Spring naar de content

Daan Kool: ‘Macron ziet de pers als last’

Afgelopen maanden is Parijs strijdtoneel van rellen en de kraamkamer van politieke omwentelingen die tot aan Nederland reiken. Hoe gaat de Nederlandse pers om met het land van Emmanuel Macron? We spreken drie correspondenten vanuit standplaats Parijs. Vandaag het laatste deel: Daan Kool van de Volkskrant over het immigratiebeleid en de persvrijheid in Frankrijk.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Robbert van Rijswijk

Achter de flatgebouwen aan de overkant van de boulevard moet de Périphérique liggen, waarna het achttiende arrondissement eindigt en de banlieues van Seine-Saint-Denis beginnen. De opvallend gelijke verdeling tussen uitcheckers en poortjesspringers bij de uitgang van het metrostation stemde nog jolig, maar de wandeling vanaf Porte de Saint-Ouen over de Boulevard Ney is ondanks het zomerse weer niet bepaald opbeurend. Het is er ongezellig grauw; de straten zijn vuil en de blikken meestal nors. Boulevard Ney wordt al jaren beheerst door dealers en hoeren – voor een oppeppertje gaat de Parijzenaar naar de colline du crack, even verderop bij Porte de la Chapelle – en herbergde in 2015 en 2016 zelfs het grootste Roma-kamp van Parijs, op de parallelle verlaten ringspoorlijn.

Het is vier uur als we teruglopen vanaf Porte de la Chapelle en aankomen op de kruising met Boulevard Ornano, halverwege Boulevard Ney. Het is er druk en aan bedrijvigheid geen gebrek. Er is een Kentucky Fried Chicken en er wordt druk gehandeld in metrokaartjes, telefoons en wat dies meer zij; groepjes jongens zwaaien uitbundig met sloffen sigaretten van Marlboro boven hun hoofd. Hier bevindt zich onze bestemming, café-restaurant La Recyclerie. In het portiek liggen twee mannen op kartonnen dozen te slapen. La Recyclerie blijkt bij binnenkomst de hippe kantine van een ‘innovative urban farm’ van bijna duizend vierkante meter, met onder meer een groentetuin, vier bijenkorven en een kippenhok. Om “gezond, lokaal en duurzaam voedsel te stimuleren,” zo leggen de barjongens en –meisjes met vrolijke blauwe ogen uit.

Als Daan Kool (1991) tien minuten later ook binnenloopt, nemen we plaats op het terras in de beschutte achtertuin en bestellen een halve liter witte wijn en vrac (11 euro), die Kool gezien de hitte liever drinkt dan rode.

Zeg, waarom wilde u hier afspreken?
“Omdat dit een fijn café is in een heel interessante buurt. Dit is een apart deel van Parijs, een heel eigen wereld, met een heel eigen economie. Het leven is hier best deprimerend en niet makkelijk voor de mensen die buiten rondlopen – veelal van migrantenafkomst. Ik woon precies tussen deze buurt en Montmartre, waar de bekende hippe en chique straatjes liggen, en krijg daardoor twee heel verschillende maar net zo interessante werelden mee.”

Een yuppentent in een upcoming achterstandswijk. Dat klinkt als vertrouwd Nederlandse gentrificatie.
“Helemaal waar. Dit soort plekken zie je eigenlijk vaker in Nederland, Duitsland en Denemarken dan in Frankrijk. Dit café is gevestigd op een oude ringspoorlijn, die ze le petite ceinture noemen en sinds de jaren negentig niet meer wordt gebruikt. Nu zitten er op een paar plekken in de stad cafés met terrassen, allemaal van dit soort hipstercafés. De buurt is ongetwijfeld aan het veryuppen. In Parijs is die ontwikkeling nog veel verder gevorderd dan in Amsterdam. Het leven in deze buurt is nog wel relatief betaalbaar, al moet je dat al wel met een korrel zout nemen.”

