Over de schrijfster die met penis 8,5 keer beter werd gevonden

Op het feministische Amerikaanse blog Jezebel las ik deze week het verhaal van Catherine Nichols, een jonge schrijfster die als experiment haar boek onder een mannennaam naar literair agenten stuurde. Een vrouw met een mannelijk pseudoniem, tot zover niets nieuws.

J.K. Rowling, de zusjes Brontë en George Sand deden het. Mary Ann Evans schreef onder haar alias George Eliot zelfs een essay over niksige boeken van vrouwelijke schrijvers, getiteld Silly Novels by Lady Novelists. Op Rowling na leefden al deze vrouwen in de negentiende eeuw.

Tijdens mijn studie Nederlands zag ik een vrouwelijke hoogleraar Historische Nederlandse letterkunde bijkans exploderen toen een mannelijke student het pleonasme ‘vrouwelijke schrijfsters’ in de mond nam. De arme knul, die het een wel heel bijzonder verschijnsel moest vinden, was zich van geen kwaad bewust.

Maar goed, Nichols dus. 2015. Ze liep al langer rond met het plan, maakte voor haar mannelijke alter ego zelfs al een e-mailadres aan, maar liet het weer rusten. Onder haar eigen naam stuurde ze vijftig literair agenten een omschrijving en de eerste paar pagina’s van haar boek, en een korte biografie. Wachten. Onderwijl dacht ze aan alle onderzoeken naar onbewuste vooroordelen die ze las. Twee van de vijftig agenten vroegen haar om de rest van het manuscript.

Het werd tijd om haar pseudoniem George Leyer, overigens niet de naam die ze echt gebruikte dus dubbel non-existent, tot leven te wekken. De reptielachtige, whisky drinkende Michael Fassbender-lookalike die ’s nachts rondhing op rangeerterreinen – zo stelde Nichols zich voor – stuurde ‘zijn’ manuscript naar zes agenten. Klein experimentje, moest kunnen. Binnen 24 uur, op een zaterdag, vroegen drie ervan om het hele manuscript en stuurden twee anderen een vriendelijke afwijzing vol opbouwende kritiek. Van de volgende 44 hapten er nog eens 14 toe. 4 procent van de agenten was geïnteresseerd in Nichols en 34 procent in Leyer. Schokkend, maar ook niet geheel onverwacht. Een imaginaire penis maakte Nichols’ boek maar liefst 8,5 keer zo gewild. Nooit geweten dat mannen met dat ding schrijven.

Selectief turven
Filosoof Sebastien Valkenberg schreef als gastcolumnist voor de Volkskrant over ‘emancipatie nieuwe stijl’, naar aanleiding van vijf VENI-beurzen die door de VU allemaal aan vrouwelijke wetenschappers waren toegekend. De strekking van zijn verhaal: alsmaar klagen, die vrouwen, als ze weer eens in de minderheid zijn aan talkshowtafels of een literaire prijs mislopen, maar als het keer andersom is, dan hoor je ze niet. Selectief turven noemde hij het. “Ineens is het gedaan met die oproepen tot diversiteit.” Het verschil tussen incidentele en systematische ongelijkheid liet Valkenberg voor het gemak achterwege. En ook, om maar wat te noemen, dat alle VENI-beurzen nog decennialang aan enkel vrouwen toegekend moeten worden wil ons land ooit evenveel vrouwelijke als mannelijke hoogleraren hebben.

‘Selectieve’ turfsessies lieten al zien dat er minder boeken van vrouwen worden uitgegeven, verkocht, gerecenseerd en genomineerd voor literaire prijzen. Of ze ook minder geschreven worden is, gezien het experiment van Catherine Nichols en George Leyer, nog maar de vraag.