Spring naar de content

De olifant in de genderkamer

Waarom is er zo weinig debat over de Transgenderwet? Nou, dáárom: in de kamer waar dat debat zou moeten plaatsvinden, zit een enorme olifant, schrijft Jan Kuitenbrouwer. Vóór wij verder praten over genderzelfregistratie moeten we weten wie de echte en wie de onechte transgenders zijn, en wie namens wie spreekt.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Kuitenbrouwer

Laat ik nog eens herhalen wat ik hier onlangs schreef over transgenderisme:

“De overtuiging dat je ‘gevangen zit’ in het verkeerde geslacht, het lijkt me een kwelling, en mensen die daaraan lijden hebben recht op empathie, begrip en goede zorg. Die zorg omvat niet alleen de erkenning van dat lijden en hulp bij de remedie, maar ook het stellen van de juiste diagnose en het voorkomen van de verkeerde behandeling, zeker als die onomkeerbaar is.”

Abboneer op een lidmaadschap

Flinke korting op een digitaal jaarabonnement

Sluit nu voordelig een abonnement af en maak kennis met de journalistieke kracht van HP/De Tijd. (Op elk moment opzegbaar.)

Kies een abonnement

Het lijkt me nuttig dat opnieuw te benadrukken; het probleem met de discussie op dit moment is namelijk dat scepsis ten aanzien van de genderrechtenbeweging door genderactivisten onmiddellijk wordt geframed als ‘transhaat’. (Zij noemen dit meestal ‘transfobie’, alsof genderscepsis een angststoornis is, maar dat terzijde). Elke poging tot een dialoog wordt opgevat als een ‘bijdrage aan het geweld tegen transmensen’ en het ‘ontkennen van hun bestaansrecht’. Zoals uit die geciteerde alinea blijkt, is daar bij deze auteur geen enkele sprake van. Dat transgender mensen bestaansrecht hebben staat op geen enkele manier ter discussie. De vraag is wel: wanneer ben je ‘trans’?

Het probleem met de discussie op dit moment is namelijk dat scepsis ten aanzien van de genderrechtenbeweging door genderactivisten onmiddellijk wordt geframed als ‘transhaat’

Ik raak er steeds meer van overtuigd dat de transgemeenschap twee gezichten heeft en dat een van die gezichten het woord voert namens beide, terwijl de andere groep zwijgend naar de grond kijkt. Die gezichten staan voor twee soorten transgenderisme, die je zou kunnen typeren als existentieel en ideologisch. Zij overlappen elkaar, maar het is misschien toch goed om ze even apart te bekijken.

Er zijn mensen die diep van binnen weten dat zij niet van het geslacht zijn dat in hun paspoort staat, daar al hun hele leven onder lijden en verlangen naar een oplossing, een wisseling van gender. Zij zijn vrouw en willen man worden, of andersom. Hun existentiële psychologie is gekoppeld aan een overtuiging: zij vinden dat de samenleving hun transitie moet accepteren en faciliteren, en pal moet staan voor hun rechten op gelijke behandeling en non-discriminatie, zoals voor alle minderheden.

En er zijn mensen voor wie dat laatste voorop staat en die op grond daarvan het recht eisen dat iedereen zijn gender zelf moet kunnen bepalen. ‘Gender is vrij en ik claim deze vrijheid door mijn gender te veranderen.’ Ook bij mensen die het zo benaderen is vaak meer aan de hand. Zij zijn niet gelukkig zoals zij zijn, zij ervaren de binaire man-vrouw cultuur als beperkend en zien een andere ‘genderidentiteit’ als de oplossing. Hun ideologie is gekoppeld aan een psychologie.

Het is die laatste groep die de laatste tijd de beeldvorming domineert.

Het huidige systeem is erop gericht om gendertransitie alleen te faciliteren bij mensen die echt aan genderdysforie lijden. Daar zijn twee redenen voor. Artsen willen mensen pas behandelen als zij ervan overtuigd zijn dat hun diagnose klopt, dat is één. Zo staat het in de hippocratische eed die elke arts aflegt: ‘Ik zal de patient geen schade doen.’ Chemotherapie heeft bijvoorbeeld vrij ernstige bijwerkingen, dus die schrijft een arts alleen voor als de tumor echt kwaadaardig is. Daarnaast is zo’n behandeling kostbaar en tijdrovend, de middelen van de gezondheidszorg zijn beperkt, dus zorginstellingen doen aan triage: de ernstigste gevallen eerst. Dat betekent: onderzoek.