U bent vorige maand achtentwintig geworden en dus uitzonderlijk jong voor een correspondent. Hoe is dat u eigenlijk gelukt?
“Dat is zo, maar het is ook geen tweeëntwintig, hè. Het wordt me vaker gevraagd. Enerzijds komt dat doordat men bij correspondentschap in Londen of Parijs denkt aan een erebaantje, wat het vroeger ook was en bij sommige media nog steeds is. Achtentwintig is jong, maar bij de Volkskrant inmiddels wel normaal. Uiteindelijk heeft het ongetwijfeld ook met bezuinigingen te maken, daar ga ik geen doekjes om winden. Maar daarnaast geloven ze er heilig in dat jonge mensen de echte wil hebben om een samenleving in te duiken, of ze nu relatief onervaren zijn of niet. Dat vind ik heel moedig van een krant.

“Anderzijds was ik op het goede moment op de goede plek. Ik sprak al Frans, en kende Frankrijk goed – mijn ex-vriendin komt hier vandaan. Ik ging er destijds eigenlijk van uit, zelfs nog nadat ik de eerste ronde was doorgekomen, dat het ging om functie als ondersteuning van de vaste correspondent. De avond voor ik op gesprek mocht komen, belde ik met Freek Staps, een oud-docent van mij, om even te sparren. Hij zei ineens: ‘Nee, Daan, ze zoeken gewoon dé correspondent, hoor.’ Zonder dat telefoontje was ik het waarschijnlijk niet geworden, want ik had het gesprek heel anders voorbereid.”

Er wordt weleens gezegd dat correspondenten niet in hun glas spugen.
“Haha, ik kan niet voor anderen spreken. Ik houd wel van een glaasje wijn, maar het is hard werken, hoor. Het idee dat correspondenten veel drinken, hoort, denk ik, bij het oude correspondentschap waarnaar ik net verwees.”

De afgelopen maanden wordt er regelmatig geschreven over de persvrijheid in Frankrijk. Onder meer omdat Macron in de strijd tegen hate speech op internet een wet gaat herzien, waardoor belediging en laster niet langer onder persvrijheid vallen. Men noemt het een aanval op de persvrijheid en Frankrijk één van de mondiale gevaren voor de vrijheid van meningsuiting.
“Dit is geen richting die Frankrijk in z’n eentje opgaat, maar één die je veel Westerse democratieën ziet opgaan. Ook in bijvoorbeeld Duitsland zijn ze ermee bezig. Eigenlijk gaat het om twee discussies. Enerzijds is het natuurlijk wel degelijk problematisch dat iedereen in staat is om anoniem van alles te zeggen op het internet. Anderzijds, gevoelsmatig heb ik bij deze regering het idee dat ze inderdaad niet te veel kritische geluiden willen horen. Daar zijn ook wel zorgen over in het land.

“Je hebt hier een onderzoeksmedium genaamd Médiapart, opgericht door een ex-hoofdredacteur van Le Monde, dat goed doorwrochte onderzoeksjournalistiek bedrijft. Vorig jaar is een inval geweest op hun redactie, omdat een officier van justitie heeft gezegd dat ze mogelijk onrechtmatige werkwijzen gehanteerd hebben in een onderzoek naar Macron. Nu wil ik daar niet voorbarig over oordelen, want ik heb er niet genoeg zicht op, maar met een inval bij journalisten kom je in de gevarenzone terecht. Je moet wel heel zeker weten dat er een ernstige overtreding is gemaakt als je je afficheert met wat normaal gesproken alleen dictators doen.”

En die inval staat niet op zichzelf. Frankrijk staat tweeëndertigste op de World Press Freedom Index van Reporters without Borders. Nederland vierde. Hoe komt dat?
“Het is verraderlijk om Frankrijk met Nederland te vergelijken. Nederland is een extreem geprivilegieerd land: een extreem rijk, welvarend en klein land, waar alles extreem goed georganiseerd is en waar persvrijheid en uitingsvrijheid dus in relatief goede handen zijn. Dat heb ik pas echt goed door sinds ik in Frankrijk zit. En er zijn allerlei factoren waarom dat in Frankrijk van oudsher minder het geval is. Ik merk bijvoorbeeld dat de afstand tussen machthebbers en de media en bevolking veel groter is dan in Nederland. Als journalist ben ik eens onaangekondigd naar het Binnenhof gegaan en kon ik zo Jesse Klaver te spreken krijgen. Daar hoef je hier niet aan te beginnen, dat is totaal ondenkbaar.

