Spring naar de content
bron: ANP/Piroschka van de Wouw

DWDD-wetenschapper Robbert Dijkgraaf onthult het geheim van de smid

Theoretisch natuurkundige Robbert Dijkgraaf krijgt maandag de Irispenning: de gloednieuwe prijs voor excellente wetenschapscommunicatie. In een skypesessie met HP/De Tijd doet Dijkgraaf uit de doeken hoe dat moet, praten over wetenschap. Daarnaast legt hij in één ademteug de snaartheorie uit.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Tristan Theirlynck

Robbert Dijkgraaf zit in Princeton, waar hij vanuit het oud-kantoor van atoombom-uitvinder Robert Oppenheimer leiding geeft aan het Institute for Advanced Study. Een instituut dat de thuisbasis van onder andere Albert Einstein was. Hij skypet ons – met de magistrale Princeton-internetverbinding – klokslag 17.30.

Het wemelt van de prestigieuze wetenschapsprijzen, waarom is het belangrijk dat er nóg een is voor de communicatie van diezelfde wetenschap?        
“Ik vind dat de wetenschap heel goed is in het bedenken van nieuwe dingen, maar het uitdragen van die wetenschap, dat doen we er altijd een beetje bij. Het is liefdewerk voor veel mensen. Ik vind het prachtig om die Irispenning te krijgen, maar ik vind het nog veel belangrijker dat wij als maatschappij het uitdragen van kennis niet meer als een soort secundair effect gaan zien.

“We zijn soms verbaasd dat de vertaalslag naar de maatschappij wat moeizamer gaat. We zitten een beetje in de situatie van een bedrijf dat het meest fantastische product maakt en zich dan afvraagt waarom niemand het koopt. En dan realiseer je je, er wordt niet geadverteerd, hoe moeten mensen überhaupt weten wat je doet? Ik denk dat het belangrijk is dat we gaan erkennen dat communicatie een integraal onderdeel van de wetenschap is.”

Wat maakt een wetenschapper een geschikte ‘DWDD-wetenschapper’?
“Voor mij is het allerbelangrijkste dat je begint met het publiek in je achterhoofd. De boodschap begint bij het publiek. Ik probeer me altijd voor te stellen wie de mensen zijn die naar je luisteren en hoeveel ze weten. Je kunt niet je eigen kennis als startpunt nemen, je moet een ‘blank slate’ hebben. Dat is een enorme inspanning. Het begin van het verhaal is het aller moeilijkst. Het is als zoeken naar het begin van het plakbandrolletje. Naarmate het verhaal vordert wordt het makkelijker, dan komt het dichter bij mij.”

We zijn een beetje blijven hangen in de 19e-eeuwse manier van communiceren over wetenschap.

Robbert Dijkgraaf

Hoe is het nu gesteld met de wetenschapscommunicatie?
“Ik grap weleens dat als je iemand zou meenemen uit het verleden in een tijdmachine en vraagt wat de twee meest opvallende veranderingen zijn, dan is het één: de wetenschap, en twee: de communicatie. Je zou denken dat als je die twee dingen combineert, je dan dingen krijgt die nog onvoorstelbaarder zijn. Maar eigenlijk is dat niet het geval. We zijn een beetje blijven hangen in de negentiende-eeuwse manier van communiceren over wetenschap. Dat ik een college geef met proefjes – oké het is op televisie – maar Michael Faraday deed dat al in 1850.”

Is er wel iets aan het veranderen?
“Het is interessant als je ziet wat er op YouTube en in podcasts gebeurt. Je ziet een soort sprenkeling van een nieuw soort wetenschapsprogramma’s. We zijn goed bezig maar in zekere zin is het nog steeds een gevecht om bij de publieke omroep gewoon serieuze, of überhaupt, wetenschapsprogramma’s geprogrammeerd te krijgen.”

Wie werken de wetenschap tegen? Wie zijn de vijanden?
“Ik denk dat de wetenschap niet echt vijanden heeft maar dat het door politici, omroepen en het bedrijfsleven niet als prioriteit wordt gezien. De wetenschap roept vrij breed een warm gevoel op in de maatschappij, maar het komt niet echt tot een kookpunt. Als puntje bij paaltje komt, dan zeggen de omroepen: het gaat om de kijkcijfers. En echt kijkcijferkanonnen zijn wij wetenschappers niet. Vijanden is niet het juiste woord, maar ik denk dat diegenen die bepalen hoeveel wetenschap de mensen aankunnen onbewust het publiek lager inschatten dan ze zouden moeten doen. Dat is als een docent die denkt dat een kind niets aankan en dat kind dan kansen ontneemt. Men is soms wat te betuttelend.”