De zorg fungeert hier dus als ‘gatekeeper’, poortwachter. Transactivisten, die genderwijziging niet zien als een voorwaardelijk recht maar als een onvoorwaardelijk voorrecht, zien ‘gatekeeping’ als tegenwerking door het ‘cisnormatieve’ systeem, de dominante man-vrouw machtsverhoudingen. Hun streven is om alle gatekeeping op te heffen, en de bepaling van je gender voor iedereen volledig vrij te maken. Dat is ook de gedachte achter Sander Dekkers voorgestelde wijziging van de Transgenderwet: het aanpassen van je geslacht in je geboorteakte en andere identiteitsbewijzen moet een drempelloze formaliteit worden, een druk op de knop op de website van de gemeente. Elke vorm van toetsing is uit den boze.

Eén kritische vraag te veel en je wordt gedaagd in een tuchtprocedure. Zo moet het in Nederland ook, vindt de transbeweging

Het is de vraag wat genderzelfregistratie betekent voor medische transgenderbehandelingen. Zelfs bij vrijwillige (‘electieve’) behandelingen – liposuctie, een maagband, een borstvergroting – kan een arts weigeren. Dat gebeurt ook geregeld. Maar als in het paspoort van een meisje staat dat zij een jongen is, kan een arts haar dan een genderbehandeling onthouden, of is dat dan een strafbare vorm van discriminatie? In Amerika is het in veel staten al verboden voor therapeuten om transgender cliënten te onderzoeken: zij mogen uitsluitend ‘affirmatieve’ zorg verlenen. Eén kritische vraag te veel en je hebt een tuchtprocedure aan je broek. Zo moet het in Nederland ook, vindt de transbeweging. Geslachtsverandering zou daarmee de eerste medische behandeling in de menselijke geschiedenis worden die wordt ingesteld op basis van volledige zelfdiagnose. Is dat verenigbaar met de hippocratische eed?

Onderscheid maken tussen ‘existentieel’ en ‘ideologisch’ transgenderisme geldt in de catechismus van deze beweging als ‘transhaat’. Wanneer derden mogen toetsen of je claim wel klopt, is zelfbeschikkingsrecht geen zelfbeschikkingsrecht meer. ‘Genderidentiteit’ is heilig.

Maar is het volledig irrelevant of je werkelijk aan genderdysforie lijdt of iets anders? Bij heteroseksuele mannen die zich als vrouw identificeren is vaak autogynefilie (AGF) in het spel, een seksuele voorliefde (‘parafilie’) waarbij een heteroseksuele opgewonden raakt door zichzelf als vrouw voor te stellen. Hij wil dan als het ware seks met zichzelf. Soms wordt dit ook erotic crossdressing genoemd. Voor psychologen en genderartsen was het lange tijd uitgesloten dat zo iemand toegang kreeg tot medische transitie. Hun dysforie is niet existentieel, maar seksueel. AGF-transvrouwen grijpen het dogma van de ‘genderidentiteit’ aan om te claimen dat zij echte vrouwen zijn, en dus in aanmerking komen voor transitie. De transbeweging is dus in belangrijke mate seksueel gedreven. Zij zijngeen heteroseksuele man meer, maar een ‘lesbische’ vrouw, die het met andere lesbiennes wil doen. Vaak behouden zij hun mannelijke geslachtsdelen. Hun penis wordt dan een ‘girldick’. Omdat AGF vanouds een diskwalificatie voor transitie was, is het een groot taboe. De medisch historica Alice Dreger noemt het ‘A love that would really rather we didn’t speak its name.’ Veel autogynefiele mannen doen hun uiterste best om hun parafilie te maskeren en te doen alsof zij werkelijk genderdysfoor zijn. Het idee van ‘genderidentiteit’ vormt een geschikt ideologisch alibi. AGF is een zeer goed onderzocht en gedocumenteerd fenomeen, in de seksuologie twijfelt niemand eraan, maar de transbeweging ontkent domweg dat het bestaat en doet het af als een uiting van (surprise!) transfobie.

