Genieten van de geregisseerde anarchie bij de eeuwige derby in Belgrado

‘Please, don’t wear anything flammable’. De waarschuwing van een vriend klinkt bijna lachwekkend, zijn serieuze gezicht spreekt echter boekdelen. Vandaag spelen de twee clubs uit Belgrado, Partizan en Rode Ster, tegen elkaar in de beruchte ‘eeuwige derby’. Winkels langs de route naar het stadion zijn gesloten en tramroutes tijdelijk opgeschort: Belgrado is vandaag een vesting.

De stadions van beide clubs liggen hemelsbreed nog geen vijfhonderd meter van elkaar verwijderd, maar de twee supportersgroepen zijn als water en vuur. In Servië ben je voor Rode Ster (in het Servisch: Crvena Zvezda) of voor Partizan, een tussenweg is er eigenlijk niet. Partizan werd ooit opgericht door oudgedienden van het Joegoslavische leger, Rode Ster staat bekend als politieclub met een iets sterker nationalistisch karakter. Soms wint Rode Ster, soms wint Partizan, maar altijd is het een ongekend spektakel dat zijn weerga slechts kent in steden als Rome (Lazio-AS), Istanbul (Galataseray- Fenerbahçe) of Milaan (AC – Inter). Honderdnegenenveertig keer eerder stonden de twee rivalen tegenover elkaar.

Gummiknuppels, machinegeweren en kevlar-vesten
De Servische autoriteiten lijken deze honderdvijftigste derby hun pappenheimers inmiddels te kennen, en vandaag niets aan het toeval over te willen laten. Het verkeer ligt plat vanaf het centrale Slavija-plein. Om de vijftig meter staat een cordon vervaarlijk ogende robocops (ME’ers) de mensenmassa gade te slaan, boven ons cirkelt een politiehelikopter. Naarmate het stadion in zicht komt, worden de gezichten van de agenten serieuzer, de uitrustingen veranderen mee. Van politiezwart naar camouflagekleuren, van gummiknuppels en schilden naar machinegeweren en kevlar-vesten. Tot twee keer toe wordt er gefouilleerd, de politie lijkt vooral op zoek naar steekwapens, maar ook aanstekers, muntgeld en kauwgum worden ingenomen.

Het stadion oogt zoals veel in dit land: socialistisch, naar West-Europese standaarden ouderwets, maar met trots de littekens uit het verleden dragend. Het is opgetrokken uit afkalvend, kaal beton, met hier en daar een zwarte smeulplek en wat gesmolten plastic. Veelzeggend zijn ook de krantenverkopers rond het stadion, die een slaatje proberen te slaan uit de smerigheid van de stoelen en hun kranten vandaag per pagina verkopen. Niet om te lezen, maar om op te zitten.

derbi5

Nationale trots
Eenmaal aangekomen in het oostvak van het stadion blijken de stoeltjes zonder uitzondering gebruikt te worden om op te staan. Zitten is zinloos, al zou je het willen. Niemand stoort zich verder aan de op het ticket aangegeven plaatsen. Dit is immers Servië; waar regels er zijn om te omzeilen, de regering er vooral is om op te kankeren, maar waar het land, de kerk en de liefde voor sport een gedeelde eerste plek in de harten van de bevolking innemen.

derbi7

De supporters van Partizan noemen zichzelf de Grobari (grafdelvers), de Rode Ster-fans staan bekend als de Delije(vrij vertaald: helden). Terwijl ze elkaar met enige regelmaat massaal de hersens inslaan en elkaars tribunes in brand steken, vinden beide groepen elkaar in de niet-aflatende trots voor hun natie. Zowel de Grobari als de Delije dragen naast hun clubkleuren ook Servische vlaggen met zich mee. Wanneer het Servische volkslied vlak voor de aftrap klinkt is het voor de eerste en enige keer relatief rustig in het Partizanstadion. Volledig stil wordt het op derby day nooit.

