Spring naar de content
bron: johan kleinjan

‘De transitie heeft mijn leven verwoest’

In Nederland neemt het aantal mensen dat zich meldt bij genderklinieken met twijfels over hun sekse enorm toe. Hoeveel van hen zullen later berouw krijgen van een eventuele ingreep? HP/De Tijd sprak met Maarten, die op zijn zestiende in transitie ging om vrouw te worden. Nu heeft hij spijt van zijn hormonenbehandeling en gezichtsoperatie. ‘Over zelfacceptatie is nooit met mij gesproken.’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:

“In transitie gaan was het domste wat ik had kunnen doen. Het bleek helemaal niet de oplossing voor mijn problemen te zijn. Ik voelde me er alleen maar slechter door. Vóór mijn transitie had ik nooit serieus zelfmoord overwogen, maar daarna was ik echt bang dat ik een poging zou doen. Ik woonde op de vierde etage, maar gelukkig is er zoiets als de suïcidepreventielijn.”

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Maarten (23) is ‘detransitioner’. Hij ging in transitie, en kwam daarop terug. Zeven jaar geleden, op zijn zestiende, kreeg hij de diagnose ‘genderdysforie’, pijnlijk onbehagen met je sekse waarmee je geboren bent. Onder begeleiding van de genderklinieken van het UMC Groningen en het VUmc in Amsterdam ging hij een traject in om vrouw te worden. Zes jaar later realiseerde hij zich dat hij door die transitie ongelukkiger was dan ooit. Hij leeft nu weer als man. Met borstgroei door de vrouwelijke hormonen die hij kreeg voorgeschreven, en een sterk veranderd gezicht vanwege de zogenoemde facial feminization surgery, operaties om zijn gezicht vrouwelijker te maken. Ook zijn seksuele functioneren is niet meer zoals vroeger. 

Maarten: “Ik kwam als tiener met mentale problemen en een onrealistisch beeld van mezelf bij die genderklinieken,” zegt hij. “Daar werd ik bevestigd in het idee dat ik trans was. Toen dacht ik: ik moet dus echt trans zijn, want zij zijn de experts, en anders zouden ze die diagnose nooit stellen.”

Maarten maakt deel uit van een hausse, een golf van genderdysforie. Vanaf ongeveer 2012 is het aantal aanmeldingen bij genderklinieken exponentieel gestegen. In Nederland waren er tussen 2000 en 2012 gemiddeld zo’n honderd aanmeldingen per jaar. In 2013 verdubbelde plots het aantal en vanaf dat moment ging de lijn steil omhoog. Nu staan er bijna 8000 mensen op de wachtlijst, onder wie zo’n 2500 jongeren, van wie ruim twee derde meisjes. De Britse genderkliniek voor jongeren, Tavistock and Portman, kreeg in 2010 136 verwijzingen; in 2022 waren het er 3600. In de VS waren er in het jaar 2000 twee of drie genderklinieken, nu zijn er ongeveer zestig. 

Maarten behoort dus tot de ongeveer 30 procent jonge male-to-female transgenders. Al toen hij klein was, had hij soms het idee dat het logischer was geweest als hij als meisje was geboren. “Maar het was dubbel. Enerzijds speelde ik met auto’s en ander jongensspeelgoed, anderzijds wilde ik lang haar, droeg ik jurkjes en vond ik make-up leuk. Ik woonde in een heel klein dorp. Iedereen dacht dat ik homo was en dat klopte, maar dat werd niet geaccepteerd. Ik werd veel gepest. Ook door volwassenen werd ik soms raar behandeld.” 

Maartens moeder, Marian: “Toen Maarten me vertelde dat hij dacht dat hij trans was, kwam dat als een totale verrassing voor mij. Hij had in zijn jeugd nooit zulke signalen afgegeven. Ja, hij vond het als kleuter leuk om met mijn haar te spelen en te dansen met een rokje aan, omdat dat zo mooi zwierde. Maar ja, dat doen heel veel kinderen. Dat is mij nooit opgevallen als iets uitzonderlijks. Op een gegeven moment vertelde hij dat hij dacht dat hij bi was en daarna dat hij homo was. Dat verbaasde mij niet. Hij had er echter moeite mee zijn geaardheid te accepteren.” 

