Spring naar de content

NLBeter: Nieuwe politieke partij wil zorgstelsel hervormen

Cardioloog Janneke Wittekoek, psychiater Esther van Fenema en longarts Wanda de Kanter zijn de founding mothers van een nieuwe politieke partij: NLBeter. “Het moet helemaal anders.” En: “Schrijf maar op dat we gaan voor 20 zetels”. Ton F. van Dijk sprak met drie dokters, die vastbesloten zijn om een gooi te doen naar de macht. 

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Ton F. van Dijk

Ze zijn alle drie even briljant: cardioloog Janneke Wittekoek deed twee studies, promoveerde en heeft een eigen medische kliniek. Psychiater Esther van Fenema geldt als een autoriteit in haar vak en is ook nog eens begenadigd violiste. Tenslotte: longarts Wanda de Kanter, zij groeide door haar strijd tegen de tabaksindustrie uit tot een ware publiekslieveling en werd in Opzij uitgeroepen tot meest invloedrijke vrouw van 2018. Samen met andere professionals in en buiten de zorg – zoals hoogleraar Jan Rotmans en psychiater Ronald Mann, zo vertellen ze – hebben ze nu een ‘politieke beweging’ opgericht. Naam: NLBeter. Doel: meedoen aan de landelijke verkiezingen en het krijgen van ‘macht’ om echt iets te veranderen in de zorg.

Waarom een politieke partij?
Esther: “Wij gaan meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021. En dat is niet omdat wij zo dolgraag de politiek in willen. Wij doen als dokters al jarenlang mee aan het debat, maar wij zijn tot de conclusie gekomen dat dit niet voldoende is. Wij hebben misschien wel enige invloed, maar uiteindelijk wordt er in Den Haag niet naar ons geluisterd. En wij zien iedere dag in onze spreekkamers welke gevolgen dat heeft voor mensen die zorg nodig hebben. Daarom doen wij nu een greep naar de macht om écht dingen te veranderen. Wij moeten wel. We staan in feite met onze rug tegen de muur.”

Wanneer kwam het omslagpunt: dokter zijn is niet genoeg?
Janneke: “Je staat met je voeten in de klei. Je ziet waar het fundamenteel fout gaat in de gezondheidszorg. Het begint wanneer je probeert om binnen de muren van het ziekenhuis iets te veranderen. En zelfs dan loop je tegen het systeem op, waardoor veranderingen veel te langzaam gaan. Het systeem is nu gericht op het onderhouden van de patiënt, maar niet om zieke mensen beter te maken. Dokters worden gestimuleerd om medische handelingen te verrichten, daar worden ze voor beloond. Maar niet om zich echt te verdiepen in mensen. En dat is wel noodzakelijk, want alleen zo kun je allerlei onnodige behandelingen voorkomen. Preventie is essentieel maar krijgt nauwelijks aandacht. Wij worden regelmatig uitgenodigd op het ministerie om mee te praten. Alleen: er verandert niks, er wordt niet geluisterd.”

Wij worden regelmatig uitgenodigd op het ministerie om mee te praten. Alleen: er verandert niks, er wordt niet geluisterd.

Janneke Wittekoek, cardioloog

Maar een politieke partij oprichten is niet een alledaagse stap, toch?
Janneke: “Wij zijn alle drie al behoorlijk zichtbaar in de media, maar op een gegeven moment kom je tot de conclusie dat er meer nodig is om iets te bereiken. En dat betekent in ons geval dat we vanuit de Tweede Kamer of liever nog in de regering willen meebeslissen over hoe het verder moet met de zorg, want zo kan het niet langer. Dagelijks zijn patiënten de dupe van wachtlijsten, te weinig aandacht en onvoldoende handen aan het bed.”

Het gaat jullie dus echt om de macht?
Esther: “Dat is niet een doel op zich, wij zijn als artsen opgeleid om zieke mensen te helpen. Maar wij zien dat wij dit niet meer goed kunnen doen. En dan is een politieke partij die met steun van kiezers écht iets wil veranderen, de enige overgebleven optie voor ons. Het systeem faalt, er zijn te veel perverse belangen. En dat moet echt veranderen. Wij kunnen niet anders dan de politiek in gaan. En dat is best dramatisch, ja.”

