‘Een burgeroorlog valt niet uit te sluiten’

Onze democratie staat onder druk, zegt rechtsfilosoof Andreas Kinneging (1962). Ooit geroemd om onze tolerantie zijn we doorgeschoten naar onverschilligheid en wrok. Wat is er aan de hand met Nederland?door Willem van Leeuwen, foto’s Jean-Pierre Jans

Ruim tien jaar geleden bedankte u voor het lidmaatschap van de VVD, die u te sociaal-liberaal was. U wordt doorgaans omschreven als een onversneden conservatief. Wat vindt u van etiketten als progressief en conservatief, links en rechts?

“Ze stammen uit een volstrekt andere tijd, de jaren zeventig. We kunnen nu beter optimisme en pessimisme tegenover elkaar plaatsen: mensen die veel vertrouwen en mensen die weinig vertrouwen hebben in het leven en in anderen.”

Wie zijn er optimistisch en wie pessimistisch?

“Ik zie links eerder als pessimistisch. Een grote staat die beschermt, controleert en herverdeelt, acht de zwakke mens niet in staat zich te handhaven. Liberalen zien dat anders: ze achten het mogelijk dat zwakken ook sterk worden. Ik geloof niet dat het rechtvaardigheidsgevoel bij links of rechts meer is ontwikkeld. Niemand staat een onrechtvaardige samenleving voor. Iedereen vindt min of meer dat mensen gelijkwaardig zijn aan elkaar. Wel verschillen mensen over de weg waarlangs rechtvaardigheid wordt bereikt. Links denkt dat de overheid daarbij een belangrijke rol speelt, rechts dat de mensen dat vooral zelf bepalen.”

Aristoteles noemt rechtvaardigheid de volkomen deugd. Waarom juist rechtvaardigheid?

“Hij vindt dat je alleen rechtvaardig kunt zijn als je ook de andere deugden bezit. Kan een rechter eerlijk rechtspreken als hij laf is en dus bang om te worden bedreigd? Nee. Hij moet dus moedig zijn. Kan hij goed rechtspreken als hij van niets weet? Nee, hij moet dus ook verstandig zijn. En verder moet hij zelfbeheersing hebben, zich bijvoorbeeld niet laten omkopen.”

Wat rechtvaardig is, is vrijwel altijd onderwerp van maatschappelijke discussie, nu nadrukkelijker dan ooit. Steeds vaker hoor je gemor na uitspraken van rechters. Wat zegt dat?


“Kennelijk worden ze als onterecht ervaren, niet in verhouding met de gepleegde feiten. Aristoteles zei al dat de strafmaat dient te sporen met ons gezamenlijke gevoel van rechtvaardigheid. Een kernelement van dat gevoel is oog om oog, tand om tand. Dat is een oerbegrip: er moet gecompenseerd worden voor wat is afgenomen. Rechtspreken is de balans herstellen. Ook bij moord of doodslag moet er gecompenseerd worden; de ouders van iemand die is vermoord, zijn ten einde raad van verdriet, de maatschappij is geschokt. Dan is levenslang, een zeer lange vrijheidsstraf en soms misschien wel de doodstraf op zijn plaats.”

Na het vonnis over zwembadbeheerder Benno L, die kinderen had misbruikt, waren ouders woedend dat hij er met zeven jaar cel af kwam. Sommige juristen vonden de straf echter behoorlijk zwaar. Twee belevingswerelden.

“De rechter moet de wet toepassen. Dat betekent dat hij zijn oor niet moet laten hangen naar allerlei geluiden uit de samenleving. Hij dient te kijken naar wet en jurisprudentie en naar de omstandigheden van het geval, meer niet. Zo gezien is het vonnis over Benno L. inderdaad vrij zwaar. In dit geval ligt het niet aan de rechter, maar aan de wetgever. Regering en parlement moet wetten maken en strafmaten bepalen die overeenkomen met het rechtvaardigheidsgevoel van de bevolking. Daarin moet de balans, de compensatie, het oog om oog, niet volledig verdwenen zijn. En dat is bij ons toch vaak wel het geval. We leggen erg veel nadruk op de zieligheid van de delinquent. Dat leidt tot uitspraken die niet rechtvaardig zijn. Gevolg: razende slachtoffers en een verontwaardigde samenleving die het vertrouwen in de rechter verliest.