Maarten kon mijn zorgen wegwuiven: de deskundigen hadden immers de diagnose gesteld, het klopte dus

Marian, moeder van detransitioner Maarten

Maarten: “Toen ik tien was, gingen mijn ouders scheiden en dat was heel moeilijk voor mij. De relatie met mijn vader was problematisch en met hem had ik weinig contact. Mijn moeder deed wel haar best, maar wist ook niet hoe ze mij moest bereiken. Na een tijdje kreeg ze een nieuwe relatie. Ik voelde me buitengesloten en alleen. Juist in die periode gingen de enige vrienden die ik had van school af. Toen ben ik een beetje doorgedraaid. Ik was veertien en ik werd depressief. Ik dacht dat niemand van me hield en dat ik niemand kon vertrouwen, want vroeg of laat zouden ze me toch wel in de steek laten. Ik kwam nooit meer buiten en zat altijd op mijn kamer te gamen.

“Als kind had ik geen afkeer van mijn lichaam. Ik wilde liever een meisje zijn, maar was niet ongelukkig dat ik een jongen was. Maar de puberteit vond ik eng en ik haatte wat het met mijn lichaam deed. Eigenlijk had ik vooral een hekel aan mezelf en dat projecteerde ik op hoe ik eruitzag en op mijn geslacht.

“En toen zag ik een televisieprogramma waarin een jongen vertelde hoe hij in transitie was gegaan en hoe gelukkig hij nu was. Toen klampte ik me vast aan het idee dat ik ook trans was. Ik was op zoek naar een antwoord waarom ik ongelukkig was. En omdat ik altijd al liever een meisje was geweest, dacht ik: dit moet ik doen, anders blijf ik de rest van mijn leven ellendig. 

“Op internet keek ik naar YouTube-kanalen van transgenders die vertelden hoe geweldig hun leven was. Er waren ook Amerikaanse psychologen – tenminste zo noemden ze zichzelf – die hulp boden en beweerden: als je aan je geslacht twijfelt, ben je sowieso niet ‘cis’. Als je wel twijfelt, ben je ‘trans’.” (‘Cis’ of ‘cisgender’ wil zeggen dat je geen probleem hebt met het geslacht waarmee je geboren bent – red.)

Een van de verklaringen voor de transhausse is dat de samenleving hierdoor steeds ruimdenkender is geworden wat betreft sekse en gender, en de drempel om met een afwijkende identificatie naar buiten te komen verlaagd is. Het is de vraag of de explosie van transgevallen daarmee afdoende verklaard is. Iets als maatschappelijke acceptatie verandert nooit plotseling, en waarom zou die drempelverlaging dan overwegend voor tienermeisjes gelden? Een andere verklaring is dat genderstudies en queertheorie zich ontwikkeld hebben tot een subcultuur en een ideologie, de transideologie, die zich via internet verspreid heeft en een sterke aantrekkingskracht uitoefent op tieners die onzeker zijn, zich isoleren, online in die subcultuur terecht komen en elkaar aansteken. Het is cool om trans te zijn, maar trans is geen ziekte of aandoening, het is een identiteit, een ‘gemarginaliseerde’ identiteit, die moet vechten voor rechten en erkenning. Meer transklinieken, bijvoorbeeld, en minder medische ‘gatekeeping’. 

Maarten: “Op transforums sprak ik ook met oudere transvrouwen, die pas op latere leeftijd in transitie waren gegaan en die zeiden: ‘Jij bent nog jong, jij kunt de puberteit nog stoppen. Kijk naar mij, ik zie er nog steeds mannelijk uit; ik ben pas na de puberteit in transitie gegaan. Jij kunt dat voorkomen, maar dan moet je wel zo snel mogelijk beginnen.’ Ik werd daar opgefokt van.”

