De floplijn

Waarom ging de Amsterdamse gemeenteraad in 2002 akkoord met de aanleg van een nieuwe metrolijn? We vroegen het aan de raadsleden van toen. Over rammelende proeven, frustraties van een commissie en de risico’s van positief denken. ‘We zijn toen gewoon misleid.’

Toeristen die het historische stationsgebouw van Amsterdam verlaten, wacht een onaangename verrassing. Ze zien dan geen trapgevels en romantische grachten, maar een bouwput. En dat overkomt ze niet alleen bij CS,maar ook in andere delen binnen en buiten het centrum. Dankzij de aanleg van een metrolijn. Die drie keer zoveel zal kosten als ooit is afgesproken. En die een jarenlange vertraging oploopt, onder meer doordat hier en daar historische panden zijn verzakt. De gemeente beseft dat er een wellicht hopeloze situatie is ontstaan, en liet het project onderzoeken door de commissie-Veerman. Die berichtte vorige week dat de bouw vooral moet doorgaan. Natuurlijk ging dat advies gepaard met tijdsprognoses en kostenplaatjes, maar die zijn de afgelopen jaren voortdurend fout gebleken. En dat heeft veel te maken met de valse start van het miljardenproject in 2002. Toen koos de gemeenteraad voor aanleg van de lijn. De vraag nu is: waarom? Vooruitlopend op een raadsenquête naar de besluitvorming benaderde HP/De Tijd alle gemeenteraadsleden uit 2002. Wie hebben destijds ingestemd met de aanleg van deze metrolijn? Wat wisten ze, wat niet, en wat hadden ze kunnen weten?

Het gehele artikel staat deze week in HP/De Tijd.

Richard Funnekotter en Meike Wijers