Na Oslo

Het was niet de eerste keer dat Scandinavië door een terreuraanslag werd getroffen. Zweden werd in 1986 opgeschrikt door de moord op premier Olof Palme, die nooit is opgehelderd. In 2003 kwam minister van Buitenlandse Zaken Anna Lindh om het leven nadat zij in een warenhuis in Stockholm door een man met een mes was aangevallen. De dader, een verwarde man van Servische afkomst, kreeg levenslang. Beide politici waren iconen van de Zweedse sociaal-democratie, maar nooit werd de sociaal-democratie in Scandinavië zo brutaal geattaqueerd als in Oslo en op het eilandje Utøya, waar de rechts-extremistische kruisvaarder Anders Breivik een ongekend bloedbad aanrichtte.

Over de dader en zijn ‘manifest’ is al veel gezegd. Over de slachtoffers, Noord-Europese sociaal-democraten, veel minder, hoewel Noorwegen nog meer een modelstaat is dan buurland Zweden (waarvan het in 1905 onafhankelijk werd) en een bastion van het type politieke correctheid waaraan populistisch rechts zo’n hekel heeft. Het van oorsprong zeer blanke Noorwegen deelt samen met Zweden graag Nobelprijzen uit aan progressieve figuren, belijdt het multiculturalisme als staatsideologie en heeft quota ingesteld om vrouwen aan topfuncties te helpen. Oud-premier Gro Harlem Brundtland, die ook op het lijstje van de Noorse schutter stond, is een boegbeeld van het duurzaamheidsstreven van de VN, zoals veel Scandinavische politici zich hebben geprofileerd als internationale vredestichters en Gutmenschen (op rechtse internetblogs wordt deze term gebruikt voor alles wat links is en het Westen de schuld geeft van alle kwalen in de wereld).

Dat de Noorse sociaal-democratie het mikpunt van een aanslag werd, kwam als een donderslag bij heldere hemel, maar was ook weer niet helemaal toevallig. De ‘open samenleving’ die premier Jens Stoltenberg (ook doelwit) graag wil behouden, was een soft spot. Waar Zweden veel meer een politiestaat is en het decor van misdaadromans, is Noorwegen door zijn fjorden en perifere ligging van de boze buitenwereld afgeschermd. Het land is zuinig op zijn soevereiniteit, zei in 1972 al ‘nee’ tegen de EG en heeft zich dus ook niet uitgeleverd aan de anonieme bureaucraten in Brussel. Wel is het de enige oliestaat ter wereld die verstandig wordt bestuurd, het geld niet met bakken over de balk gooit en keurig volgens een vast VN-percentage aan ontwikkelingshulp geeft. De Noren zien zich als kosmopolitisch, maar het is kosmopolitisme van een provinciale zelfgenoegzaamheid.


Van Anders Breivik is gezegd dat zijn wereldbeeld dicht tegen dat van Geert Wilders aanschuurt. Maar je kunt ook zeggen dat een verzorgingsstaat als Noorwegen, zo zelfstandig in Europa, veel op een Denemarken achter gesloten grenzen lijkt. Als Noorwegen niet zo’n politiek correct walhalla was, dan was het ook een land waar bezorgde Denen, ware Finnen en boze PVV’ers graag zouden willen wonen. In de complottheorie van populistisch rechts hebben de sociaal-democraten het eigen volk met de massa-immigratie uit de moslimwereld opgezadeld en dankzij dit ‘marxistische cultuurrelativisme’ bestaat Europa alleen nog uit watjes. Softies als Job Cohen, die na elk geweld met sussende woorden komen, een habitus die er steeds weer inschiet. Herinnert u zich 11 september 2001 nog? Premier Wim Kok riep toen tot kalmte op en hoopte dat ‘het vernederde Amerika’ geen gekke dingen ging doen.

Gekke dingen hoef je van sociaal-democraten niet te vrezen. Er is oorverdovend kalm en gelaten op de aanslagen in Noorwegen gereageerd. Maar kunnen sociaal-democraten van zich afbijten nu ze zelf zijn aangevallen? Is er verweer tegen de giftige aantijging dat zij Vaterlandslose Gesellen zijn? Zit er nog vuur in de sociaal-democratie, of kunnen ze alleen theedrinken? Dat laatste is ‘na Oslo’ als overlevingsstrategie ook in de eigen heilstaten niet afdoende meer.