Er zijn evidente AGF-wappies, zoals de beruchte Jessica Yaniv, die er een sport van maakt om women-only schoonheidssalons voor de rechter te slepen als zij weigeren haar harige scrotum te harsen

Voor vrouwen in een Blijf Van Mijn Lijf Huis of een vrouwengevangenis is het een heel verschil of een transvrouw wel of geen functionerend mannelijk geslachtsdeel geeft. Er zijn evidente AGF-wappies, zoals de beruchte Jessica Yaniv, die er een sport van maakt om women-only schoonheidssalons voor de rechter te slepen als zij weigeren ‘haar’ scrotum te harsen.

En dan zijn er de meisjes die nu massaal naar genderklinieken gaan met ‘plots opkomende genderdysforie’ (rapid onset gender dysforia, ROGD), soms met halve schoolklassen tegelijk, vaak nadat zij op internet in transgender-bubbels terecht kwamen en hun beïnvloedbare brein verzadigd is geraakt met het idee dat ze transgender zijn. Tachtig procent van hen laat dat idee na een paar gesprekken weer varen. Bij nader inzien was er iets anders aan de hand. In deze groep vinden ook veel de-transities plaats, een terugkeer naar het oorspronkelijke geslacht. Wat gebeurt er met die twijfelaars als alle drempels om ‘trans’ te gaan worden weggenomen? De effecten van een hormoonbehandeling zijn niet allemaal terug te draaien en geamputeerde borsten zijn voor altijd weg. Het behoeft geen betoog dat de transbeweging ook hierover in denial is en domweg stelt dat deze nieuwe vorm van genderdysforie niet bestaat en ook moet worden beschouwd als een vorm van (surprise!) transfobie.

Daarom kijken de existentiële transgenders op dit moment ongemakkelijk naar de grond. De transbeweging vecht voor rechten waar zij voordeel van hebben, maar moet je diezelfde rechten ook toekennen op baais van een seksusle fetisj of een tienerbevlieging? aan mensen met een uit de hand gelopen fetisj of een tienerbevlieging? Wordt echte genderdysforie daardoor niet gereduceerd tot een lifestylekeuze? Een modeverschijnsel?

Ook dat is een merkwaardig precedent van genderzelfregistratie: dat je voor het eerst in de geschiedenis bij de burgerlijke stand een volledig oncontroleerbaar gegeven kunt vastleggen. Al het andere dat geregistreerd staat is feitelijk verifieerbaar. Dit zal dus ook alleen voor je geslacht gelden. Als ik mij ‘identificeer’ als een 2.22 m lange vrouw geboren op Pluto en graag zo geregistreerd wil worden, heb ik pech. Dat ‘vrouw’ wordt genoteerd, die nieuwe lengte en geboorteplaats niet. Of: waarom is er eigenlijk geen trans-ras, of trans-leeftijd?

‘Ik ben wit en 65, maar ik identificeer mij als zwart en 32.’

Als wij straks die ‘V’ in ons paspoort kunnen vervangen door een ‘M’, of andersom, zal de genderbeweging zich richten op de volgende mijlpaal: dat je mag invullen wat je wilt. Zoals op Facebook tegenwoordig. Eerst kreeg je daar 57 gender-opties, alsof iemand van gene zijde dat getal had doorgekregen, maar ze werden moe van de lawsuits, dus nu kun je invullen wat je wil. In theorie zijn er 7,9 miljard ‘genderidentiteiten’. Wat is de zin om die te registreren? Iedereen heeft een favoriete kleur, maar moet die vermeld op een identiteitsbewijs?

Waarom is er eigenlijk geen trans-ras, of trans-leeftijd? ‘Ik ben wit en 65, maar ik identificeer mij als zwart en 32′

Waarom is er zo weinig debat over deze kwestie? Nou, dáárom: in de kamer waar dat debat zou moeten plaatsvinden, zit een enorme olifant. Iedereen weet het, maar niemand durft het te zeggen, want dan wordt de olifant héél boos. En dat is: ‘Sommigen hier zijn existentiële transgenders, met existentiële dysforie, en anderen worden gemotiveerd door een fetisj of een gril. En laten wij, vóór wij verder praten over genderzelfregistratie, even vaststellen wie wat is en wie namens wie spreekt. Gewoon, voor de helderheid.’

Ook dit idee is natuurlijk een vorm van abjecte transhaat, dat weten we. De olifant zal uit zijn vel springen, dat weten we ook, maar als we nu niet even flink zijn en de vragen stellen die gesteld moeten worden, krijgen we daar gegarandeerd spijt van.