Spring naar de content
bron: anp

Hoelang houdt de horeca het nog vol?

De versoepeling van de maatregelen moet ook de horeca weer perspectief bieden. Een beperkte opening is echter niet genoeg. Kan de horeca wel functioneren in een anderhalvemetersamenleving? “Ik denk dat het kabinet een faillissementsbeleid voert om 30 tot 40% van de horeca te saneren.”

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Thom Edinger

Hij plaatste een paar stippen op de horizon. Toen Mark Rutte gisteravond het spoorboekje voorlas, wist Dirk Beljaarts genoeg. Stappen in de goede richting, maar nog niet voldoende. Gisterochtend was de algemeen directeur van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) aanwezig bij een spoedoverleg met minister Grapperhaus en staatssecretaris Keijzer. De uitgelekte versoepeling voor de horeca door middel van het openen van terrassen in juni was bij lange na niet genoeg voor de geplaagde sector. Die staat op instorten. Voor de KHN was de terrasmaatregel onacceptabel. “De terrassen kunnen al veel eerder open en ik denk dat we ook breder moeten kijken wat betreft de opening van de sector. We zien vanuit de branche ontzettend veel initiatieven om op een verantwoorde manier open te gaan.”

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Het idee dat een verdere opening van de horeca niet verstandig is, vond hij betuttelend. Met meer vrijheid kan de sector volgens Beljaarts verantwoord omgaan. “Het is niet zo dat zodra men de teugels laat vieren, er straks honderden mensen buiten staan te hossen.” Gisteren kwam die bredere opening er een beetje, met het openstellen van cafés en restaurants voor maximaal 30 personen, inclusief personeel, per 1 juni. Alhoewel er vanuit het kabinet begrip is voor de situatie waarin de geplaagde sector zich bevindt, blijft een concrete oplossing uit. Zonder een nieuw steunpakket is tweederde van de zaken ten dode opgeschreven. Ondertussen dient de sector zich voor te bereiden op een anderhalvemetereconomie: ‘Het nieuwe normaal.’

Khalid Oubaha, horecaondernemer met een groot aantal zaken in Gelderland en Overijssel, spreekt liever van een ‘tijdelijk abnormaal’. Het hanteren van anderhalve meter afstand in de horeca is volgens hem niet werkbaar. “Voor horecaondernemingen is het onmogelijk om 40 tot 50% van je vierkante meters in te leveren en dan nog rendabel te draaien.” En toch is dat nodig: volgens een woordvoerder van het RIVM blijft het essentieel om anderhalve meter afstand te garanderen om zo verdere verspreiding te voorkomen. De opening van terrassen passen in dat plaatje, buiten is de ruimte. Binnen is het minder makkelijk. Beljaarts trekt de vergelijking met een klein cafeetje in de Jordaan, ‘waar je normaal gesproken een hele gezellige avond kan hebben’. “Maar in de praktijk kom je daar nu met twee a drie mensen te staan. Dat is onwerkbaar.”

De VVD heeft het MKB als een baksteen laten vallen

Khalid Oubaha, horecaondermer

Een zeer beperkte oplossing dus, slechts voor zaken die de beschikking hebben over een groot terras of die het geluk hebben genoeg ruimte binnen te hebben om de twee armlengten afstand te garanderen. Oubaha wil dan ook afstappen van de anderhalve meter maatregel en wijst op het advies van de World Health Organization (WHO), die adviseert om 1 meter afstand te hanteren. Hij pleit voor maatwerk. ‘Smart distancing’ noemt hij het. “Kijken per gelegenheid en onderneming wat nodig is.” Beljaarts wil niet op de stoel van het OMT zitten, maar pleit wel voor realiteit. De protocollen die het ministerie van elke sector verlangt, moeten ook een zekere nuance kennen. “Toen ik afgelopen zaterdag in het gangpad van de supermarkt stond, liepen mensen vlak langs elkaar heen. Dat accepteren we blijkbaar, laten we dan ook kijken wat er mogelijk is voor de horeca.”