Die transvrouwen hadden het over een in Nederland ontwikkelde behandeling van genderdysforie bij jonge tieners, het ‘Dutch protocol’. Het idee is om met hormonen de puberteit te onderdrukken, zodat de secundaire geslachtskenmerken zich niet ontwikkelen. Jongens krijgen niet de baard in de keel en geen adamsappel, meisjes krijgen geen borsten, gaan niet menstrueren. Dat betekent dat zij na transitie makkelijker op iemand van het andere geslacht kunnen gaan lijken. Nikkie de Jager – bekend van het populaire YouTube-kanaal NikkieTutorials – volgde die behandeling bijvoorbeeld. Zij heeft geen baardgroei, geen lage stem, geen adamsappel. Een ander voorbeeld is het trans fotomodel Valentijn De Hingh. 

Deze behandeling is alleen bedoeld voor jonge mensen die al vanaf hun vroege kindertijd echte genderdysforie hebben en niet geplaagd worden door andere psychische problemen. Maartens puberteit was al grotendeels voltooid toen hij bij de genderkliniek van VUmc kwam, dus voor het volledige traject kwam hij niet meer in aanmerking. Hij kreeg kortstondig androgeenhormoon om de puberteit definitief te stoppen, gevolgd door de oestrogeenbehandeling die van hem een transvrouw zou maken. Dat Maarten duidelijk ook andere geestelijke problemen had, roept de vraag op of hij wel zo behandeld had moeten worden.

“Ik was zestien toen ik via de huisarts terechtkwam bij de genderkliniek van het UMCG, het academisch ziekenhuis van Groningen. Tijdens een van de gesprekken die ik daar had, kwam mijn moeder mee. Ze zei dat ze niet geloofde dat ik trans was. Dat mijn problemen met andere dingen te maken hadden, zoals mijn homoseksualiteit en de scheiding. Maar ze luisterden niet naar haar. Ik had de indruk dat ze dachten: die vrouw wil gewoon niet dat haar zoon trans is.” 

Marian: “Ik heb tijdens het eerste gesprek in de genderpoli gezegd dat ik me zorgen maakte dat er misschien andere dingen speelden bij Maarten. Ik vroeg: wat zijn de checks dat hij er later geen spijt van krijgt? Ze antwoordden dat de procedures zorgvuldig waren, dat ze uitgebreid psychologisch onderzoek deden en dat spijt maar heel weinig voorkwam. 

“Tijdens een later gesprek heb ik gezegd dat Maarten nog steeds niet wilde dat iedereen het wist, dat hij ook geen meisjeskleren en make-up droeg en dat ik me afvroeg of zijn problemen niet kwamen omdat hij zijn geaardheid niet accepteerde en hoogbegaafd was, waardoor hij zich anders voelde dan anderen. Ik zei dat ik bang was dat een transitie de problemen misschien zou verergeren. Dat was moeilijk om te zeggen waar Maarten bij was. Als ouder zat ik in een spagaat: ik wilde mijn kind steunen, maar ik had ook mijn zorgen. Ik wilde alleen maar dat mijn kind gelukkig was – als jongen of als meisje, dat maakte mij niet uit.

“Ik vertrouwde erop dat ik mijn kind met zijn problemen veilig kon overdragen aan de deskundigen. Maar we zwommen een fuik binnen. Al vrij snel werd de diagnose genderdysforie gesteld. En toen kon Maarten mijn zorgen wegwuiven: de deskundigen hadden immers de diagnose gesteld, het klopte dus.”

Maarten: “De psychologen waren vriendelijk. Té vriendelijk. Ze stelden geen kritische vragen. Al na vier of vijf gesprekken kreeg ik de diagnose genderdysforie. Ze vroegen bijvoorbeeld niet door over mijn homoseksualiteit, terwijl er studies zijn die aantonen dat veel kinderen die denken dat ze trans zijn, homo of bi blijken te zijn als ze opgroeien.

“Ik moest mijn levensverhaal opschrijven en daarin vertelde ik dat ik een moeizame band met mijn vader had, worstelde met mijn homoseksualiteit en eenzaam was. Dat ik mezelf haatte en het idee had dat iedereen me haatte en dat ik op zoek was naar wat er mis met me was.