In het vatensysteem waar kennis doorheen loopt zit aderverkalking, plekken waar het niet kan doorstromen.

Robbert Dijkgraaf

In uw Abel Herzberglezing stelde u de vraag: ‘Hoe beschermen wij wetenschap in tijden van nepnieuws en populisme?’ Denkt u dat deze prijs een reactie is op de toenemende maakbaarheid van feiten?
“Ik denk dat ontwikkelingen van nepnieuws de noodzaak van wetenschapscommunicatie benadrukken. In het vatensysteem waar kennis doorheen loopt zit aderverkalking, plekken waar het niet kan doorstromen. Als wetenschap niet een onderdeel is van de publieke omroep en andere media, dan betekent het dat de kennis ergens blokkeert en dan geef je vrij spel aan nepnieuws.

“Wetenschap werkt niet in het format van een politiek debat. Als je geopereerd wordt, wil je niet dat twee chirurgen boven de operatietafel discussiëren of het een goed idee is om de operatie uit te voeren. Je wilt dat ze met elkaar in gesprek zijn gegaan en dan met een eenduidige boodschap komen. Wetenschap verhoudt zich slecht met de manier waarop wij normaal informatie bespreken. Als er een afwezigheid is van een goed wetenschapscommunicatienetwerk dan wordt die ruimte ingenomen door nepnieuws. In zekere zin is het een wapenwedloop.”

De populaire wetenschap, het versimpelen van hard onderzoek – levert zij geen misverstanden op?
“Daarom is het heel belangrijk dat je die boodschap op de juiste manier overbrengt. Einstein zei al: ‘Maak het zo simpel mogelijk maar niet nog simpeler.’ Het communiceren met en engageren van een groot publiek is een vak apart. Het is een technologie die op dit moment aan het ontwikkelen is. Ik denk niet dat we de beste manier al hebben gevonden. We benutten wetenschappers om onderzoek te doen, onderwijs te geven, en ook tegelijkertijd even aan de mensen uit te leggen hoe het zit. Dat is geen duurzame oplossing.”

Apple geeft per jaar evenveel uit aan onderzoek als heel Nederland! En wat doen ze? Ze maken de iPhone 12.

Robbert Dijkgraaf

Maar niet alles is toch kort en begrijpelijk uit te leggen?
“Het is een dilemma. Hoe gaan we om met een wereld waarin kennis gespecialiseerder en technischer wordt? Je zou bijna zeggen dat we er steeds minder van begrijpen. Dus de keten tussen wetenschap en een beslissing die een burger moet nemen wordt steeds langer. Maar we kunnen daarmee omgaan. Een hightechbedrijf als Apple heeft ergens een onderzoeksafdeling en ergens anders ligt een product in de winkel. Zo’n bedrijf kan dus met de keten tussen wetenschap en product omgaan. Anders gaan ze failliet. Wij kunnen dat ook, maar Apple geeft per jaar evenveel uit aan onderzoek als heel Nederland. Heel Nederland! En wat doen ze? Ze maken de iPhone 12.

“Ik denk dat we de rol van de wetenschap onderschatten. Bereid je er maar op voor dat er nog heel veel inzichten komen die onze maatschappij gaan beïnvloeden ten positieve of ten negatieve. Dan kun je als overheid maar beter goed geïnformeerd zijn.”

Oké. Leg de snaartheorie eens uit.
Zonder aarzeling: “Nou, we weten twee dingen van het universum. Eén: op het allerkleinste niveau bestaat die uit kleine elementaire deeltjes, de bouwstenen van alles. Twéé: op het allergrootste niveau is er één kracht die alles regeert: de zwaartekracht. We willen eigenlijk die twee krachten bij elkaar brengen. Waarom? Omdat er maar één universum is. De vraag is hoe krijg je kleine deeltjes en zwaartekracht bij elkaar. Snaartheorie zegt dat deeltjes geen deeltjes maar kleine trillende snaren zijn, een soort elastiekjes die op verschillende manieren trillen. Wat blijkt, als je die trillingen onderzoekt, dan vind je dat sommige trillingen deeltjes beschrijven en de anderen zwaartekracht. Snaren lijken deeltjes en zwaartekracht op een natuurlijke manier samen te brengen. Snaartheorie beschrijft een universum. De enige vraag die we nog hebben: is dat ons universum?”

Die had u klaar liggen of niet?
“Haha! Nee, nee die was speciaal voor jullie.”

De Irispenning – initiatief van museum Teylers, Rijksmuseum Boerhaave en NEMO Science – wordt op de avond van Wetenschap & Maatschappij (7 oktober) uitgereikt, in bijzijn van Koning Willem-Alexander.