Van het kabinet verwacht Oubaha weinig. Juist de partij waar hij steun van verwacht, stelt hem teleur. “De VVD heeft het MKB als een baksteen laten vallen.” De liberalen zijn volgens Oubaha een partij geworden voor de multinationals, maar hebben niets meer met het MKB te maken. Dat horecaondernemers teleurgesteld zijn geraakt in de politiek heeft ook Beljaarts gemerkt. “Deze mensen staat het water aan de lippen, die vragen om een oplossing. Dat dringt niet altijd door in Den Haag.” VVD-Kamerlid Thierry Aartsen, zelf afkomstig uit een ondernemersnest, benadrukt dat hij dag en nacht bezig is met de horeca. En de kritiek op ‘zijn’ VVD, die zich profileert als ondernemerspartij? “Daar ben ik niet mee bezig, ik wil vooral dat ondernemers over een jaar ook nog ondernemer zijn.” Hij snapt dat de horeca teleurgesteld is en beaamt dat de anderhalve meter maatregel niet rendabel is voor de horeca. “Die anderhalvemetereconomie is een concept om de economie te draaien binnen de RIVM maatregelen. Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn: het gaat niet de reddingsboei zijn voor de horeca.” Voor de opening van de terrassen hoopt de liberaal op de hulp van andere partijen: gemeenten die inschikkelijk zijn wanneer het aankomt op de uitbreiding van een terras, met het oog op de anderhalve meter maatregel. En kom als kabinet met een plan dat inspeelt op de vraag hoe je om moet gaan met die anderhalvemetersamenleving als die niet rendabel is.

Hij begrijpt de roep om maatwerk. “Kijk wat er mogelijk is, maar wel binnen de maatregelen van het OMT.” Met het argument van Oubaha dat de WHO een meter adviseert, kan Aartsen weinig. “In Spanje hanteren ze weer twee meter. We moeten hier het advies van het RIVM in volgen.” Gevraagd naar dit onderscheid, beaamt het Rijksinstituut dat ieder land zijn eigen afweging maakt. “Wij baseren ons op de gegevens van het European Centre for Disease Control (ECDC).” Looppaden, plexiglas, serveerkarren. Alle creativiteit ten spijt, zonder ruimte kom je als horecaondernemer nergens met deze maatregelen. Aartsen: “Het is natuurlijk een heel ander verhaal om deze maatregelen te implementeren wanneer je een ruim terras hebt in een bosrijke omgeving dan wanneer je een feestcafé aan het Leidseplein runt.”

Het is natuurlijk een heel ander verhaal om deze maatregelen te implementeren wanneer je een ruim terras hebt in een bosrijke omgeving dan wanneer je een feestcafé aan het Leidseplein runt

Thierry Aartsen, Tweede Kamerlid VVD

Dat feestcafé lijkt ondertussen een utopie te zijn. Dansen, flirten, meelallen onder het genot van teveel alcohol, een tongzoen in een hoekje; het lijkt de ideale broedplaats voor het virus. Oubaha, zelf eigenaar van een groot aantal cafés en kroegen in diverse studentensteden, heeft ook hier een oplossing voor. “Een leeftijdsgrens tot 24 jaar, het meten van temperatuur, een maximale bezettingsgraad, geen recirculatie van lucht en een verplichte voorverkoop. Dat zijn manieren om ervoor te zorgen dat we de veiligheid garanderen van bezoekers.” Afstand houden? “Dat is gewoon niet houdbaar in het nachtleven.”

Volgens Oubaha moet er een uitzondering worden gemaakt voor de groep tussen de 18 en de 24 jaar. “Deze groep is slechts verantwoordelijk voor 0.3% van de IC- gevallen.” En het feit dat zij kwetsbare groepen kunnen besmetten zonder dat ze het doorhebben? Volgens Oubaha schept de vrijheid van deze groep ook verantwoordelijkheid om een eigen ‘risicoanalyse’ te maken. “Als jij jong bent en je wilt lekker stappen, dan moet je de volgende dag niet bij je opa en oma op bezoek gaan.” Leeftijdsdiscriminatie toepassen omdat een jongere groep minder vatbaar zou zijn. Volgens het RIVM is dit geen oplossing. “Het gaat hier niet om de leeftijd, maar om het gevaar van verspreiding van het virus.” Dat jongeren minder ziek worden, maakt in dit geval dus niet uit. “Anders hadden we wel gezegd: ga je gang maar.” Dat de focus op dit moment ligt op het indammen van de verspreiding en daarmee de besmettingsgraad laag te houden onderschrijft ook Aartsen. “We moeten op dit moment gewoon voorkomen dat het virus zich meer verspreidt.”

