Spring naar de content

De olifant in de genderkamer

Waarom is er zo weinig debat over de Transgenderwet? Nou, dáárom: in de kamer waar dat debat zou moeten plaatsvinden, zit een enorme olifant, schrijft Jan Kuitenbrouwer. Vóór wij verder praten over genderzelfregistratie moeten we weten wie de echte en wie de onechte transgenders zijn, en wie namens wie spreekt.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Kuitenbrouwer

Laat ik nog eens herhalen wat ik hier onlangs schreef over transgenderisme:

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

“De overtuiging dat je ‘gevangen zit’ in het verkeerde geslacht, het lijkt me een kwelling, en mensen die daaraan lijden hebben recht op empathie, begrip en goede zorg. Die zorg omvat niet alleen de erkenning van dat lijden en hulp bij de remedie, maar ook het stellen van de juiste diagnose en het voorkomen van de verkeerde behandeling, zeker als die onomkeerbaar is.”

Het lijkt me nuttig dat opnieuw te benadrukken; het probleem met de discussie op dit moment is namelijk dat scepsis ten aanzien van de genderrechtenbeweging door genderactivisten onmiddellijk wordt geframed als ‘transhaat’. (Zij noemen dit meestal ‘transfobie’, alsof genderscepsis een angststoornis is, maar dat terzijde). Elke poging tot een dialoog wordt opgevat als een ‘bijdrage aan het geweld tegen transmensen’ en het ‘ontkennen van hun bestaansrecht’.

Het probleem met de discussie op dit moment is namelijk dat scepsis ten aanzien van de genderrechtenbeweging door genderactivisten onmiddellijk wordt geframed als ‘transhaat’

Ik raak er steeds meer van overtuigd dat de transgemeenschap twee gezichten heeft en dat een van die gezichten het woord voert namens beide, terwijl het andere zwijgend naar de grond kijkt. Die gezichten staan voor twee soorten transgenderisme: existentieel en ideologisch. Zij overlappen elkaar, maar het is misschien toch goed om ze even apart te bekijken. Er zijn mensen die diep van binnen weten dat zij niet van het geslacht zijn dat in hun paspoort staat, daar al hun hele leven onder lijden en verlangen naar een oplossing, een wisseling van gender. Zij zijn vrouw en willen man worden, of andersom. Hun existentiële psychologie is gekoppeld aan een overtuiging: zij vinden dat de samenleving hun transitie moet accepteren en faciliteren, en pal moet staan voor hun rechten op gelijke behandeling en non-discriminatie, zoals voor alle minderheden.

En er zijn mensen voor wie dat laatste voorop staat en die op grond daarvan het recht eisen om hun eigen sekse of gender te bepalen. ‘Gender is vrij, ik claim deze vrijheid door mijn gender te veranderen.’ Maar het is meer dan ideologie alleen, ook bij hen speelt een psychologische achtergrond. Zij zijn niet gelukkig zoals zij zijn, zij ervaren de binaire man-vrouw cultuur als beperkend en zien een andere ‘genderidentiteit’ als de oplossing. Hun ideologie is gekoppeld aan een psychologie.

Het is die laatste groep die nu de beeldvorming domineert.

Het huidige systeem is erop gericht om genderverandering alleen te faciliteren bij mensen die echt aan dysforie lijden. Daar zijn twee redenen voor. Artsen willen mensen pas behandelen als zij ervan overtuigd zijn dat hun diagnose klopt, dat is één. Chemotherapie heeft ernstige bijwerkingen, die schrijf je alleen voor als de tumor echt kwaadaardig is. Daarnaast is zo’n behandeling kostbaar en tijdrovend, de middelen van de gezondheidszorg zijn beperkt, dus zorginstellingen doen aan triage: de ernstigste gevallen eerst. Dat betekent: onderzoek.