“Eerst dacht ik dat ik bipolair was, maar dat verwaterde na een tijdje. Toen dacht ik: ik ben autistisch, maar ook dat verwaterde. En toen kwam ‘transgender’ voorbij. Ik was jong en ongelukkig, ik zocht wanhopig naar een oplossing en dit leek zo passend. Dat was wat ik opschreef in mijn levensverhaal, en de psychologen bevestigden mij hier alleen maar in. Ze stelden geen diepgaande vragen. Ze vroegen niet: waarom heb je eigenlijk een hekel aan man zijn? Het antwoord was dat ik gewoon geen goede ervaringen had met mannen. Mijn vader was afstandelijk en ik werd altijd door jongens gepest. Maar meer dan een hekel aan mijn man-zijn, had ik een hekel aan mijzelf. Omdat ik me niet geliefd voelde. Er was wel sprake van een vorm van genderdysforie, maar dat betekende nog niet dat transitie voor mij de oplossing was. De genderdysforie die ik als kind voelde, werd verergerd door de puberteit en mijn eenzaamheid, maar die zou ik gewoon ontgroeien, dat weet ik nu. Maar die psychologen dachten blijkbaar niet aan die mogelijkheid.

“Op een gegeven moment verhuisde ik en werd ik overgeplaatst naar het VUmc. Daar kreeg ik testosteronremmers en oestrogeenpillen. Dat was de enige behandelvorm waar ze het over hadden. Ik was toen achttien.

“Die testosteronblokkers hadden allerlei bijwerkingen. Mijn weerstand ging dramatisch omlaag. Voorheen had ik zelden wat, nu was ik vier of vijf keer per jaar ziek. En dan niet zomaar een griepje. Eén keer had ik twee ontstoken oren en een keelontsteking. Dat hield weken aan. Ik was ook altijd moe en sloom. Als ik veel had gelopen, kreeg ik pijnlijke steken in mijn gewrichten. Onverklaarbaar, zeiden ze. Maar ik weet zeker dat het die hormonen waren. Nu ik die pillen niet meer slik, zijn die gezondheidsklachten over.

“Officieel moet je een tijdlang als het andere geslacht leven voordat je met hormonen mag beginnen. De real life phase noemen ze dat. Ik durfde dat niet. Ik heb het daar met de psycholoog vaak over gehad. Dan zei ik: als ik nu vrouwenkleren draag, voel ik me een man in een jurk. Dan ben ik liever gewoon een jongen. Dat had een alarmbel moeten doen afgaan bij mijn behandelaars. Maar in plaats daarvan gaven ze me als ‘cadeautje’, dat woord gebruikten ze, dat ik zonder real life phase met hormonen mocht beginnen.” 

Omdat ‘trans’ volgens de transbeweging geen stoornis is maar een identiteit, mogen genderartsen en -therapeuten die identiteit niet ter discussie stellen. Transzorg moet dus ‘affirmatief’ zijn – bevestigend. WPATH, de wereldorganisatie van transbehandelaars, stelt dit ook als uitgangspunt. Niet-bevestigende therapie zou gevaarlijk zijn, want dat geeft ‘distress’, en distress kan leiden tot zelfmoord. Het uitzonderlijke zelfmoordrisico voor transgenders is een mythe, maar een zeer hardnekkige. Het wordt gebruikt om de eis voor affirmatieve zorg kracht bij te zetten. Ouders die niet meegaan in de identificatie van hun kind worden zo onder druk gezet: “Wat wilt u, een dode dochter of een levende zoon?” (Of andersom natuurlijk.) Hoever Nederlandse genderklinieken precies gaan met ‘affirmatie’ is niet duidelijk. Het spoort in principe niet met het ‘Dutch protocol’, maar dat Maarten zijn real life phase kreeg kwijtgescholden, wijst in de richting van affirmatie. 

Marian: “Hij mocht hormonen gaan slikken om hem te stimuleren om als vrouw te gaan leven. Daar was ik stomverbaasd over. Omdat ze daarmee afweken van hun eigen protocol!” 

