99 redenen om niets van de Tour de France te willen missen

Ooit schreef ik in Wielertijdschrift De Muur een verhaal dat 1001 redenen om van de Tour te houden heette, een verhaal dat 743 redenen om van de Tour te houden bevatte. Er zijn ongetwijfeld ook 1001 redenen om niets van deze Tour de France, die van 2015, te missen, maar ik beperk me tot de 99 belangrijkste.

  1. De verwachte exploten en de onvermijdelijke inzinkingen van Michal Kwiatkowski.
  2. De bierviltjes van Café Vooghel.
  3. Het helpt je de gedachten te verzetten over alle dingen die belangrijk zijn als er geen Tour is.
  4. De onvermijdelijke kritiek op Studio Tour.
  5. De rap verstommende kritiek op Studio Tour, waarna Gert van ’t Hof voortaan als Mart van ’t Haf door het leven gaat.
  6. Vier favorieten voor het geel. Vier! Dat is sinds de vier gebroeders Vandekerckhove in 1921 geleden!
  7. NOS Radio Tourflits! Tourflits! Tourflits!
  8. Bauke Mollema. Bakte er, op een aardige wedstrijd begin maart, tot nog toe bar weinig van. Maar hij is op een lastminute hoogtestage geweest.
  9. Iedereen heeft iets speciaals met Utrecht, ik citeer hier slechts Eric Corton: “Ik kom uit Arnhem en woon in Amsterdam, dus Utrecht ligt daar eigenlijk perfect tussenin.”
  10. Jan van Zanen. Een burgemeester die zijn stad exploiteert als een fourniturenkraam.
  11. Hierna zullen we nooit meer de zangstem van Aleid Wolfsen beluisteren. Maar vanaf nu weten we wat we moeten missen: link.
  12. De ingezonden brieven van boze Utrechters die twee dagen lang hun huis niet uit kunnen. Klein, maar daarom niet te onderschatten leed.
  13. Het afscheid van Didi Senft als vaste Tourzool.
  14. De niet aflatende demarrages bergop van Robert Gesink.
  15. De uitspraak van de naam Alejandro Valverde door Edwin Winkels.
  16. De Muur van Huy.
  17. De kans op waaiers. Want de kans op waaiers is altijd opwindender dan de waaiers zelf.
  18. Utrecht vanuit de lucht.
  19. De climax van het proloogproject van John den Braber.
  20. De naam Louis Meintjes.
  21. De baby van Greg Van Avermaet, die vermoedelijk – ondanks dat het Gregs eerste kind betreft – toch als derde ter wereld zal komen.
  22. De vrijwilligers langs het parkoers. In het geel van de hulpvaardigen.
  23. Sympathieke mensen.
  24. De etappe waarin Tony Martin de hele dag alleen voorop rijdt.
  25. Het onvermijdelijke dopingverhaal.
  26. De reacties op het onvermijdelijke dopingverhaal: ‘Er zijn nog altijd mensen die het maar niet willen begrijpen.’
  27. De ingezonden brieven van mensen die niet begrijpen waarom de binnenstad moet worden afgesloten voor zoiets achterlijks als een sportevenement.
  28. Het wordt spannender dan ooit.
  29. MTN-Qhubeka. Zuid-Afrikaanse ploeg.
  30. Bora – Argon. Duitse ploeg.
  31. Link.
  32. Kilometers lang Wout Poels op kop in iedere bergetappe van betekenis. Heerlijk.
  33. Het glimmen van de schedel van Gert Jakobs.
  34. Integrale etappes voor de betere zelfhypnose.
  35. De proloogzege van Lars Boom.
  36. Als u niet van zonnebloemen houdt: Alpentoppen.
  37. Als u niet van zonnebloemen en van Alpentoppen houdt – wie bent u?
  38. 3344 kilometer tussen Utrecht en Parijs. Gewoon, een lekker getal.
  39. Het immer onderschatte koningskoppel Herbert Dijkstra – Maarten Ducrot.
  40. “Waar zijn wij niet mee bezig?” (of: de politiestakingen).
  41. De dagen die al om 14.30 in het slot vallen, omdat Herbert Dijkstra zijn stem verheft.
  42. “Jongens! Jongens, toch!” (Maarten Ducrot).
  43. Het moment dat ze bij Studio Tour de term ‘kopmannen’ voor hun analisten laten vallen.
  44. Het aanstellerige wiegen van Thomas Voeckler, want geen vriend zo trouw als de lievelingsvijand.
  45. De Tour van Leon van der Ster (38) uit Klaaswaal. Hij rijdt de hele Tour op de rollenbank, voor de televisie. En dat zonder achterste kruisband. Uiteraard is het voor het goede doel, wie zich als een gek inspant zonder geld op te halen, heeft immers geen hart.
  46. De bedrijfsTourpool.
  47. De Tour lijkt het leven zelf, maar is vele malen schilderachtiger.
  48. Het almaar devoter wordende gelispel van Michel Wuyts in zijn nimmer aflatende zoektocht naar hele en halve Belgen.
  49. De naam Nathan Haas.
  50. Het snot in de baard van Laurens ten Dam.
  51. Pra Loup en de eeuwige herinnering aan Eddy Merckx en aan het feit dat zelfs goden mensen zijn.
  52. De tweede en derde plaatsen van Peter Sagan.
  53. Eindelijk kun je eens je eigen favoriete Dalida-nummer luisteren.
  54. Voor die paar mensen die niet dol zijn op Tekst-TV is er ’s middags doorgaans weinig op televisie.
  55. Rustdagen, om iets aan persoonlijke hygiëne en sociale noodzakelijkheden te doen.
  56. Valpartijen zonder erg.
  57. De naam Reto Hollenstein.
  58. “Wat had Tom Boonen op deze aankomst kunnen uitrichten, José?” (Michel Wuyts)
  59. Vakantie in eigen huis. Je hoeft de deur niet uit om drie weken lang een roadtrip door Frankrijk te maken. Sterker nog: je hoeft de bank niet af om alle befietsbare bergen van midden-Europa te befietsen.
