Oud-directeur Pieter Baan Centrum wakkert aloude tbs-discussie aan

Michael P. — de verdachte in de zaak Anne Faber — had tbs moeten krijgen op basis van zijn daden in 2010. Dat zegt Hjalmar van Marle, voormalig directeur van het Pieter Baan Centrum. Van Marle spreekt in Nieuwsuur met name zijn kritiek uit over het tekort aan communicatie tussen de psychiatrie en de rechtspraak. De discussie over dit ‘gat in het strafrecht’ wil hij opnieuw aanwakkeren.

Michael P. wordt voor het eerst aangehouden na Koninginnedag 2010. Met behulp van een nep-vuurwapen dwingt hij op die dag twee meisjes van 16 en 17 jaar in Nijkerk tot seksuele handelingen. Volgens een medeverdachte plande P. al langer verkrachtingsdaden. Hierna volgden nog ettelijke gewelddadige overvallen in samenwerking met de medeverdachte. Na een hoger beroep uit het jaar daarvoor veroordeelde de rechtbank P.  in 2012 tot een gevangenisstraf van twaalf jaar.

Hoe heeft de verdachte in 2010 een veroordeling tot tbs kunnen mislopen? Dat vraagt emeritus-hoogleraar forensische psychiatrie Hjalmar van Marle, tevens voormalig directeur van het Pieter Baan Centrum in Utrecht, in het programma Nieuwsuur. Volgens Van Marle valt uit de beschrijving van het delict uit 2010 op te maken dat de verdachte tbs had moeten krijgen. “Ik vind dit tafereel niet meer een gewoon zedendelict, de hele enscenering ervan wijst op een hele bizarre gedachtegang van de dader,” aldus Van Marle in het studiogesprek.

Het interview van Nieuwsuur is hieronder te zien. De tekst gaat hieronder verder.

Verdachte P. weigerde in 2010 mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek bij het Pieter Baan Centrum. Hierdoor kon de rechter hem niet veroordelen tot tbs. Behandeling in een tbs-kliniek is immers alleen beschikbaar voor mensen met een aangetoonde stoornis. Dat ligt volgens Van Marle in de eerste plaats aan het ontbreken van een psychiatrisch en psychologisch rapport ter advies van de rechter.

Anne Faber
Politieagenten zoeken in de omgeving van het Nulderpad. Beeld: ANP/Vincent Jannink

“In principe kan de rechter ook zonder psychiatrisch rapport tbs opleggen,” zegt Van Marle. “Maar hij wil natuurlijk niet op de stoel van de psychiater gaan zitten. Het Pieter Baan Centrum zit op dit moment bijna tot de helft gevuld met mensen die een rapport weigeren. Als er geen rapport is moet de rechter dus op eigen ervaring en kennis gaan beslissen.”

Van Marle wijst erop dat de verdachte in de zaak Faber in 2010 duidelijk ‘pervers gedrag’ vertoonde en dat er dus sprake is van een stoornis. Vaak is het voor een rechter echter niet zichtbaar of er sprake is van een psychiatrische stoornis. “Een heleboel zedendelinquenten zijn ogenschijnlijk modelmensen die goed zijn in het manipuleren van slachtoffers. Aan de buitenkant valt dus bij veel van de patiënten niet veel te zien. Behandelaars willen oplossen wat er mis is, zoals gedachtes of perversies, maar als iemand daar niet mee voor de dag komt valt er weinig te behandelen.”

Zaak Van Lent

Voorbeelden van verkeerde beoordelingen in de psychiatrie zijn er te over. In september 2014 vermoordde een aan psychose lijdende patiënt uit Eindhoven de 71-jarige Lowie van Lent uit Den Bosch. De moord had kunnen worden voorkomen, zo blijkt uit een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, indien de verdachte opgenomen was geweest. Volgens een reportage van EenVandaag in 2015 waren er voor de moord op Van Lent genoeg signalen bekend over de toestand van de dader.

De reportage van EenVandaag is hieronder te zien. De tekst gaat hieronder verder.

Ook voor de zaak-Van Lent werd Van Marle gevraagd het dossier te lezen. “We hebben nou zoveel gevallen die we uit de pers met naam en toenaam kennen,”vertelt Van Marle in EenVandaag. “Voorbeelden van agressie door verwarde mannen. We moeten nou echt iets doen, niemand kan nu serieus meer spreken van een incident.”

Met zijn pleidooi bij Nieuwsuur hoopt Van Marle opnieuw de discussie aan te wakkeren over de communicatie tussen psychiaters, rechters en officieren van justitie. “In feite zit daar een gat in de strafrecht,” stelt Van Marle. “Als er geen psychiatrisch rapport is, en de rechter kan niet aan de verdachte zien dat hij gestoord is – en dat komt vaak voor- dan heeft de rechter weinig mogelijkheden. Daar moeten we het over hebben.”

Kritiek

Ook is er kritiek op de uitspraken van Van Marle, die stelt dat het ombrengen van iemand met 32 messteken al voldoende duidt op het gestoorde karakter van een dader. Rechtbankwoordvoerder Barbara den Uijl reageert in de Volkskrant: “Alleen 37 messteken, hoe absurd ook, is summiere motivering van een tbs-straf.  Er is altijd enige vorm van rapportage nodig. In dit geval is tbs ook helemaal niet geëist door het Openbaar Ministerie,” zegt Den Uijl over de zaak Faber. Wel zegt de woordvoerder open te staan voor de discussie die Van Marle opgooit.

Minister Stef Blok laat inmiddels een onderzoek instellen naar de instelling in Den Dolder, waar verdachte P. vastzat. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Inspectie Veiligheid en Justitie en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Meer leuke content? Like ons op Facebook