Wij kunnen niet anders dan de politiek in gaan. En dat is best dramatisch, ja.

Esther van Fenema, psychiater

Maar jullie hebben al zoveel invloed…
Wanda: “Ik werd in Opzij een van de meest invloedrijke vrouwen genoemd. Daar heb ik een stuk over geschreven: Invloed, wat heb je eraan? Ik kom best wel veel in Den Haag. En wat ik merk zijn twee dingen: alles wat politici doen gaat over winst in het nu. Als we deze vier jaar maar blijven zitten. Als we maar weer in het kabinet komen. En het andere is: politici nemen veel te vaak zichzelf als uitgangspunt. Ze zeggen: ik zie dat niet om me heen, dus is het niet zo. Maar als arts zie ik die problemen van gewone mensen in de zorg wel. Iedere dag weer. En dat kan zo niet langer. Politici leggen werkbezoeken af om te weten wat er speelt, maar ze hebben geen idee. Eenzaamheid, dementie, de wachtlijsten voor langdurige zorg…”

Is het niet naïef om te denken dat je dat dan in de politiek wel kunt oplossen?
Wanda: “Misschien, maar wie gaat het dan doen? Er is niemand die echt bereid is het systeem op de schop te nemen. Dus wij moeten dat zelf gaan doen.”

En jullie gaan daarvoor zelf in de Kamer zitten?
Esther: “We hebben het nog niet gehad over de lijst. We zijn nu eerst bezig om ons programma te schrijven, waarin we precies zullen aangeven hoe wij denken dat het anders moet en kan. Daarna zullen we ook beslissen wie er dan in de Kamer gaat zitten, als we voldoende steun krijgen uit de samenleving, wat natuurlijk een voorwaarde is. Maar vergis je niet: wij zijn alle drie bereid om de ultieme stap te zetten en volksvertegenwoordiger te worden. Dit is niet vrijblijvend.”

Vergis je niet: wij zijn alle drie bereid om de ultieme stap te zetten en volksvertegenwoordiger te worden.

Esther van Fenema, psychiater

Het is niet een intellectuele exercitie, jullie gaan er echt voor?
Esther: “Ik laat mijn patiënten niet graag in de steek, want er is al een tekort aan psychiaters, maar ja, uiteindelijk zet ik die stap. En het is belachelijk dat het nodig is.”

Wanda: “Als wij de beste mensen zijn om het te doen, dan gaan we in de Kamer zitten. Als het mogelijk is om daar wel iets voor patiënten te bereiken, dan is dat een trieste maar noodzakelijke stap om onze spreekkamers te verruilen voor het Binnenhof. Maar het gaat in dit stadium niet om ons. We gaan nu eerst onze programmapunten goed uitwerken en daarna presenteren.”

Esther: “We gaan voor twintig zetels, zet dat er maar in.”

Janneke: “Minimaal vijf.” 

Wat zijn de drie belangrijkste speerpunten van NLBeter?
Janneke: “De wijze van financiering van de zorg moet volledig op de schop. Nu is het zo dat alleen handelingen worden vergoed, maar er te weinig naar de patiënt als mens wordt gekeken. Er kan bovendien 20 procent worden bezuinigd op managers. Dat levert direct meer handen op aan het bed. Daarnaast is er veel meer aandacht nodig voor preventie, daar moet veel meer in geïnvesteerd worden en verder moet er een eind gemaakt worden aan de situatie dat grote multinationals aan tafel zitten bij het bedenken van beleid. Dus als we over suiker in frisdrank praten dan zit Coca-Cola wat ons betreft niet meer aan tafel, zoals nu het geval is. Bedrijven met veel geld bepalen het beleid en dus verandert er niets.”

Als we over suiker in frisdrank praten zit Coca-Cola wat ons betreft niet meer aan tafel, zoals nu het geval is.