Maarten: “Het ging even goed, maar na een paar maanden zette de teleurstelling in. Ik had gehoopt dat ik er vrouwelijker uit zou gaan zien, maar dat gebeurde niet. Als ik naar buiten ging, staarden mensen me aan, omdat ze zagen dat ik niet echt een meisje was. Ik begon me af te zonderen en daardoor raakte ik vrienden kwijt.

“Ik besloot me te laten opereren aan mijn gezicht, om vrouwelijkere trekken te krijgen. Ik dacht: als ik dat heb gedaan, word ik echt gelukkig. Na die operatie werd ik niet meer aangestaard op straat, maar mijn problemen waren niet weg. Ik was continu bezig met hoe ik eruitzag. Ik keek altijd hoe er op mij werd gereageerd. Het was een soort verslaving. Ik wilde voortdurend die externe validatie. Ik wilde honderd keer per dag horen: je ziet er goed uit.

“Toen de onvrede over mijn gezicht weg was, wilde ik een borstvergroting. Ik vond mijn schouders te breed, mijn heupen te smal. Op internet zocht ik naar operaties die dat konden oplossen. Totdat ik me realiseerde: dit wordt te gek. Ik zag in dat ik met operaties nooit een punt zou bereiken waarop ik tevreden met mezelf zou zijn. Op dat moment wist ik: ik moet mezelf zo accepteren als ik ben. Ik vroeg me af waarom ik dit eigenlijk had gedaan. Ja, ik wilde liever een vrouw zijn en was niet blij met mijn jongenslichaam. Maar ik kan gewoon geen vrouw worden. Ik kan alleen een transvrouw zijn. En mijn leven als man was beter dan mijn leven als transvrouw. 

“Dat is moeilijk toe te geven aan anderen, maar nog veel moeilijker toe te geven aan jezelf. Ik dacht heel lang: als ik maar verderga op deze weg, dan wordt het wel beter. Maar het werd helemaal niet beter. En dan ben je al zo ver; kun je dan nog wel terug? En hoe kan het nou dat ik niet gelukkig ben, terwijl de experts toch hebben gezegd dat ik trans ben? En als dit het niet is, wat dan wel?”

Marian: “Maarten zou een vaginaplastiek, een geslachtsveranderende operatie krijgen, en we gingen naar een voorlichtingsbijeenkomst daarover. Voor mijn gevoel werden daar de risico’s op complicaties amper besproken en de levenslange consequenties van deze operatie onderbelicht. Gelukkig heeft Maarten die vaginaplastiek op het laatste moment afgezegd. Daar ben ik heel erg dankbaar voor, want ik denk dat hij er dan niet meer was geweest. Dat zegt hij zelf ook.” 

Maarten: “Ik was 22 jaar toen ik besloot: ik draai het terug. Ik was net op tijd, want een maand later werd ik gebeld dat ik aan de beurt was voor een geslachtsveranderende operatie. Ik stond daarvoor op de wachtlijst. Dat heb ik goddank afgezegd.

“Het gaat nu beter met me dan de afgelopen vier jaar. Ik heb heel veel steun aan mijn moeder gehad. Maar het is een rouwproces. Door het oestrogeen heb ik borsten gekregen; die kunnen alleen operatief verwijderd worden. Door de hormonen ben ik seksueel ook minder goed gaan functioneren. Ik hoop dat dat ooit weer terugkomt. Mijn gezicht is zo radicaal veranderd dat mensen van vroeger mij niet herkennen. Ik herken mezelf ook niet meer als ik in de spiegel kijk, en dat is pijnlijk. Ik voel me vervreemd van wie ik vroeger was. Het is net of mijn leven in tweeën is geknipt.”

Marian: “Maarten is voor zijn leven beschadigd. Ik heb zo’n spijt dat ik niet beter naar mijn gevoel heb geluisterd en er niet dwars voor ben gaan liggen. Maar ik wilde hem ook steunen, begrijp je? Ze moeten veel zorgvuldiger zijn met kinderen die tijdens hun puberteit opeens denken dat ze trans zijn. Ze moeten veel beter kijken of er geen andere problematiek speelt.”

