Arjan Peters: ‘De meeste voetballers lezen niet eens’

Arjan Peters (1963, Heemskerk) is literatuurrecensent. Voor de Volkskrant volgde hij deze zomer het Wereldkampioenschap Voetbal. De opbrengst: 27 columns, die hij bundelde onder de titel Lat is hoog over.

Waar gaat die bundel eigenlijk over?
‘Tijdens een voetbalwedstrijd doen zich allerlei voorvallen voor die met meer te maken hebben dan met voetbal alleen. Daar ben ik althans naar op zoek gegaan. Waarom zou je anders een verslag van een WK dat reeds geweest is ook nog eens bundelen?
‘Ik vroeg me af wat ons zo aan dat spel gekluisterd houdt. Waarom zitten die voetbalstadions steeds weer zo vol? Ik denk dat ik een antwoord op die vraag heb gevonden. Bijna elk voetballend kind op een pleintje hoopt ooit in een stadion te zullen spelen waar iedereen hem kan zien. Als ze een halve eeuw ouder zijn, is die hoop gek genoeg niet gestorven. In zo’n stadion, zeker als het avond is en de lampen aangaan, bestaat de buitenwereld even niet meer. Dat verlies van tijd en plaats kun je herkrijgen als je, als vijftiger, naar een heel goede wedstrijd zit te kijken.’

Hoe snel schrijft u, de columns in dit geval?
‘In één uur. Het schrijven van een column moet in een keer goed gaan. Daarna kleed ik hem aan.’

Hoe ziet zo’n schrijfdag eruit?
‘’s Ochtends schrijf ik het stukje, in de loop van de dag verzamel ik nog wat gegevens waar ik iets mee kan. Om een voorbeeld te noemen: er werd beweerd dat voetballers poëten zijn. Een mooie term, denk ik dan, maar in mijn herinnering is maar één profvoetballer geweest die daadwerkelijk dichter was. Een Belg, Remy C. van de Kerckhove, met -ck. De meeste voetballers lezen niet eens, laat staan dat ze dichten. Dat verwerk in dan in zo’n column.’

Waar schrijft u mee?
‘Ik zit de hele dag door op papiertjes te krabbelen. Dat doe ik ook bij het schrijven een recensie. De laptop gebruik ik als schrijfmachine, daarop mag ik niet teveel fouten maken. En ik weet heus wel dat er een deleteknop op de computer zit, maar voor mij heeft typen iets definitiefs.’

Wat is de ergste tegenslag die u te verduren hebt gekregen tijdens het schrijven van dit boek?
‘Er belde weleens iemand, en er stond weleens iemand aan de deur. Die probeerde ik dan af te wimpelen.’

Doet Arjan Peters aan mythevorming?
‘Misschien een klein beetje, door erop te vertrouwen dat mij ’s nachts – wanneer anderen hun werkdag er op hebben zitten en met de kinderen bezig zijn – de vondsten worden aangereikt waarmee ik niet alleen gewoon mijn werk kan doen, maar iets bijzonders kan verrichten.’

Hoeveel verdient u nu eigenlijk met zo’n bundel?
‘Dat gaat hopelijk na deze publicatie een heel ander verhaal worden, want tot nu toe… Ik durf mijn uitgever er niet eens te vragen. En een voorschot heb ik niet gekregen want de stukjes waren al geschreven.’

Welke schrijvers schaart u onder uw vrienden?
‘Ik heb een vriendin, Hagar Peeters, en zij is auteur, maar verder… nee, ik heb geen schrijversvrienden. Ik heb sowieso bijna geen vrienden.’

Wie is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?
‘Conrad Busken Huet. Hij heeft tussen 1840 en 1870 de Nederlandse literatuur bijgehouden en besproken. Die stukken heb ik achter glas op een ereplek in de boekenkast staan. In zijn tijd verscheen er niets van belang in de Nederlandse literatuur, op Camera obscura, Snikken en grimlachjes en Max Havelaar na. Busken Huet is een curieus geval van iemand die zijn standaard niet verlaagde en dus elke keer moest vaststellen dat wat hij besprak niet goed, of niet goed genoeg was. Dertig jaar lang.
‘Het is niet alsof ik me begraaf in het verleden hoor, want ik lees ook Nina Polak en op dit moment Bregje Hofstede.’

Tot slot: op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
‘Het is een kras voorstel en volgens mij is het nog strafbaar ook.’ Denkt na. ‘En dat is dan als de auteur niet thuis is, lijkt me? Ja… misschien wel de woning van Arthur Japin, zodat-ie eens zou moeten omzien naar een minder gerieflijke woning.
‘Ach, hij mag van mij heel tevreden in zijn huis blijven zitten, maar als je de vraag ziet als een variant van een schop onder de kont: dan hem.’

Lat is hoog over van uitgeverij Prometheus is nu verkrijgbaar voor €9,99

Reageer op artikel:
Arjan Peters: ‘De meeste voetballers lezen niet eens’
Sluiten