Maarten van Rossem: ‘De gelukkigste periode is tussen 65 en 75 jaar’

Het weer is somber en het is november. Een beter moment voor het verschijnen van Maarten van Rossems Wat is geluk? lijkt niet te bestaan. In zijn nieuwe boek geeft de historicus een summier overzicht van geluk als streven, industrie en wetenschap, maar vertelt hij bovenal waarvan hijzelf gelukkig wordt. HP/De Tijd ging bij hem langs.

Mensen schijnen gelukkiger te worden naarmate ze ouder worden. Ervaart u dat zelf ook?
“De gelukkigste periode, heb ik laatst gelezen, is tussen de 65 en 75 jaar. Vanaf nu is het voor mij dus all the way down (Van Rossem werd onlangs 75, RvR). Straks krijg ik een rollatortje en een traplift, en kan ik die televisieprogramma’s niet meer doen omdat ik niet meer meekan. Ik merk het in de auto al; een beetje scherp rijden is er niet meer bij.”

Bent u dan wel gelukkig?
“Ik ben nooit depressief of ongelukkig geweest. Ik heb wel last van melancholie, maar ook daar kan ik van genieten.”

Waarom heeft u dit boek geschreven?
“Zeg maar ‘boekje’ hoor. Het zijn maar 19.000 woorden. Vorig jaar was geluk het thema van de Boekenweek en belde mijn uitgever me met de vraag of ik niet even in vier weken een boekje over geluk kon schrijven. Een leuk thema, vind ik, maar ik kan zo snel geen boekje schrijven. Bovendien had ik het druk.
“Ik heb me altijd verbaasd over de populaire geluksindustrie, met al die hulpboekjes en bladen als de Happinez. Vrij komisch, natuurlijk. Of neem televisiereclames. Als u die moet geloven, wordt u dolgelukkig als u een klein, leuk autootje koopt. Een beeldschone vrouw stapt volkomen willekeurig bij u in, en samen rijdt u langs de kustlijn van Californië – die ongetwijfeld de mooiste ter wereld is – en u bent: gelukkig. Dat allemaal door zo’n suf Opeltje te kopen. En dan zwijg ik nog over reclames voor ondergoed dat met bamboe vervaardigd is.”

Over ondergoed gesproken. Ik las dat u liever ook zwijgt over de relatie tussen geluk en seks.
“Ik had al heel snel bedacht dat ik daar niet over zou schrijven. Ik wil geen kans maken op de fameuze prijs voor de slechtst beschreven seksscène van het jaar. Sowieso kan men het vaak maar beter laten bij: ‘Ik kroop met haar in de slaapzak, puntje puntje puntje.’ Iedereen weet wel wat er daarna gebeurt.”

Uit onderzoeken blijkt iedere keer weer dat de Nederlander eigenlijk ontzettend gelukkig is. Wie betaalt er dan 12 euro 50 voor zo’n dun boekje over geluk?
“Ik heb een betrekkelijk vaste groep kopers. Ik verkoop er altijd wel tienduizend. Mensen die denken dat het een geschikt handboekje is, zullen bitter teleurgesteld raken. Al kon ik het niet laten zo nu en dan een tip te geven.”

Eén van die tips is: “Alle materialisme (consumentisme) is uit den boze; spullen maken mensen niet gelukkig.”
“Ik heb een hekel aan shoppen. Mensen kopen zomaar allerlei spullen die ze niet nodig hebben. Ook heeft dat massale consumentisme de musea grondig verpest. In het Rijksmuseum was het vroeger hartstikke rustig; in de wc’s stonk het naar pis, en op de afdeling over de negentiende eeuw kwam al helemaal niemand. Toen ik daar eens was, lag er de hele middag een Japanner in alle rust te pitten op een bankje.”

Maar tegelijkertijd is uw boek een ware encyclopedie van boeken en films die u behagen. Zijn die stapels boeken en talloze bioscoopbezoekjes dan geen vormen van consumentisme?
“Ik vind niets leuker dan een beetje rondzoemen op Amazon, om te kijken welke boeken er worden aangeboden. Ik lees ook alleen digitaal. Als het boek niet bevalt, kan ik het namelijk zo wegklikken. En als ik een boek heb gekocht, zet Amazon er altijd onder: ‘Andere mensen die dit boek kochten, kochten ook…’ Die boeken ga ik dan ook allemaal langs.
“Is dat consumentisme? Ja, misschien. Maar dat is intellectueel shoppen. Boeken zijn geen nutteloze spullen. Daar gaat het me om. Er zijn mensen die ieder jaar een nieuw interieur aanschaffen. Daar worden ze heus niet gelukkig van.”

Tot slot: u schrijft dat het schrijven van dankbrieven een effectieve geluksstrategie is, maar dat iedereen die u wilt bedanken al dood is. U vermeldt daarbij niet wie dat zijn.
“Eén van hen is mijn eerste chef op de universiteit, Hermann von der Dunk (overleden op 22 augustus 2018, RvR), die bereid was om mij aan te nemen als wetenschappelijk medewerker. Hij vond weliswaar dat ik de verkeerde richting koos, dat ik een groot onderzoeker had kunnen worden als ik niet had gekozen voor de kleine roem van het dagelijks bestaan.”

Wat is geluk? van uitgeverij Nieuw Amsterdam is nu verkrijgbaar voor €12,50

Reageer op artikel:
Maarten van Rossem: ‘De gelukkigste periode is tussen 65 en 75 jaar’
Sluiten