Maarten: “Ik ben nu in therapie. Mijn therapeut schrok ervan dat dit heeft kunnen gebeuren onder toezicht van psychologen. Ik vind dat die psychologen hadden moeten zeggen: jij hebt zo’n complex verleden, ga eerst in therapie om dat allemaal te verwerken en kom dan terug. Dat had ik niet leuk gevonden, maar ik was nooit teruggekomen, dat weet ik zeker.

“Er zijn andere en soms ook betere manieren om genderdysforie te behandelen dan met een medische transitie. Psychotherapie, je angsten overwinnen, jezelf leren accepteren. Maar over zelfacceptatie is nooit met mij gesproken. Je moet naar individuele gevallen kijken: wat heeft die persoon nodig? Ik ben eerder dit jaar teruggegaan naar de kliniek om verhaal te halen. Ik heb gezegd: ik was een tiener, waarom zijn jullie meegegaan in de onrealistische ideeën die ik over mezelf had? Jullie hebben gedaan alsof ik een volwassene was. Ze antwoordden: je wilde het zelf. Maar hoe kan een jongen van zeventien met allerlei mentale problemen weten wat goed voor hem is?”

De grote vraag is: hoe vaak gaat het zoals bij Maarten? Hoe vaak mensen spijt krijgen van een gendertransitie is een felomstreden onderwerp. Er zijn (nog) weinig harde cijfers. Een onderzoek van VUmc Gender uit 2018 claimt dat het om ongeveer 0,5 procent gaat, maar zelden wordt vermeld dat aan het eind van de onderzoeksperiode 36 procent van de respondenten ‘lost to follow-up’ was – verdwenen. En dat terwijl je na transitie meestal hormonen nodig blijft hebben en eigenlijk twee keer per jaar op controle moet bij je endocrinoloog. Waar zijn die patiënten gebleven? In het theoretische geval dat zij allemaal afhaakten vanwege spijt ligt het detrans-percentage dus op ruim 36 procent. Maar laat het de helft zijn, dat is nog altijd 18 procent – ook schrikbarend veel voor een onomkeerbare medische behandeling. Eén ding is zeker: die 0,5 procent is totaal niet realistisch. Hoeveel het er werkelijk zijn, gaan we de komende jaren zien. Als mensen spijt krijgen van een gendertransitie, gebeurt dat meestal vijf tot tien jaar later. Maarten en veel detransitioners van zijn ‘lichting’ zijn ervan overtuigd dat zij de voorlopers zijn van een grote golf, die de komende jaren zichtbaar zal worden.

Maarten: “Ik hoop erg dat die transgenderwet er niet doorkomt. Dat ze het niet voor kinderen mogelijk maken om zomaar hun geboortegeslacht bij de burgerlijke stand te veranderen. Want je brengt kinderen zo op een weg die misschien helemaal niet goed voor ze is. Mogen ze eerst rustig opgroeien voor ze zulke ingrijpende beslissingen nemen? We weten toch dat veel kinderen over genderdysforie heen groeien? Ik heb dat zelf ervaren. Ik heb nu een advocaat in de arm genomen. De transitie heeft mijn leven verwoest en ik moet het nu opnieuw opbouwen.”

Marian: “In mijn onschuld dacht ik: het zijn deskundigen, die kunnen Maartens probleem goed beoordelen. Dat bleek dus niet zo te zijn. Het lijkt wel alsof ze bij het stellen van de diagnose denken: als het niet klopt, blijkt dat wel bij de behandeling. Maar bij de behandeling kijken ze niet meer kritisch, omdat de diagnose al is gesteld. We hadden beter naar een goede psycholoog kunnen gaan. Was ik maar kritischer geweest. Nóg kritischer. Tja, nu is het te laat. Ik vraag me af ik het mezelf ooit zal kunnen vergeven.” 