De zorg fungeert hier dus als ‘gatekeeper’, poortwachter. Transactivisten, die genderwijziging niet zien als een voorwaardelijk recht maar als een onvoorwaardelijk voorrecht, zien ‘gatekeeping’ als tegenwerking van het ‘cisnormatieve’ systeem. Hun streven is om alle gatekeeping op te heffen, en de bepaling van je gender voor iedereen volledig vrij te maken. Dat is ook de gedachte achter Sander Dekkers voorgestelde wijziging van de Transgenderwet: het aanpassen van je geslacht in je geboorteakte en andere identiteitsbewijzen moet een drempelloze formaliteit worden, een druk op de knop op de website van de gemeente. Elke vorm van toetsing is uit den boze.

Eén kritische vraag te veel en je wordt gedaagd in een tuchtprocedure. Zo moet het in Nederland ook, vindt de transbeweging

Het is de vraag wat genderzelfregistratie betekent voor medische transgenderbehandelingen. Zelfs bij vrijwillige (‘electieve’) behandelingen – liposuctie, een maagband, een borstvergroting, kan een arts weigeren. Dat gebeurt ook geregeld. Maar als in het paspoort van een meisje staat dat zij een jongen is, kan een arts haar dan een genderbehandeling onthouden, of is dat dan strafbare discriminatie? In Amerika is het in veel staten al verboden voor therapeuten om transgender cliënten te onderzoeken op hun motieven: zij mogen uitsluitend ‘affirmatieve’ zorg verlenen. Eén kritische vraag te veel en je hebt een tuchtprocedure aan je broek. Zo moet het in Nederland ook, vindt de transbeweging. Geslachtsverandering zou daarmee de eerste medische behandeling in de geschiedenis zijn die wordt ingesteld op basis van volledige zelfdiagnose. Is dat verenigbaar met de hippocratische eed?

Onderscheid maken tussen ‘existentieel’ en ‘ideologisch’ transgenderisme geldt in de catechismus van deze beweging ongetwijfeld als abjecte transhaat. Wanneer derden mogen toetsen of je claim wel klopt, is zelfbeschikkingsrecht geen zelfbeschikkingsrecht meer. Maar is het volledig irrelevant of je werkelijk genderdysforie hebt of iets anders? Een seksuele afwijking, bijvoorbeeld? Onder mannen die zich identificeren als vrouw komt veel autogynefilie (AGF) voor, een seksuele afwijking waarbij een heteroseksuele man houdt van zichzelf in de gedaante van een vrouw. Soms wordt dit ook erotic crossdressing genoemd. Transgenderisme kan een manier zijn voor mannen om die fetisj te verwezenlijken door het ‘als vrouw’ met andere vrouwen te doen. Zulke transgenders behouden vaak hun oorspronkelijke genitalia. Zij worden ‘lesbiennes’ met een penis (‘girldick’). AGF is een groot taboe. De medisch historica Alice Dreger noemt het ‘A love that would really rather we didn’t speak its name.’ Dat geldt zeker voor de transbeweging, die het bestaan van AGF ontkent en  – verrassing! – als een vorm van abjecte transhaat beschouwt. Maar critici van de genderbeweging geloven dat mannen met AGF de transideologie gebruiken als woke alibi voor hun seksuele afwijking. 

Er zijn evidente AGF-wappies, zoals de beruchte Jessica Yaniv, die er een sport van maakt om women-only schoonheidssalons voor de rechter te slepen als zij weigeren haar harige scrotum te harsen

Voor vrouwen in een Blijf Van Mijn Lijf Huis of een vrouwengevangenis is het een heel verschil of een transvrouw chirurgie heeft ondergaan of niet. Het is een indicatie van de ernst van haar dysforie en tegelijk maakt het haar minder gevaarlijk. Niet-geopereerde transvrouwen kunnen ook mannen met AGF zijn, uit op seks met vrouwen. Er zijn evidente AGF-wappies, zoals de beruchte Jessica Yaniv, die er een sport van maakt om women-only schoonheidssalons voor de rechter te slepen als zij weigeren haar harige scrotum te harsen.