“Landen als Italië, Engeland en de Verenigde Staten staan bovendien nog lager op de ranglijst, als ik me niet vergis. Eigenlijk moeten we daarom concluderen dat het helemaal niet zo goed gaat met de persvrijheid in het Westen. Frankrijk en Macron passen helemaal in die trend. Trump is natuurlijk notoir vijandig tegen de pers, maar ook Macron, die zich presenteert als anti-Trump, ziet de pers ook als last. Hij zou nooit zeggen dat de pers de vijand van het volk is, zoals Trump zegt, maar hij ziet de pers wel als zijn persoonlijke vijand. Hij heeft zich bijvoorbeeld meer dan een jaar niet laten interviewen. En toen Franse journalisten eens vroegen waarom hij nooit met hen sprak, heeft hij een woordvoerder letterlijk laten zeggen: ‘omdat de denkwijze van de president dusdanig complex is, dat journalisten die niet begrijpen.’ Daar zit zo’n enorm dedain in. Macron is ontzettend intelligent en iemand die vergezichten schetst, maar alles wat zijn visie in de weg staat, ziet hij als obstructie, zo lijkt het.”

Trump is natuurlijk notoir vijandig tegen de pers, maar ook Macron, die zich presenteert als anti-Trump, ziet de pers ook als last.

Hoe valt dit te rijmen met Macrons sociaal-liberale profiel?
“Moeilijk. Hij is natuurlijk tegelijkertijd tamelijk populistisch en hypocriet, dat zie je aan de beweging En Marche!, die heel nadrukkelijk draait om het leiderschap van Macron. Ik durf in dat opzicht de stelling aan dat Macron hetzelfde betekent voor En Marche! als Wilders voor de PVV.

“Macron laat zich wel voorstaan dat hij veel bezig is met democratie en de rechtsstaat, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht als je bijvoorbeeld nooit met de pers praat. En er is natuurlijk ook iets niet in de haak als in een land met zo’n uitgebreid verzorgingsstelsel overal rond de hoofdstad tentenkampen staan met vluchtelingen. En dit kan ik niet hard maken, maar ik krijg sterk de indruk dat het om ontmoedigingsbeleid gaat. Er heerst in de Franse politiek het idee dat ze vluchtelingen vooral niet het idee moeten geven dat het goed toeven is in Frankrijk. Ze houden hier alles tegen, want ze zijn als de dood dat de vluchtelingen massaal blijven, of dat mensen uit de vele ex-koloniën naar Frankrijk komen. Terwijl ze Italië openlijk de maat nemen over hun migratiebeleid. Dus die hypocrisie zie je wel vaker bij Macron.”

Hoe kijken Fransen eigenlijk naar Nederland?
“Fransen kijken naar Nederland zoals Nederland naar Scandinavië kijkt; ze zien Nederland als groene en innovatieve voorlopers.”

Tot slot: Wat is uw favoriete vakantiebestemming in Frankrijk?
“Een lastige vraag, want Frankrijk hoort zowel bij Noord- als Zuid-Europa; het land heeft daardoor zo veel verschillende mooie landschappen. Ik kies voor Marseille, die stad vind ik gaaf. Het is er vrij ruig en de bevolking van de binnenstad zijn erg gemêleerd, in tegenstelling tot Parijs. En het is een stad waar je op twee kilometer van het centrum rustige baaitjes en prachtige stranden en vissershavens vindt.”

En waar in Frankrijk wilt u nog niet dood gevonden worden?
“Calais. Een treurige, naargeestige en armoedige plek.”

Lees ook deel 1 en deel 2 met Marijn Kruk en Kleis Jager.

Onderwerpen