen leggen met de smartphone van klanten. Het apparaat houdt je aankopen bij en detecteert ook waar je belangstelling naar uitgaat. Aldus kan de caissière iemand die een das wil afrekenen erop attenderen dat de das ‘vloekt bij het laatste overhemd dat hij daar heeft aangeschaft’. Tevens kan ze de klant wijzen op bepaalde aanbiedingen die hem mogelijk ontgaan zijn. Waar bemoeit die winkel zich mee? Wat zijn ‘vloekende kleuren’ en wie bepaalt dat? Ik zou me als klant nooit in zo’n winkel vertonen, althans niet in het gezelschap van een smartphone. Ik moet me al genoeg aanbiedingen van het lijf houden. Ook kan ik me niet voorstellen dat wachtenden in de rij voor de toch al dun gezaaide kassa’s blij zullen zijn als de caissière een onnozelaar uitgebreid nog eens wat andere producten probeert aan te smeren in plaats van fluks de koop af te handelen.

Smartphone-gedoe in gezelschap is natuurlijk een gesel op zichzelf. Het is echt geen vooruitgang dat een gezelschap nooit meer verzekerd is van elkaars onverdeelde aandacht voor de beperkte tijd dat je met elkaar aan tafel of in het café zit, omdat er altijd wel iemand zit te appen, zijn Facebooktijdlijn aftast, iets op Wikipedia opzoekt of (“Sorry hoor, deze moet ik even nemen”) met een niet-aanwezige zit te praten. De onophoudelijke individuele afdwalingen op de smartphone vormen evenzovele versperringen in de stroom van de conversatie. Het levende gesprek wordt er langzaam maar zeker mee de nek omgedraaid.

En dan heb je de maniakken die met een bloeddruk- of hartslagmeter om hun pols hardlopen en denken dat ze zo gezond blijven. Primitief hoor. Dit is nog maar een beginnetje in de ontwikkeling van the quantified self. Binnenkort op de markt: een polshorloge dat volcontinu je vitale functies en hormoonspiegels registreert en doorseint naar de centrale computer van het elektronisch patiëntendossier. Bij de minste afwijking van de standaard rijdt de ambulance voor. Desgewenst registreert het apparaat ook alcohol-, sigaretten- of hamburgerdampen en geeft dan alarmpiepjes af. Ongezond! Afblijven!

Ik ben van huis uit psycholoog en zie met lede ogen aan hoe deze tak van wetenschap de afgrond in verdwijnt en wordt vervangen door biologische neurowetenschappen. Kleurige plaatjes van hersenscans! De reductie van geest tot synapsen! Verklaart niets, we worden er niet wijzer van en het helpt ook niets, net zomin als opstaan tegen kanker helpt trouwens. Over het idee alleen al zouden ze zich in de 20ste eeuw een kriek hebben gelachen.