Een avondje uit leek de afgelopen tijd al wel een stukje dichterbij. Hoteliers leken een opening te hebben gevonden binnen de wet en boden de mogelijkheid om als hotelgast restaurants aan te doen die aangesloten zijn bij het hotel. Al snel werd gevreesd voor misbruik door kamers te boeken om zo een etentje te hebben. Zowel Oubaha als Beljaarts kunnen begrip opwekken voor de hoteliers. Beljaarts: “ik vind het niet gek dat je alles doet om je hoofd boven water te houden.” Tegelijkertijd is het ook de grens opzoeken van de wet. Volgens Aartsen is het typerend voor de ‘intelligente lockdown’. “We zijn geen land waar je een briefje bij de politie dient te halen om boodschappen te mogen doen.” Het is dan ook niet te voorkomen dat mensen mazen zoeken binnen de wet. Hij waarschuwt wel: “Begrijpelijk dat je open gaat en dat eten een dienst is aan hotelgasten, die mogelijkheid is er wettelijk. Maar verpest het nou niet en stel de rest van de horeca en de samenleving niet teleur. Dan ga je een weg op die je niet met elkaar op moet willen.”

Het overeind houden van de horeca is een financiële kwestie voor Vadertje Staat. Op 17 maart werd de werktijdverkorting vervangen voor de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Met deze NOW-regeling probeert het kabinet de ondernemers voorlopig te redden: 90% van de loonkosten worden gedekt, zodat het loon van de werknemers in ieder geval gegarandeerd kan worden. Maar volgens Oubaha is de sector misleidt door minister Koolmees (Sociale Zaken). Niet alleen is de werktijdverkorting met terugwerkende kracht afgeschaft, in plaats van 90% krijgen zij slechts 64% van de kosten terug. Samen met andere horecaondernemers heeft Oubaha de actiegroep Horecazorg opgericht, om antwoord te krijgen op vragen die volgens hen door de D66 minister worden ontweken. Meerdere malen per week plaatst de groep een advertentie in het Financieele Dagblad met een vraag voor het kabinet. De groep pleit voor een noodfonds. Schriftelijke kamervragen zijn intussen al ingediend. Oubaha: “En niet door de VVD, nee! Nota bene de SP. Ik denk dat het kabinet een faillissementsbeleid voert om 30 tot 40% van de horeca te saneren.” Alles in de trant van het adagium ‘never waste a good crisis’? “Kijk maar over drie maanden, dan kunnen we zien wat er gebeurd is.”

Sommigen zien hun tweede of derde generatie familiebedrijf onder hun voeten wegzakken en weten niet of ze deze maand nog overleven. Deze crisis is geen ondernemersrisico, hier kun je niet op anticiperen

Dirk Beljaarts, voorzitter Koninklijke Horecabond Nederland

Beljaarts is genuanceerder, maar begrijpt de frustratie binnen de branche. “Sommigen zien hun tweede of derde generatie familiebedrijf onder hun voeten wegzakken en weten niet of ze deze maand nog overleven. Deze crisis is geen ondernemersrisico, hier kun je niet op anticiperen.” Hij heeft nog altijd de woorden van minister Hoekstra in zijn hoofd. “De staat heeft diepe zakken en die mogen leeg. Rutte die zegt dat het kabinet ondernemers niet laat vallen. Dit is wel het moment om de daad bij het woord te voegen. Zorg ervoor dat je de sector niet laat vallen.” Aartsen erkent dat het huidige beleid tekortschiet. “Op dit moment is er juist voor de horeca extra steun nodig.” Maar waarom is hier niet eerder rekening mee gehouden? Volgens de VVD’er was snelheid het devies bij het eerste steunpakket. “Alles was erop gericht om in ieder geval de salarisbetalingen van april te halen om te voorkomen dat men in liquiditeitsproblemen kwam. Nu blijkt dat het voor de horeca slecht uitpakt, moeten we de sector ondersteunen.”