“Wat ik soms mis bij rechters is empathie, de vaardigheid je te kunnen verplaatsen in de situatie en in de persoon tegenover je. Empathie heeft niet te maken met medelijden hebben, of vergeving schenken, maar met begrijpen. Rechters zijn vaak afkomstig uit een andere klasse en kunnen zich soms geen goede voorstelling maken van wat de impact is van een gebeurtenis. Dat leidt dan tot klassenjustitie: een te zware straf, of een te lichte straf, die door de burger niet als rechtvaardig wordt beschouwd. In de meeste landen om ons heen hebben we juryrechtspraak. Ik ben daar voorstander van. Juryrechtspraak is gebaseerd op de gedachte dat gelijken zich beter in de situatie en de betrokkenen kunnen verplaatsen.”

Wat is een juiste straf? “Straffen is geen wiskunde. Je kunt niet zeggen: ‘Vijf jaar is te laag, 25 jaar is precies goed,’ daarvoor is ons rechtvaardigheidsgevoel niet exact genoeg. Een slachtoffer dat is doodgemaakt heeft geen leven meer, daar hoort volgens ons oergevoel van rechtvaardigheid tegenover te staan dat de dader figuurlijk ook geen leven meer heeft. Als er geen evenwicht wordt bereikt, ontstaat er frustratie. 99 procent van de mensen in onze samenleving voelt dat de straf die de jongen kreeg die Joes Kloppenburg in 1996 doodsloeg, niet klopt. Na vijf jaar stond deze man weer buiten. De ouders van Joes Kloppenburg hebben levenslang. Waneer te vaak straffen worden opgelegd die in de ogen van de bevolking in geen verhouding staan tot de gepleegde misdrijven, ontstaat er op den duur grote onrust.”

In 2003 is onder aanvoering van de VVD en LPF de zwaarste vrijheidsstraf verhoogd van twintig naar dertig jaar. De PVV is voor hogere straffen en ook voor minimumstraffen. Wat zegt dit?


“Dat links meer de neiging heeft om een dader een tweede kans te geven en minder naar de gevoelens van het slachtoffer te kijken dan rechts. Het is een jarenzestigdogma dat strenger straffen een achteruitgang van de beschaving zou zijn. In die periode ontwikkelde men het idee dat veel daders slachtoffer zijn van de omstandigheden waarin ze opgroeiden. Die mening is aan het veranderen, ook in strafrechtland, waar de meeste collega’s van linksen huize zijn. Ik denk dat voor een aantal misdrijven de straffen omhoog moeten, maar je kunt ook doorslaan. Het is het zoeken naar de juiste balans, precies zoals dat altijd en overal het geval is, individueel en maatschappelijk.”

In uw essaybundel De geografie van goed en kwaad constateert u dat we in Nederland zijn doorgeslagen naar pseudo-tolerantie, ofwel onverschilligheid.

“Wij hebben in Nederland de pseudo-tolerantie uitgevonden. We zijn al eeuwen een handelsnatie, en als je met handel geld wilt verdienen, dan moet je je niet allerlei morele oordelen aanmatigen ten aanzien van het gedrag van anderen. Principes kosten geld. In de zeventiende eeuw hebben wij veel geld verdiend aan boeken die elders waren verboden, zoals de boeken van Descartes die hier werden uitgegeven. Tot de jaren zestig van de vorige eeuw werd onze handelgeest nog enigszins in toom gehouden door de dominees en daarna nog kort door de andere dominees, de linkse intelligentsia. Maar in de jaren negentig was geld verdienen definitief het adagium. We weten wat daarvan is terecht gekomen: de schandalen, de zelfverrijking. De crisis van nu is veroorzaakt door handelaren die strak de andere kant op keken, door een gebrek aan ethiek.”


In uw boek spreekt u over het grote belang van vergevingsgezindheid Dat is een vrij abstract begrip.

“Vergevingsgezindheid is primair een deugd in de privésfeer. Een rechter moet zich bezighouden met rechtspreken, vergeven is niet zijn taak. Hij moet alleen rechtvaardig oordelen. In de privésfeer kun je niet volstaan met rechtvaardigheid. Een rechtvaardig gezin waarin vergeving ontbreekt, is een kil gezin waarin liefde ontbreekt en wrok gemakkelijk kan domineren. Toch speelt vergevingsgezindheid ook een rol in ons maatschappelijk bestel. Stel je een samenleving voor waarin geen vergevingsgezindheid aanwezig is, maar wel een uitermate goed ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. Dan is dat een kille maatschappij. Niet een maatschappij waarin je wilt leven, maar wel één waarin je zou kúnnen leven. Er is geen anarchie, geen chaos. Rechtvaardigheid is dus een belangrijke, basale deugd. Maar voldoende is ze niet, want zonder vergevingsgezindheid is ze niet compleet. Wie kan vergeven, kan ondanks alles het mooie in de ander zien. Wie niet kan vergeven ziet het mooie niet meer.”