En dan zijn er de meisjes die nu massaal naar genderklinieken gaan met ‘plots opkomende genderdysforie’ (rapid onset gender dysforia, ROGD), soms met halve schoolklassen tegelijk, nadat zij op internet in transgender-bubbels terecht kwamen en de Silicon Valley-algoritmen hun beïnvloedbare brein verzadigden met de illusie dat ze transgender zijn. Tachtig procent van hen laat dat idee na een paar gesprekken weer varen. Er was iets anders aan de hand. In deze groep vinden ook veel de-transities plaats, een terugkeer naar het oorspronkelijke geslacht. Wat gebeurt er met hen als alle drempels om ‘trans’ te gaan worden weggenomen? De effecten van een hormoonbehandeling zijn niet allemaal terug te draaien en geamputeerde borsten zijn voor altijd weg. En dat allemaal op basis van een ingebeelde, niet aantoonbare ‘identiteit’ die niet ter discussie mag worden gesteld? Het behoeft geen betoog dat de transbeweging ook hierover in denial is en ook ROGD beschouwt als een abjecte vorm van transhaat.

Daarom kijken existentiële transgenders ongemakkelijk naar de grond. De transbeweging vecht voor rechten waar zij voordeel van hebben, maar moet je die ook toekennen aan mensen met een ideologische gril, een uit de hand gelopen fetisj of een tienerbevlieging? Wordt genderdysforie daardoor niet gereduceerd tot een modeverschijnsel?

Ook dat is een merkwaardig precedent van genderzelfregistratie: dat je voor het eerst in de geschiedenis bij de burgerlijke stand een volledig oncontroleerbaar gegeven kunt vastleggen. Maar: selectief, alleen je geslacht mag je verzinnen, de rest moet kloppen.

Als ik mij ‘identificeer’ als een 2.22 m lange vrouw, geboren op Pluto (terwijl ik een 1.85m lange man, geboorteplaats Utrecht ben), heb ik pech. Ik mag alleen mijn geslacht veranderen, die andere dingen niet. Omdat geboorteplaats en lengte objectief vaststelbaar zijn? Dat is geslacht ook.

Of: waarom is er eigenlijk geen trans-ras, of trans-leeftijd?

‘Ik ben wit en 65, maar ik identificeer mij als zwart en 32.’

Als wij straks die ‘V’ in ons paspoort kunnen vervangen door een ‘M’, zal de genderbeweging zich richten op de volgende mijlpaal: dat je mag invullen wat je wilt. Zoals op Facebook tegenwoordig. Eerst kreeg je daar 57 gender-opties, alsof iemand van gene zijde dat getal had doorgekregen, maar ze werden moe van de lawsuits, dus nu kun je invullen wat je wil. In theorie zijn er 7,9 miljard ‘genderidentiteiten’. Wat is de zin om die te registreren? Iedereen heeft een favoriete kleur, maar moet die vermeld op een identiteitsbewijs?

Waarom is er eigenlijk geen trans-ras, of trans-leeftijd? ‘Ik ben wit en 65, maar ik identificeer mij als zwart en 32′

Waarom is er zo weinig debat over deze kwestie? Nou, dáárom: in de kamer waar dat debat zou moeten plaatsvinden, zit een enorme olifant. Iedereen weet het, maar niemand durft het te zeggen, want dan wordt de olifant héél boos. En dat is: ‘Sommigen hier zijn existentiële transgenders, en anderen ideologische. En laten wij, vóór wij verder praten over genderzelfregistratie, even vaststellen wie wat is en wie namens wie spreekt. Gewoon, voor de helderheid.’

Dit idee is natuurlijk ook een abjecte vorm van transhaat, dat weten we, de olifant zal uit zijn vel springen, dat weten we ook, maar als we nu niet even flink zijn, krijgen we daar gegarandeerd spijt van.