  60. Langzaam wegdommelen bij een etappe die vast zit als een voet in een berenklem.
  61. Het moment dat Wilco Kelderman vierde staat in het algemeen klassement en concludeert dat ‘alles nog mogelijk is.’
  62. Vive le Velo. Al was het maar omdat presentator Karl Vannieuwkerke er godzijdank gewoon bij is.
  63. Die eindeloze klassementen, rangen en standen in de krant, die je een heel ontbijt lang kunnen biologeren.
  64. Nauwelijks vlakke etappes. Weinig massasprints. Steeds minder voorspelbaarheid. Minder menselijk vel op het asfalt in de laatste vijf kilometer. Godzijdank.
  65. De terugkeer van de Duitse televisiezenders in de Tour. Doe mij een plezier: zet de tv eens op de Duitser, liefst op een dag zonder verhaal. Het zwijgen dat u zult horen, is diep en existentieel van aard. Iemand mompelt ‘Zabelzabelmarcelwustullrich’ en verder is er alleen: kilometers asfalt en het ruisen van vierhonderd wielen.
  66. Tegen de tijd dat je alle analyses, meningen en achtergrondverhalen hebt bijgewerkt, begint de volgende etappe alweer.
  67. De terugkeer van de Menselijke Kleerhanger, Steven Kruijswijk. Hij gaat de Tour niet winnen, maar dat geldt voor bijna iedereen onder ons.
  68. De beelden van een peloton op de Neeltje Jans.
  69. Utrecht op zondagmorgen.
  70. Fietsen gemaakt van strobalen, in de akkers bij Franse dorpjes waar ze het van gekkigheid al dertig jaar allemaal exact hetzelfde verzinnen.
  71. De missen die de bolletjestrui uitreiken.
  72. “De Tour geeft de zomer een beetje zin.” (© Herman van der Zandt)
  73. De tweets van @lancearmstrong.
  74. Rui Costa. Een van de aantrekkelijkste renners van het peloton.
  75. “Wist u dat Bauke Mollema zijn koerstalent heeft ontdekt doordat hij iedere dag op de fiets van Zuidhorn naar zijn school in Groningen reed?”
  76. De naam Svein Tuft.
  77. De tafel van Lieven van Gils.
  78. Iedereen die van de Tour houdt, die de Tour indrinkt alsof het een pilsje op een hete zomerdag is, is onderdeel van het Genootschap der Gezworenen.
  79. De chasse patates van Tim Wellens. Zelden zoveel panache in een chasse patate gezien als in de chasse patates van Tim Wellens.
  80. Het eerste dopinggerucht. “Er zou een nieuw middel zijn, waar je veel harder van gaat rijden. ‘Bakpoeder’. Niet opspoorbaar. Wat moeten we met zo’n bericht, Maarten?”
  81. De tong van Bram Tankink.
  82. De Tourmalet. De col die het dichtst in de buurt komt bij wat iedere wielerliefhebber wil: een berg die nooit ophoudt.
  83. José De Cauwer die ruim voor de finish de kansen van Jürgen Roelandts weegt.
  84. De chrono van Andre Meganck, altijd vele malen betrouwbaarder dan de GPS (“Dat heeft namelijk met de positionering van de GPS-motor te maken”).
  85. NOS Radio Tourflits! Tourflits! Tourflits!
  86. Iedere avond Wilfred Genee over zijn tweedekeussport. Dus wat dat betreft.
  87. Hijgende renners aan de finish. “Stef, hoe ging het vandaag?” “Pffff heeeuuuhhh, ffffssssssss.”
  88. De eindeloze ontsnappingen van Albert Timmer. En dat er dan een slaagt, ooit.
  89. Alpe d’Huez. Niet vanwege Bocht 7. Eerder ondanks Bocht 7.
  90. “Als u wilt weten wie de etappe vandaag gaat winnen, stel me dan een vraag op Twitter op @TourdeJose!” (José Been)
  91. Het eindeloze wachten op het moment dat er iets gebeurt – vermoedelijk het onderdeel waarin de Tour het meest op het leven lijkt.
  92. Het moment dat een meerenner op een van de cols wordt pootje gelicht. Gejuich zal uit woonkamers over de hele wereld opstijgen.
  93. Ook in deze Tour zal de herinnering aan Fabio Casartelli levend worden gehouden. Dat is, ondanks alle commerciële smeerlapperij rond de Tour, toch mooi.
  94. Weinig tijdritkilometers. Tijdrijden is, ik kan het niet vaak genoeg herhalen, een obscene vergelijking der lichaamsfuncties. Behalve als er een Nederlander wint: dan is het het eerlijkste onderdeel van de koers.
  95. Na de Tour zien we vermoedelijk nooit meer een Nijntje in een gele trui. Nooit gedacht daar nog eens naar uit te zien.
  96. Alles komt terug. In de Tour komt alles altijd terug. Geruststellend.
  97. De kastelen langs de route, kastelen die je godzijdank zelf niet hoeft te bezoeken.
  98. Zolang het Tour is, is het zomer. Zodra de renners hun laatste rondje op de Champs-Élysées hebben gereden, is de zomer zo goed als voorbij. En als dat eenmaal zover is, begint de Omloop het Nieuwsblad alweer.
  99. Er komt altijd weer een volgende. Altijd.