Zijn we op dit moment minder tolerant en vergevingsgezind dan twintig jaar geleden?

“Het is moeilijk om de tekenen van de eigen tijd te begrijpen en te duiden, maar je mag wel zeggen dat we iets minder tolerant zijn geworden en dat we minder geneigd zijn om persoonlijke en publieke fouten te vergeven. We komen uit een tijd dat indirect betrokkenen schuldigen vrij gemakkelijk vergaven, dat is nu anders.”

Anderhalf miljoen mensen hebben gestemd op Geert Wilders. Hebben zij geageerd tegen de onverschilligheid of zijn ze alleen ontevreden?

“Dat weet ik niet. Maar ik schat in dat naast die anderhalf miljoen heel wat meer mensen sympathie hebben voor Wilders en best op hem zouden willen stemmen, maar dat zij op het laatste moment toch nog maar een keer op hun oude, vertrouwde partij hebben gestemd. Ik geloof niet dat de scheiding tussen voor of faliekant tegen Wilders zo enorm scherp is. Er is een grijs gebied van sympathisanten die nog niet op hem hebben gestemd. Hoe dan ook heerst er onder een deel van de bevolking wrokkige ontevredenheid. Daar moeten de gevestigde partijen echt naar luisteren, anders krijgen we ernstige problemen. Je kunt anderhalf miljoen mensen, plus een potentiële aanhang die misschien wel net zo groot is niet eindeloos laten bungelen en hun stem afdoen als onderbuikgevoelens. Als je dit laat broeien, dan is de ultieme consequentie dat we hier een burgeroorlog krijgen.”


Dat is een heftige uitspraak. Wij zijn juist een vredelievende natie.

“Het is fijn dat ons eeuwenlang een burgeroorlog is bespaard gebleven, maar dat wil niet zeggen dat we daarvan voorgoed zijn gevrijwaard. In tal van landen wordt met wapens strijd gevoerd en worden volken onderdrukt om ideeën, idealen en meningen. Kijk naar Thailand, Nepal, Ierland, de Basken. Dat zou hier ook kunnen gebeuren. Wilders biedt simpele oplossingen, hij schuift moslims graag van alles in de schoenen. Het zou niet voor het eerst zijn dat burgers toegeven aan een oerimpuls, het zoeken van een zondebok voor hun ontevredenheid. De Romeinen beschuldigden de christenen, de Duitsers beschuldigden de joden. De politiek moet die sentimenten voor zijn.”

De democratie staat onder druk.

“Vroeger werd het publieke en het politieke debat bepaald door een sociale en intellectuele elite. Wilde je meedoen, dan moest je je conformeren aan bepaalde standaarden en aan bepaalde inhoudelijke opvattingen. Dat is afgekalfd. Met Pim Fortuyn en zijn aanhangers, en nu met Wilders en de PVV, hebben we een ander soort politicus in de Kamer. De antieke Grieken schreven al dat democratie uiteindelijk ontaardt in een ochlocratie, de staatsvorm waarin het bestuur wordt bepaald door de opvattingen van de straat, geleid door een of enkele welsprekende demagogen. “De vraag is of de democratie op den duur in haar huidige vorm zal blijven bestaan. Het verleden heeft bewezen dat dat niet vanzelfsprekend is. De Weimarrepubliek was een democratie en die ontaardde in iets verschrikkelijks. Democratie is historisch gezien een betrekkelijk kortstondig en weinig voorkomend fenomeen. In de vijfde eeuw voor Christus hadden de Grieken haar een tijdje als staatsvorm en wij kennen haar sinds de jaren twintig van de vorige eeuw formeel, maar feitelijk pas sinds de jaren zeventig. In de vijftig jaar voor de seventies was er weliswaar algemeen kiesrecht, maar iedereen stemde gezagsgetrouw op zijn Grote Roerganger. Alles bij elkaar beslaat de heerschappij van de democratie maar enkele decennia in de wereldgeschiedenis. Het is veelzeggend dat Wilders’ partij een stichting is, geen vereniging. Oftewel, niet democratisch.”


Komt het nog goed?

“Het ontbreekt in onze politiek aan gezag, mensen accepteren geen leiderschap meer. Helaas is daar niets aan te veranderen, je kunt geen potje gezag opentrekken. En waar geen gezag is, neemt de botte macht het doorgaans over; de knuppel die de boel enigszins in goede banen leidt. Geen vrolijk stemmend vooruitzicht, nee.”

Dit interview is opgenomen in het boek ‘De andere wang – Vergeven in tijden van vergelding’, dat maart 2011 verschijnt bij Nijgh & Van Ditmar. Willem van Leeuwen is freelance journalist en publicist.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import vraag en antwoord