Janneke Wittekoek, cardioloog

Wanda: “We willen ook een sociale dienstplicht. Er is een acuut probleem dat te vergelijken is met de noodzaak om destijds mensen te verplichten in het leger te gaan. Er zijn heel veel mensen die goede zorg en aandacht nodig hebben, maar die dat niet of onvoldoende krijgen. Hoe mooi is het als iedereen in Nederland een tijdje voor iemand anders zorgt?”

Gedwongen?
Wanda: “Dat is iets waar we goed over na moeten denken. Misschien kun je ook een systeem bedenken op basis van beloning. Maar we hebben elkaar nodig om de gigantische problemen in de zorg op te lossen. Neem bijvoorbeeld eenzaamheid. Dat is een immens probleem, waar nu nauwelijks oog voor is.”

Janneke: “Het kan gewoon allemaal veel beter en soms ook nog op een simpele manier. Ik merk dat in mijn eigen vakgebied, de cardiologie. Door de grote hoeveelheid regels en registratie-eisen zijn dokters vaker bezig met vinkjes zetten dan dat ze met hun patiënten bezig zijn. Maar als je eens wat langer met iemand praat en de tijd hebt om beter uit te leggen wat er aan de hand is scheelt dat soms zomaar zes opnames op de eerste hulp, omdat de patiënt onzeker is en de signalen van z’n hart verkeerd interpreteert.”

Politiek is ook oorlog, zijn jullie daar klaar voor?
Janneke: “Ik zie het niet als oorlog. Politiek is een krachtig instrument om dingen te veranderen. Oorlog klinkt als: recht tegenover elkaar…”

Als er niet naar je geluisterd wordt, dan sta je toch recht tegenover de macht?
Esther: “Wij zijn heel strijdbaar als je dat bedoelt. We zijn voorbereid op weerstand. We willen van een systeem dat is gebaseerd op wantrouwen – artsen worden nu vooral gecontroleerd – naar een systeem dat is gebaseerd op vertrouwen. De menselijke maat moet terug. Het geld wordt verdiend door mensen ziek te houden in plaats van ze beter te maken. En dat is pervers.”

Het is niet vrijblijvend?
Wanda: “Ik ben nu zestig en ik kan dit nu doen. Dus het is niet bepaald vrijblijvend. Wij willen echt iets bereiken en zijn bereid de consequenties daarvan de aanvaarden.” 

Het is niet bepaald vrijblijvend. Wij willen echt iets bereiken en zijn bereid de consequenties daarvan de aanvaarden.

Wanda de Kanter, longarts

Janneke: “Ik zie het als een combinatie. Ik geef leiding aan een kliniek. Ik ben gewend om veel dingen tegelijk te doen. En het is ook essentieel om connectie te houden met de zorg, ook als je in de politiek zit. Dat is misschien wel een voorwaarde.”

Dus ik zit hier met drie strijders, die tot het gaatje gaan?
Wanda: “We gaan doen wat nodig is om verandering tot stand te brengen. Maar we blijven natuurlijk altijd dokter. En dat is ook precies de combinatie die nodig is. Uitgangspunt is verder: de juiste man of vrouw op de juiste plek. Het gaat niet om ons. We vormen een beweging. Dat is nog belangrijker dan wie wat gaat doen. Ik wil wel kwijt dat ik geen premier wil worden. Dat zou ik niet kunnen. Maar verder sluit ik niets uit.”

Minister De Kanter van Volksgezondheid?
Wanda: “Het is nu het ministerie van Ziekte. Het heeft niets met gezond blijven te maken, wat er nu op VWS gebeurt. Van de opbrengsten van de tabaksaccijnzen, die gigantisch zijn, gaat maar 0.3 procent naar tabakspreventie. Dat is een schande en heeft niets met volksgezondheid te maken. Er is veel te weinig aandacht voor primaire preventie, terwijl daar wel de oplossing ligt. Dus als ik minister moet worden om dat te veranderen, ja, dan doe ik dat.”