Ik moet dus echt trans zijn, dacht ik, want zij zijn de experts, en anders zouden ze die diagnose nooit stellen

Maarten, detransitioner

Een meisje met een soortgelijk verhaal als dat van Maarten is Keira Bell, ook 23 jaar oud. In de Londense genderkliniek Tavistock onderging zij een transitie van vrouw naar man. Haar puberteit werd geblokkeerd, ze kreeg testosteron, ontwikkelde baardgroei en kreeg een zwaardere stem. Op haar twintigste liet ze haar borsten verwijderen. Ruim een jaar later kreeg ze spijt. Haar vrouwelijkheid was het probleem helemaal niet, besefte ze. De transitie heeft niets opgelost en zij is voor altijd gevangen in het niemandsland tussen man en vrouw. 

Bell deed Tavistock een proces aan; de kliniek had haar tegen zichzelf moeten beschermen. Haar zaak kreeg veel publiciteit; er kwamen meer details naar buiten over de falende transzorg van Tavistock. De Engelse regering stelde een onderzoek in, dat vernietigend voor de kliniek uitpakte. Patiënten werden zonder grondig psychologisch onderzoek op puberteitsremmers gezet, soms te lang achtereen, borstamputaties werden te makkelijk toegestaan, de begeleiding liet te wensen over, evenals de registratie van patiëntengegevens. De bevindingen waren zo schrikbarend dat Tavistock, de grootste genderkliniek ter wereld, op last van de overheid direct werd gesloten. De Britse genderzorg wordt vanaf komend jaar totaal anders georganiseerd, met het accent op psychotherapie en ‘watchful waiting’ – waakzaam afwachten.

Door met zijn verhaal naar buiten te komen hoopt Maarten in Nederlands iets dergelijks bereiken: dat er meer openheid en discussie komt over wat nu de beste manier is om om te gaan met al die duizenden jongeren die denken dat zij ‘trans’ zijn. 

Maarten: “Je kunt detransitie vergelijken met deradicalisering. Het is alsof je uit een sekte stapt. Stapsgewijs viel ik van het geloof af dat transitie de enige oplossing is. Ik ben daarna benaderd door transpersonen die ik van vroeger kende. Zij probeerden mij ervan te overtuigen dat ik wél blij was met mijn transitie en dat ik transvrouw moest blijven. De transgemeenschap reageert nu heel vijandig op mij. Ze willen dat ik mijn mond houd, want ze zeggen dat ik mensen die wel profijt hebben van hun transitie hun levensgeluk ontneem. Maar ze hebben er geen oog voor dat het juist belangrijk is om kinderen en ouders te waarschuwen voor een ondoordachte transitie. Toch doe ik dat. Dan komt er misschien toch nog iets goeds uit mijn vergissing.” 

Maarten en Marian zijn pseudoniemen; hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Reactie genderklinieken

Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van Amsterdam UMC (locatie VUmc):

Wij betreuren het dat de geïnterviewden ontevreden zijn over de behandeling en uitkomsten. Vanwege privacyregels kunnen en mogen we niet in het openbaar op patiëntengegevens reageren. Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (KZcG) van Amsterdam UMC biedt multidisciplinaire zorg waarin veel specialismen samenwerken om samen met een persoon en diens omgeving na te gaan wat deze nodig heeft om op het gebied van gender zichzelf te zijn. Het vraagt een zorgvuldige afstemming om te komen tot optimale zorg. Wetenschappelijk onderzoek van KZcG draagt bij aan het verder verbeteren van de genderzorg en geeft meer inzicht in de wensen, gendergevoelens en genderontwikkeling van deze zorggebruikers. 

Gedurende het gehele behandeltraject wordt er steeds gekeken en afgestemd of een patiënt de juiste en passende behandeling krijgt. Verschillende stappen in de transitie vinden plaats na multidisciplinaire besluitvorming. Wij staan voor zorg op maat waarbij iedere patiënt een persoonlijk traject krijgt aangeboden. Aan sommige onderdelen van de behandeling, zoals genderbevestigende gelaatschirurgie, zijn risico’s verbonden. Patiënten worden voorafgaand aan de ingrepen uitgebreid geïnformeerd over deze risico’s en eventuele complicaties. KZcG evalueert graag samen met personen die negatief terugkijken op hun transitie, zodat zorg in de toekomst nog beter kan worden afgestemd. 

De genderkliniek van het UMCG heeft niet binnen de gestelde deadline gereageerd op ons verzoek tot weerwoord.