Spring naar de content
bron: ANP

Bezorgd over ontlezing jongeren? Pomp geld in literatuuronderwijs

Vakantie! Eindelijk mag ik lezen waar ik zin in heb. Dat lijkt voor het merendeel van de leesgrage bevolking vanzelfsprekend – met een thriller in een strandstoel, met de nieuwe Buwalda op terras -, maar voor een literair recensent ligt dat enigszins anders. Jaarlijks lees en bespreek ik ongeveer honderd boeken, helaas een fractie van wat op mijn verlanglijstje prijkt.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Roderik Six

Lezen is werk. Daar mag ik niet over klagen; betaald worden om boeken te verslinden is een natte jongensdroom die werkelijkheid is geworden, maar door de hoge leesdruk duikt soms het gevoel van sleur op. Puur leesplezier, dat ken ik niet meer. Bij elke verse pagina draait mijn brein al op volle toeren: hoe is deze roman opgebouwd, welke leitmotieven zitten in de tekst verweven, hoe uniek is de stijl, welke literaire referenties kan ik ontdekken? Echt leuk is het niet, een boek aan flarden analyseren. Het is alsof ik naar een Ikea-kast kijk en alleen losse schroeven en planken ontwaar.

Echt leuk is het niet, een boek aan flarden analyseren.

Tussen al dat leeswerk door moet ik dan ook zelf nog een roman schrijven die met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Gelukkig ben ik daar ook deze keer wonderwel in geslaagd: mijn nieuwe roman Volt verschijnt eind september en wordt nu al de literaire bom van het najaar genoemd. En naast die peptalk, die alle vertwijfelde momenten boven het blanco blad moet overcompenseren, dien ik me ook nog eens te positioneren in het literaire veld. Dat doe je door hypes te doorpikken of collega’s te roemen. Zo zal Hanna Bervoets ongetwijfeld een boeiende Zomergast zijn, ik ken haar als een eminente dame waarmee het interessant converseren is, maar haar literair oeuvre hangt aaneen van fletse ideeën en bordkartonnen personages. En Jamal Ouariachi doet zich op sociale media voor als een brallerige eikel, maar in vlees en bloed is het een aardige jongen die beestig goeie boeken schrijft. Of is het omgekeerd?

Maakt niet uit, het is vakantie; even hoef ik geen oordeel te vellen, even hoef ik niet nodeloos ruzie te zoeken, even kan ik lezen wat ik wil. Aan het azuurblauwe zwembad van vijfsterrenhotel The One Palácio da Anunciada in Lissabon las ik, met een perfecte vinho verde bij de hand, The Quantum Astrologer’s Handbook van Michael Brooks. Naast een biografie van de bizarre Renaissance-figuur Jerome Cardano is het ook nog eens een perfecte introductie in de breinbrekende wereld van de quantummechanica. Zwarte gaten, imaginaire getallen, parallelle werelden, tergend moeilijke wiskundige formules – het is een blije afwisseling met de doordeweekse grachtengordelroman.

Kan deugd doen, je leergierig brein bevredigen met verse kennis. Maar vakanties gaan voorbij, en thuis wacht alweer een nieuwe stapel romans die ik in ijltempo moet bespreken. Geen tijd meer voor non-fictie. Facebook moet mijn frustratie gedetecteerd hebben want plots verscheen in mijn tijdlijn een advertentie voor Blinkist, een nieuwe app die boeken voor je samenvat en in hapklare brokken op je telefoon serveert. De Berlijnse startup haalde zo maar eventjes 18 miljoen dollar op bij investeerders die blijkbaar geloven in deze nieuwe leesvorm. Voor zestig euro per jaar kan je door 3000 boeken snuisteren en omdat de eerste week gratis is, besloot ik maar eens op ‘download’ te klikken.

Blinkist lijkt op Tinder voor nerds. Je kan handig tussen onderwerpen swipen en de puntige tekstjes kan je ook als audiobook beluisteren. Om de catalogus te testen knalde ik een paar van mijn dada’s door de zoekfunctie.

Blinkist lijkt op Tinder voor nerds.

Wittgenstein: geen resultaat.

Quantummechanica: twee essays van Carlo Rovelli.

Milton Friedman: een beknopt lesje vrijemarkteconomie.

Albert Camus: een lemma over het absurdisme.

Ontgoochelend pover, die Blinkist, dat verder wemelt van zelfverbeteringstips en dieetadviezen. Niet veel anders dan de gemiddelde Facebook-tijdlijn, aangevuld met wat Wikipedia-weetjes.

Ik had beter moeten weten. Om de zoveel jaar komen uitgeversconcerns op de proppen met een revolutionair leesplatform dat het ouderwetse papieren boek eindelijk naar het museum zal verbannen en de ontlezing bij de jongeren zal uitroeien. Na een paar maanden hoor je er niets meer over en prediken dezelfde uitgeversconcerns de eeuwigheid van datzelfde papieren boek.

Als uitgevers, en dan bedoel ik iedereen die ‘content’ op de markt brengt, écht bezorgd zijn over de ontlezing bij jongeren, dan zouden ze hun geld beter in het onderwijs pompen. Want daar begint het, op school, waar nu amper nog leesvaardigheid en literatuur op het curriculum staat. Stuur je auteurs langs, sponsor schoolbibliotheken en dring bij het Ministerie van Onderwijs aan op een gedegen literatuuronderwijs.

En ontzie de jeugd niet. IJver voor een verplichte kennis van het canon en loodzware literatuurlijst. Lezen hoeft in het begin niet leuk of hip te zijn; eerst moet je de basis meekrijgen voor je van hedendaagse romans kan genieten. Lezen is werk. Leren is werk. De beloning komt pas veel later. Hoe kan je Grand Hotel Europa ten volle doorgronden als je het oeuvre van Thomas Mann niet kent? Hoe wil je De Cirkel van Dave Eggers begrijpen als je 1984 niet gelezen hebt? En hoe kan je Volt, de literaire bom van het najaar, appreciëren als je niet weet wie Samuel Beckett is?