Een sector waar de problemen zich op elkaar aan het stapelen zijn. Niet alleen moeten zij verplicht dicht en dienen ze hun personeel door te betalen, ook hebben ze te maken met hoge huurkosten. “Je hebt weliswaar de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS), maar goed, dat is eenmalig 4.000 euro…. Over het algemeen zitten horecaondernemers op een triple A-locatie.” Torenhoge huren die ondertussen volledig doorbetaald dienen te worden. Aartsen hoopt dat het kabinet er een oplossing voor vindt. Minister Ollongren lijkt verhuurders echter niets op te willen leggen en vraagt om coulance, waardoor het geheel aan de vastgoedeigenaar zelf ligt of hij mee wilt denken met de horecaondernemer. Het klinkt niet als een oplossing. “Dat zal wat dwingender moeten.” Hij pleit voor solidariteit. “Kijk naar Breda, waar de brouwerijen en pandeigenaren allebei een derde van de schade pakken.”

De vraag dringt zich op hoelang er nog steun is vanuit de sector voor het steunen van de maatregelen zonder een extra steunpakket. Horecaondernemer Laurens Meyer vulde afgelopen week de krantenkolommen met de oproep om zijn horecazaken per 1 juni weer open te gooien als er geen extra steun komt. Een oproep die massaal werd gesteund. Het sentiment van ‘niets meer te verliezen’ was volgens Rutte en De Jonge vooral ‘een noodkreet’ en ook Aartsen ziet het zo. De ondernemers die hij spreekt zeggen dat ze niet zover willen komen, die roepen om perspectief. Beljaarts trekt het breder en noemt het een samenspel van verschillende zaken. De burgerlijke ongehoorzaamheid begint toe te nemen. “Ik geloof dat jongeren sowieso zich vanaf dag 1 nergens aan gehouden hebben en ook afgelopen weekend was er weer een protest tegen de lockdown. Mensen willen beloond worden voor het feit dat ze zich zo lang hebben geconformeerd aan de maatregelen.” Wat betreft de horeca is het volgens hem aan het kabinet om dit aan te voelen en met financiële steunmaatregelen te komen om de zaak te verzachten. “Horecaondernemers zijn ook mensen, alleen zien die hun levenswerk in gevaar komen, dat maakt ze wat feller.”

Als je met elkaar oorlog voert, zij aan zij, dan moet je elkaar blind kunnen vertrouwen. En niet in de rug worden geschoten.

Khalid Oubaha, horecaondermer

De spagaat tussen muiterij en conformeren aan de regels, is volgens Beljaarts dan ook een kwestie van helder communiceren en de daad bij het woord voegen. Op dit moment worden horecaondernemers gedwongen hun reserves en spaargeld op te maken, alleen om personeel in dienst te houden en zo in aanmerking te komen voor de NOW. Een gekke prikkel, volgens Beljaarts. “Het gaat hen puur om de vraag: overleef ik?” Ondertussen stromen de telefoontjes binnen. “Vragen als ‘hoe werkt een faillissement, waar moet ik me melden? Ondernemers zijn nu het rekensommetje aan het maken en komen tot de conclusie dat ze beter uit zijn om hun zaak failliet te laten verklaren en hun personeel richting het UWV te sturen.” Een extra steunpakket, herhaalt hij, is nodig om de horeca in een economische winterslaap te houden. Oubaha: “Wij kunnen gewoon dichtblijven, maar dan moet de overheid ons ondersteunen.” Voor Aartsen is zo’n pakket ook broodnodig: “De ondernemer zit nu met zijn handen in het haar. Die moet geholpen worden met een specifiek steunpakket voor de horeca.”

Beljaarts heeft er ondanks alles vertrouwen in. “Maar ik ben ook een aantal keren teleurgesteld door de politiek.” Juist in dit soort tijden wil Beljaarts wijzen op het belang van de horeca, niet alleen vanwege de werkgelegenheid en de economische impact, maar ook de maatschappelijke rol van de sector, die hij ziet als huiskamer van de samenleving. “Nu de horeca dicht is hebben de psychologen en psychiaters het absoluut drukker dan voorheen. Een enorme branche met 400.000 mensen kun je niet laten vallen. Dan kun je moeilijk jezelf in de spiegel aankijken, lijkt me.” Oubaha is minder optimistisch. “Ik snap nu waarom mensen een hekel hebben aan politiek. Als je met elkaar oorlog voert, zij aan zij, dan moet je elkaar blind kunnen vertrouwen. En niet in de rug worden geschoten.”

Word lid van HP/De Tijd