Geregisseerde anarchie
De rust blijkt van korte duur. Al voor de aftrap steken beide harde kernen, gesitueerd aan de zuid-en noordzijden van het stadion, hun fakkels af. Rood voor de Delije, wit voor de Grobari. Waar ze die vandaan hebben? Naar verluidt worden die de week voor de match in het stadion verstopt, naar goed Balkangebruik wordt door de beveiliging een oogje dichtgeknepen. Even lijkt het alsof de aftrap uitgesteld moet worden, er is immers geen hand voor de ogen te zien. Wanneer de kruitdampen optrekken is het duidelijk dat de wedstrijd wel degelijk begonnen is.

derbi - red star corner
Helse taferelen aan de Rode Ster-zijde

Wat volgt laat zich het beste beschrijven als zorgvuldig geregisseerde anarchie. Beide polen van het stadion zijn ontzettend georganiseerd en hebben meerdere alfamannetjes met een microfoon op de wallen gezet, die de spreekkoren leiden. Die liegen er overigens niet om, en met wat basiskennis van de Servische creativiteit om te schelden wordt al snel duidelijk dat boetes voor beledigende leuzen hier nog niet echt doorgedrongen zijn. Ondertussen gaat hier en daar een zwarte of een rode vlag de hens in.

‘Welcome to Hellgrade’
Het gaat hard tegen hard, de meerderheid in het stadion is Partizan-fanaat, en de ‘cigane’ (zigeuners) van Rode Ster krijgen er ongenadig van langs. Maar terwijl ze maar een kwart van het stadion in beslag nemen, laten zij minstens zo hard van zich horen. Niet zo verwonderlijk, als je bedenkt dat spelen tegen Rode Ster voor clubs ver buiten de Balkan bekendstaat als een ontzettend intimiderende ervaring. ‘Welcome to Hellgrade’ is de slagzin waarmee buitenlandse teams doorgaans verwelkomd worden door deze grootste en meest succesvolle Servische club, in het anderzijds gastvrije balkanland.

derbi4Ondertussen doet een van de meest beruchte derby’s ter wereld haar naam steeds meer eer aan. Het Zwart-witte Grobari-leger gaat inmiddels de strijd aan met de enorme macht aan ME’ers en brandweermannen langs het veld, en lijkt zich hierbij niet te storen dat zij zich in eigen stadion bevinden, en de rook dikwijls de eigen keeper het zicht ontneemt. Naarmate het donkerder wordt krijgt het cordon onder ons het steeds drukker met het beschermen van de fotografen en spelers op het veld tegen rondvliegend vuurwerk.

Terwijl ik als verdwaalde Nederlander geen affiliatie met beide clubs heb en mijn kennis van het Servo-Kroatisch op zijn best elementair is, schreeuw ik de Grobari-leuzen inmiddels met hartstocht mee. Ik wil op dit moment eigenlijk niets liever dan dat Rode Ster verliest. Ieder doelpunt dat valt gaat gepaard met oorverdovend gebrul, nog meer fakkels en een spervuur aan leuzen. Maar de echte ernst van deze ‘eeuwige derby’ wordt eigenlijk pas duidelijk wanneer een speler van Rode Ster, Aleksandar Luković, ver in de tweede helft een rode kaart krijgt. Onder beschutting van ME-schilden (á la de Romeinen in Asterix en Obelix) moet hij de catacomben in geleid worden. Die dubbele fouillering was dus zeker niet afdoende. Ik voel op het moment zelf verassend weinig medelijden met hem.

(Edit: na de match hoor ik dat de arme man met mobiele telefoons bekogeld werd, toch een beetje zielig).

De rust keert terug
En dan is het opeens voorbij. Partizan verliest met 2-1. Dit keer tenminste, want er komt altijd een volgende, dit is immers de Veciti derbi (eeuwige derby). De met rook gevulde schemering heeft plaatsgemaakt voor het helder donker van een onbewolkte nacht zoals die in Zuid-Oost Europa dikwijls te bewonderen is. De kale betonflats van de wijk Novi Beograd (Nieuw-Belgrado) zijn weer te zien, en in de verte ontvouwt zich de enorme witmarmeren koepel van de St. Sava-kathedraal, als een baken van rust en sereniteit. Wat zich de afgelopen twee uur aan mijn blikveld ontvouwde moet nog even een plek krijgen. Om als buitenstaander hiervan getuige te zijn laat zich misschien het beste vergelijken met je ontmaagding: het is intens, de helft van de tijd doe je maar wat en het is veel te snel weer voorbij. Maar god, wat wil je het graag nog een keer beleven. Voetbal kijken zal nooit meer hetzelfde zijn.

derbi2
                                                                                                                                                                                                                      Alle foto’s door Mary Nolan