Spring naar de content
bron: ANP

'Drugs zijn nationaal probleem, maar in Noord-Brabant het ergst'

Gedreven strijdt de 69-jarige burgemeester Jan Boelhouwer (Cimahi, 1950) van Gilze-Rijen tegen de drugscriminaliteit in zijn gemeente. Niet als sheriff, maar als waakzame burgervader. "Criminelen stoppen niet als wij pillen gaan maken voor de Amsterdamse pretfabriek."

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jessy de Cooker

Jan Boelhouwer praat het liefst niet over de Brabantse drugsproblematiek. Toch neemt hij geregeld uitgebreid de tijd voor een gesprek - of dit nu met een journalist, een geïnteresseerde burger of collega-burgemeester is - om het probleem te duiden. “Het drugsprobleem wordt gezien als een Brabants probleem. Maar het is óók een nationaal probleem, waarbij de situatie in Noord-Brabant het ergst is.”

Ondergronds drugslab naast gemeentehuis

Neem een ondergronds drugslab dat afgelopen najaar gevonden wordt op grofweg tweehonderd meter van het gemeentehuis van Gilze-Rijen, dat midden in een woonwijk ligt. Het lab wordt ontdekt tijdens een bestuurlijke controle in meerdere kelders van een bedrijvenpand. Door de politie vrijgegeven beelden tonen tientallen vaten chemicaliën en spullen voor drugsproductie.

“Het was een levensgevaarlijke situatie,” vertelt Boelhouwer. “En het ergste was het feit dat de buurt er niet over durfde te praten, omdat de eigenaar van het pand ze angst inboezemde.” Deze Freddy T. werd in 2009 door het gerechtshof tot 16 jaar celstraf veroordeeld voor moord. Hij kwam vrij nadat hij twee derde van zijn straf had uitgezeten. Boelhouwer: “De buurt had zoveel angst dat zelfs niemand Meld Misdaad Anoniem durfde te bellen. In dat soort Siciliaanse sferen verkeren we hier. Maar dan gewoon in een Nederlandse woonwijk.”

'Slimmere vorm van handel'

Sinds zijn aantreden in 2010 – eerst als waarnemend burgemeester – van de gemeente onder de rook van Tilburg probeert Boelhouwer drugscriminelen het leven zuur te maken. Al loopt hij tegen bestuurlijke muren aan in de gemeente met 26.000 inwoners. “Het verdienmodel van de Brabantse drugsindustrie is aan het verschuiven. Op dit moment zijn we vooral op jacht naar de drugsproductie, maar we lopen drie stappen achter op de criminelen. Die stoppen hun geld in onroerend goed, waar ze Roemenen of Hongaren inzetten met hoge huurcontracten. Dat levert ‘wit’ geld op en de inkomsten zijn vergelijkbaar met die van een wietkwekerij, een veel slimmere vorm van handel dus.”

Ook haalt hij Cruijff aan als het over bestuurlijke bewustwording over drugs gaat. “Ik hoorde bij mijn aanstelling collega-burgemeesters zeggen dat ze in hun gemeente geen drugsoverlast hadden. Ze vonden mijn pogingen tot bestrijding aanstellerij, maar mede op aanraden van de commissaris van de Koning ben ik lezingen gaan geven aan collega’s van Noord-Holland tot Gelderland. Ik gebruikte dan altijd het Cruijffiaanse spreekwoord: ‘Je gaat het pas zien als je het door hebt’. Zo is het namelijk ook met drugscriminaliteit. Als je oplet op speciale dingen ga je het zien. Een loszittende dakpan kan bijvoorbeeld duiden op het mogelijk aftappen van stroom voor een kwekerij of lab.”

Bedreigingen

Boelhouwer probeert de drugsproductie en drugshandel van ‘gewetenloze schoften’ te dwarsbomen. Meermaals wordt de burgervader bedreigd vanuit het criminele circuit. “Ik ben niet bang, maar voorzichtig,” zegt hij vanuit het gemeentehuis dat beveiligd wordt. Eén keer houdt hij slapeloze nachten over aan een bedreiging. “Ik reed over straat en werd klemgereden door twee gasten die me uit mijn auto wilden sleuren. Ze wilden me ‘een lesje leren’. Het kwam nu heel erg dichtbij. Af en toe zijn de bedreigingen aan mijn adres hevig. Daar kan ik mee leven, maar het is anders als je fysiek bedreigd wordt.”

In zijn gemeente worden alle mogelijke soorten drugs geproduceerd en de opsporing loopt achter de feiten aan, maar dat betekent voor Boelhouwer dat niet hij opgeeft. Gilze-Rijen heeft op dit moment de leiding in een proefproject om brandgevaarlijke hennepplantages op te sporen. Boelhouwer: “Ik voel me geen sheriff, maar ik maak me zorgen over de veiligheid van mijn burgers die naast zo’n kwekerij of drugslab wonen. Ik probeer alle bestuurlijke mogelijkheden om drugscriminelen aan te pakken en ze te laten weten dat we dit gedrag niet pikken in deze gemeente. Ik heb niet de illusie dat ik het drugsprobleem in Nederland kan oplossen en ik heb geen enkele illusie dat ik iets kan doen tegen de drugsexport. Uiteindelijk heb ik één oogmerk: Gilze-Rijen.”

Produceren voor 'die vrolijke Amsterdamse pretfabriek'

Kom bij Boelhouwer niet aan met legalisatieplannen voor ‘staatswiet’ of – zoals GroenLinks recent opperde – staats-xtc. Dan wordt de evenwichtig en rustig pratende burgervader fel. “Die pillen bijvoorbeeld worden gemaakt door nietsontziende criminelen. Die verdienen er heel veel geld mee. Denk je dat wanneer wij die pilletjes gaan maken voor die vrolijke Amsterdamse pretfabriek, dat de criminelen stoppen met hun activiteiten?”

Per 1 april 2020 geeft de dan zeventigjarige Boelhouwer de ambtsketting van zijn gemeente door. Wat hij na zijn burgemeesterschap gaat doen, weet hij nog niet. “Ik ga niet verder met mijn strijd tegen de drugscriminaliteit.” Maar dat gezegd hebbende, bedenkt hij zich. Hij heeft namelijk nooit carrièrestappen bewust gepland.

Dit artikel maakt deel uit van een serie over de drugsmarkt in Noord-Brabant. Heeft u tips? Schroom dan niet om te mailen naar [email protected] onder vermelding van ‘Drugs in Brabant’. Eerdere afleveringen leest u hier