Er is hoop voor de Nederlandse nierpatiënt

Nierstichting 16 mrt 2018 Branded content

Begin vorig jaar vierden vooraanstaande artsen en onderzoekers op World Kidney Day de vijfenzeventigste verjaardag van de kunstnier, een Nederlandse uitvinding van professor Willem Kolff die ervoor zorgde dat patiënten met nierfalen een mogelijkheid hadden om te overleven. Op dit moment ontwikkelt de Nierstichting een draagbare kunstnier en wordt er onderzoek gedaan naar de manieren om nieren te kweken, maar er blijft nog altijd een lange weg te gaan.

Anno 2018 zijn nierfalen en nierziekte namelijk nog steeds niet te genezen. In Nederland lijdt één op de tien mensen aan chronische nierschade en heeft daarmee, vaak zonder het te weten, een groter risico op hart- en vaatziekten. Een klein deel van die groep ontwikkelt uiteindelijk nierfalen (daar wordt over gesproken als nieren voor minder dan 15 procent werken, red.) en heeft een nierfunctievervangende behandeling (dialyse of transplantatie) nodig. Volgens cijfers van de Nierstichting zijn er 16.727 mensen met een nierfunctievervangende behandeling, waarvan er ruim 6500 mensen dialyseren.

Nierstichting
Boomker tijdens Stamcelonderzoek. Beeld: Nierstichting

Maar de hedendaagse dialysebehandeling is helaas nog steeds geen volwaardige vervanging van de nier, vertelt Jasper Boomker, programmamanager bij de Nierstichting. “De dialyse zuivert het bloed bij lange na niet zo efficiënt als de nieren dat doen. Slechts 15 procent van wat normaal functionerende nieren zuiveren, wordt gezuiverd,” zegt hij. “In de basis is de techniek van hedendaagse hemodialyse niet zoveel verschillend van de eerste dialysemachine van professor Willem Kolff”.

Aan de techniek zelf lijkt niet zoveel verbeterd te kunnen worden, wel aan de wijze waarop de behandeling wordt aangeboden. Sinds de tijd dat chronische dialyse mogelijk werd (sinds het gebruik van de dialyseshunt begin jaren zestig) worden patiënten meestal drie keer per week, vier uur gedialyseerd in een speciaal daarvoor ingerichte kliniek. Tijdens de dialyse worden patiënten in korte tijd ontdaan van overtollig vocht en afvalstoffen. Patiënten voelen zich na afloop van de behandeling soms echt ‘leeg gewrongen’.

Vaker en langer dialyseren zou eigenlijk veel beter zijn, maar is in de huidige vorm vaak moeilijk realiseerbaar. In de praktijk doet maar een heel klein deel van de patiënten zo’n intensievere vorm van hemodialyse. Dat komt omdat deze meestal thuis moet plaatsvinden en de woning van de patiënt daarvoor aangepast moet worden en de zorg daar geregeld moet worden. Dat is geen sinecure.

De Nierstichting wil de hemodialysebehandeling dichter bij de patiënt brengen en werkt aan een draagbare vorm van dialyse waarvoor geen aanpassingen in huis nodig zijn en die makkelijker is te bedienen. Zij doen dat in nauwe samenwerking met enkele gerenommeerde bedrijven en universiteiten.

Nieuw leven

Nieuw is het idee van een draagbare kunstnier niet. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd hiermee al geëxperimenteerd in Amerika.

Er waren in die tijd niet veel dialyseklinieken. Boomker: “Zodra dialyse in een kliniek breed beschikbaar werd is de interesse in thuisdialyse gemarginaliseerd. De huidige markt biedt weinig prikkels tot baanbrekende innovaties. De ontwikkeling van een draagbare kunstnier is technisch ingewikkeld, duur en ook risicovol. De markt pakt dit daarom niet grootschalig op.”

Vandaar dat de Nierstichting de handschoen oppakte om zo de ontwikkeling van compacte thuisdialysemachines weer nieuw leven in te blazen.

De Nierstichting en haar partners zijn momenteel op zoek naar partijen die de draagbare kunstnier voor ons wereldwijd kunnen produceren en bij de patiënten kunnen brengen.

Kweeknieren

Naast de ontwikkeling van de draagbare kunstnier subsidieert de Nierstichting ook andere initiatieven in onder meer de regeneratieve geneeskunde – waarin onderzocht wordt hoe beschadigd weefsel hersteld kan worden. Zo stak de stichting 520.000 euro in een onderzoek van de Nederlander Ton Rabelink en de Australische Melissa Little om een kweeknier te ontwikkelen.

“Zij kunnen nu al een huidcel modificeren tot een stamcel, en sturen in de richting van een miniorgaan. In die toekomst willen zij die als bouwsteen gebruiken voor een nieuwe nier of daarmee een zieke nier weer oplappen door het miniorgaan te koppelen aan een zieke of beschadigde nier,” legt Boomker uit.

Deze initiatieven zijn volgens Boomker manieren om een droom – nierziekten kunnen genezen – te verwezenlijken. “Dat hebben we bereikt wanneer we eigenlijk geen dialyse meer nodig hebben. Dan is een dialyse misschien alleen nog maar nodig voor een korte periode, om bijvoorbeeld de wachttijd voor je eigen kweeknier te overbruggen. Voor nu is het vooral belangrijk dat iedere patiënt de behandeling kan kiezen die in zijn of haar leven past.

De draagbare kunstnier wordt een nieuwe aanvulling op de huidige behandelingen. We hebben nog heel veel stappen te zetten, erkent hij, maar hij ziet het volgende jubileum van de kunstnier van Willem Kolff met vertrouwen tegemoet. “Ik geloof oprecht dat de wetenschap hierin heel ver kan gaan komen.”

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de Nierstichting.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de Nierstichting.
Reageer op artikel:
Er is hoop voor de Nederlandse nierpatiënt
Sluiten