Wild wijf is vooral een hoogopgeleid stadswijf

Zelden was een artikel zo confronterend als het stuk over ‘wilde wijven’ dat woensdag in de Volkskrant stond. Het ‘wilde wijf’ is een ideaalbeeld. “Mannen willen haar hebben en vrouwen willen haar zijn,” aldus auteur Loes Reijmer. Wilde wijven drinken (speciaal)bier, tellen geen calorieën, poseren met een frikandel XL op Instagram en weten wat buitenspel is. Wilde wijven zijn stoer, humoristisch, lekker, slim, gevat en zeuren nooit, lees ik. Bovendien kun je ze meenemen naar je vrienden, want die vinden haar ‘relaxed’ en ‘geil’, vervolgt Reijmer. Samengevat, de ideale vrouw is ‘one of the guys’.

Als ik naar mijn eigen vriendin kijk, dan concludeer ik dat ik een ‘wild wijf’ aan de haak heb geslagen. Tenminste, als je de frikandel XL vervangt door een broodje kroket en haar beperkte social mediagebruik buiten beschouwing laat. Mooi!, kunt u denken. Prijs jezelf gelukkig met zo’n vrouw, gouden ringetje en ketting erom en nooit meer laten gaan (een spreekwoordelijke ketting natuurlijk, wilde wijven ketenen is een contradictie). Mooi! was inderdaad wat ik dacht. Maar terwijl ik mijzelf schouderkloppend zat te feliciteren met mijn wilde wijf, las ik verder. Vrouwen zijn vooral wilde wijven of cool girls omdat mannen dit aantrekkelijk vinden. Wij mannen vinden vrouwen leuk zolang het mannen in een sexy vrouwelijke verpakking zijn. En vrouwen lijden onder dit verwachtingspatroon.

In mijn geval kan ik niet ontkennen dat ik hou van mannelijke vrouwen of wilde wijven, zoals ze door Reijmer zijn gedoopt. Tenminste, als je gelooft in de stereotypen man en vrouw. Wanneer we deze stereotypen als uitgangspunt nemen, denk ik dat veel van mijn Amsterdamse vrienden inderdaad op zoek zijn naar een cool girl of er een hebben. Ik schrijf hier bewust ‘Amsterdamse vrienden’, omdat deze heren onderling een grote gelijkenis vertonen. We zijn allemaal eind twintig of begin dertig, gaan nog ieder weekend naar de kroeg of technofeestjes, wonen al jaren in de grote stad, maken veel (lange) reizen, zijn vaak in het bezit van een universitaire graad, lezen de Volkskrant of NRC, drinken speciaalbier, wonen driehoog maar hebben het stadspark als achtertuin, hebben een afkeer van burgerlijkheid en bezitten geen auto maar een fiets. Dit type mannen heeft inderdaad een voorkeur voor de cool girls.

Er zijn echter zat mannen die niet op cool girls zitten te wachten. Natuurlijk willen alle mannen het liefst niet eindigen met een zeikende, humorloze en lelijke vrouw. De contactadvertentie waarin staat: ‘man zoekt humorloze gnoom die de hele dag aan z’n kop zeikt over huishoudklusjes en de irrelevante levenswandel van vage kennissen’ ben ik nooit tegengekomen, net als ‘vrouw zoekt verzuurde vent met het sexappeal van Herman van Rompuy’. Wel heb ik vrienden en kennissen buiten mijn Amsterdamse kring die er niets van begrijpen dat bijna-dertigers nog elke week in de kroeg staan, die speciaalbier ranzig vinden en technomuziek associeren met het geluid van een kapotte vaatwasser. Een van mijn vrienden die na de middelbare school de praktijk als vervolgstudie koos, merkte na een stukgelopen relatie met een universitair opgeleide dame op dat hij ‘niet nog eens zo’n slimme moest’. De onvolprezen Jokertje van Oh Oh Cherso gaf in het programma aan op zoek te zijn naar een meid ‘met een lekker laagie make-up’. Bij voorkeur zonnebankbruin.

Kortom, niet iedere man is op zoek naar een cool girl. Het zijn vooral stadse technoliefhebbende Volkskrant-lezende mannen die op zoek zijn naar de cool girls. En deze hoogopgeleide stadse dames komen met hun wensenlijstje (ja, ook vrouwen hebben iets te willen) vaak uit bij deze mannen. Op de datingmarkt zijn de meest uiteenlopende potentiële partners verkrijgbaar en uiteindelijk komen vraag en aanbod keurig bij elkaar. Of op z’n oud-Hollands: “Op ieder potje past een deksel”.