Links geweld is terug van nooit weggeweest

Links geweld is terug van nooit weggeweest. De aanval op het huis van Thierry Baudet, de rellen tijdens de G20 in Hamburg, en de al bijna twee jaar durende gewelddadige demonstraties in mijn thuisstad Parijs zijn slechts enkele recente voorbeelden.

Ze zetten het black block in het algemeen en de Antifascisten (Antifa) in het bijzonder volop in de schijnwerpers. Waar hebben we het eigenlijk over als we in 2017 over het Antifascisme spreken? Een persoonlijke kijk op links geweld van een fotograaf die maar ternauwernood ontsnapte aan een moordaanslag door Franse Antifa.

Meneer Molotov is de opmerkelijkste figuur die ik recent ben tegengekomen. Zo’n bijnaam krijg je niet door tijdens demonstraties, waar ik als fotograaf rondloop, netjes in het gelid te lopen en met vlaggetjes te zwaaien. Hij is scheutig in de weer met vlijtig in elkaar geknutselde brandbare projectielen. Zijn echte naam ken ik niet, maar zonder twijfel is deze minder pakkend dan Monsieur Molotov. Ik sprak hem voor het eerst na een op het nipperte mislukte aanslag op de schrijver dezes.

Antifa
Beeld: Wilco Versteeg

We spreken april 2017, net voor de Franse presidentsverkiezingen. Bij Parc de la Villette komt het Front National onder grote politiebewaking bijeen. Een honderdtal Antifa heeft zich rondom verzameld en de sfeer is op zijn minst grimmig te noemen. Als Gilbert Collard, een kamerlid van het FN, arriveert slaat de vlam in de pan. In mijn zoektocht naar een goed beeld ren ik naar voren terwijl juist dan een molotovcocktail naast mij inslaat. Vanaf dat moment is het niet alleen met mijn innerlijke rust gedaan, maar volgen ook enkele uren van rellen in en om het park.

Laat op de avond is de rust wedergekeerd: terugkomende bezoekers worden weliswaar bespuugd, maar de rellen zijn neergeslagen. Een groepje demonstranten wordt nog gefouilleerd, maar dat lijkt een formaliteit: ze mogen na achterlating van ijzeren staven op huis aan. Met enkele andere fotografen slaan we het spektakel gade. Een van de demonstranten loopt op ons af: Antifa heeft weleens de neiging om alleen op fotografen af te lopen om hen weg te jagen of hun spullen te slopen, maar dit keer niets dan vriendelijkheid. Of we een goede avond hebben gehad, mooie foto’s hebben gemaakt, en of we zijn molotovcocktail hadden gezien.

Wie schetst mijn verbazing! Gezien en gevoeld! Of hij de volgende keer beter wil mikken, vraag ik. Met een grote glimlach krijg ik een knuffel van Meneer Molotov. Hoewel ik niet houd van lichamelijk contact met vreemden, waardeer ik het gebaar. Ik moest begrijpen, zei hij, dat het niets persoonlijks was, die Molotov was niet voor mij bedoeld: het gaat om politiek, om de strijd tegen het fascisme, en ik stond daar toevallig in de weg.

Antifa
Beeld: Wilco Versteeg

Wat is dat voor groepering, die het maken van onschuldige slachtoffers op de koop toe neemt? Deelnemers aan het black block, waarvan Antifa in Parijs een groot deel uitmaakt, zijn geen open boek voor fotografen, en dat is te begrijpen: de veiligheidsdiensten speuren het internet af op zoek naar foto’s van gewelddadige demonstraten en zetten zelf als journalist verklede agenten in om raddraaiers te kunnen identificeren, oppakken, en veroordelen. The Revolution will not be televised, lijkt het motto.

Na een demonstratie, als ze zich als de wiederweerga van hun zwarte kleding ontdoen en in hun burgerkloffie hun weg vervolgen, zie je wie er achter de kort daarvoor nog met stenen of brandbommen gooiende zwarte maskers zitten: vaak zijn ze erg jong, vanaf een jaar of 16 tot eind 20 met uitschieters naar boven. Het zijn overheersend blanken, en aan hun kleding en uiterlijk te zien komen ze niet uit de lagere regionen van de maatschappij. Parijse Antifa hebben hun eigen Zone Antifa in het twintigste arrondissement waar ze bij elkaar komen in bars en vanuit waar acties worden voorbereid.

Ze hebben hun eigen pantheon aan helden: de slachtoffers van politiegeweld, maar vooral Clément Méric, in 2013 op straat gedood door extreemrechtse jongeren. Wegens de aanhoudende protesten in Parijs, wordt het Franse black block in heel Europa als een van de best georganiseerde gezien.

Antifa
Beeld: Wilco Versteeg

Antifa: een organisatie die er geen is

Antifa is een organisatie die er geen is: het is een internationaal uitstekend verbonden groep individuen die elkaar in al dan niet besloten discussiegroepen, op online fora, en tijdens demonstraties treffen. Tijdens de grote demonstratie op 1 mei wemelede het in Parijs van de Italianen en Duitsers; in Hamburg zitten nog veel Fransen vast. Hierdoor is het moeilijk vast te stellen hoe groot Antifa is, maar in West-Europa loopt hun aantal in de vele duizenden die actiebereid en potentieel gewelddadig zijn.

Vooral in landen met een fascistische traditie is Antifa het grootst: in Italië, Duitsland, Frankrijk, en Griekenland. In Nederland, een land waar het fascisme nooit voet aan de grond heeft gekregen als valide politiek gedachtegoed, houdt Antifa zich bezig met het verstoren van extreemrechtse demonstraties, en het bekladen van de deur van Baudet: of ze het in zich hebben om net zo gewelddadig te worden als Franse Antifa, hangt van de actiebereidheid van individuen af. Daar is geen peil op te trekken.

Zonder facisme geen antifacisme

In elk geval is Antifa groter dan dat waarop ze hun strijd baseren: openlijke steunbetuigingen aan het fascistische gedachtegoed in West-Europa zijn nihil en extreemrechtse demonstraties zijn slechter bezocht dan een Nederlandse arthouse-film. Het is paradoxaal dat het antifascisme groter is dan het fascisme: de overwinning op de vijand lijkt behaald. Zonder fascisme geen antifascisme.

De strijd beperkt zich dus allang niet meer tot slechts het fascisme, en zelfs niet alleen tot extreemrechts. Politiegeweld, racisme, imperialisme, en andere vormen van onderdrukking zijn voor Antifa uitingen van een verdorven systeem. Het fascisme is niet langer slechts een stroming, maar heeft volgens het Antifa haar vergif in de kern van onze rechtstaat gezaaid, en daarom is alles een potentieel doelweit.

De grote zanger Boudewijn de Groot zong in ‘Vrijgezel’ al over het gemak waarmee het fascisme als label wordt gebruikt om een ander zwart te maken: “Er was een tijd dat ik het meeste / te vertellen had op feesten / waar ik met verlichte geesten vaak de politiek besprak. / Waarin wij ons nooit vergisten / mensen die het beter wisten / waren allemaal fascisten / die het aan verstand ontbrak”.

Onderdrukkend systeem

Bij een reportage van GeenStijl tijdens een Antifa-demonstratie in Amsterdam, stelt Forum voor Democratie kamerlid Theo Hiddema dat antifascisme niets anders is dan fascisme. Een hoge organisatiegraad gekoppeld aan extreem-geweld tegen agenten, politici, journalisten, burgers en andere representanten van een onderdrukkend systeem belooft inderdaad weinig goeds voor de toekomst van een divers en vrij Europa.

Antifa
Beeld: Wilco Versteeg

Het Grote Idee

Er kan tegengeworpen worden dat Antifa de laatste verdedigingslinie zijn tegen oprukkend extreemrechts, en de sluipende normalisering van gedachtegoed dankzij President Trump, Wilders, en Baudet.  Als er in de jaren dertig Antifa had bestaan, was het misschien nooit zo ver gekomen met het fascisme. We hebben Antifa dus hard nodig, wordt wel gezegd: Hun geweld staat immers in het teken van een betere wereld, Dit is het eeuwenoude probleem van links en de kern van al het linkse geweld: de ontkenning en ondergeschiktheid van het individu aan het Grote Idee: waar gehakt wordt, vallen spaanders.

Maar 2017 is niet de jaren dertig van de vorige eeuw, in elk geval niet omdat extreemrechts oprukt. Als deze tijden al overeenkomen met de jaren dertig, is dat omdat beide uitersten van het politieke spectrum radicaliseren en naar de wapens willen grijpen, en hierdoor het o zo burgerlijke maar cruciale midden in de verdrukking komt.

Als beide uitersten het vertrouwen in de rechtsstaat en de politiek verliezen en zich door hun respectieve ideologieën gesteund voelen naar de wapens te grijpen tast dat een cruciaal fundament van onze maatschappij aan: het geweldsmonopolie van de staat. Meneer Molotov is een voorbeeld van de paradox van een open maatschappij: als hij ziet dat de politie extreemrechtse of fascistische demonstraties toelaat, is dat voor hem reden genoeg zelf tot actie over te gaan, met alle uithollende gevolgen van dien.

Ik spreek Meneer Molotov nog regelmatig tijdens demonstraties. Zo’n aanslag op je leven schept blijkbaar een band. We praten wat over politiek en het persoonlijke, maar er is een verschil tussen ons: voor hem is het persoonlijke politiek, en bestaan er geen onschuldige slachtoffers in de strijd om een betere wereld; voor mij zijn het persoonlijke en het politieke in zoverre gescheiden dat ik een Molotovcocktail op mijn hoofd geen redelijke prijs vind voor een betere wereld.

Op naar de volgende demonstratie.