De stompzinnige voetballers van coach Cesare Prandelli

De Italiaanse coach Cesare Brandelli

Dag Cesare Prandelli,

Het bericht over uw nachtelijke pelgrimstocht naar het Camaldolese klooster in de bergen net buiten Krakow blijft me langer bezighouden dan ik had kunnen bevroeden. U bent een romanticus of een aansteller, gesteld dat die twee niet op hetzelfde neerkomen.

Ik zal de artikelen die ik over deze wandeling onder ogen kreeg (ze stonden in het Algemeen Dagblad en het Britse boulevardblaadje The Star – nou ja, alle aandacht is meegenomen, moet u maar denken) even voor u samenvatten, want ik sluit niet dat de gebeurtenissen door een paar fantasievolle redacteuren bij een persbureau hier en daar een beetje zijn opgepoetst.

Het verhaal is als volgt: u heeft, samen met bondsbons Demetrio Albertini, na de wedstrijd tegen Ierland en de daaropvolgende kwalificatie een wandeling van drieëneenhalf uur door de Poolse heuvels gemaakt. Over de afstand lopen de meningen uiteen: het AD had het over 21 kilometer, The Star hield het op 18. Ik vertrouw de Britten in dezen, of u moet een getraind snelwandelaar zijn, met ogen van een nachtdier die meters van tevoren iedere oneffenheid in het bospad kunnen ontwaren.

18 of 21, het is altijd meer dan wat Bert van Marwijk op een gemiddelde EK-nacht aflegt.

Daar waar Krakow eindigt en de natuur begint, verheft zich een berg die ze daar in de buurt de Srebna Gora schijnen te noemen.

Srebna Gora, Zilveren Berg.

Het beeld van twee mannen op zekere leeftijd, in het duister van de nacht, in een bos, op een pad dat als een ringslang de berg op kronkelt, dat beeld laat me maar niet los.

Wie knoopte als eerst zijn stropdas los? Wie durfde om pauze te vragen? Was er gezorgd voor water? Gewijd of gewoon? En blarenpleisters, waren die ingepakt?

Terwijl u en Albertini door het donker van het Poolse middengebergte sjouwden, viel Italië tevreden in slaap. De wedstrijd tegen de Ieren was nauwelijks te verdragen geweest, maar Italianen hebben een voorliefde voor dingen die nauwelijks te verdragen zijn. U moet voor de grap eens binnenkijken bij een McDonalds-vestiging in een willekeurige Italiaanse stad: stampvol. De pizzeria in het pand ernaast staat altijd op het punt te failleren. Is men in uw land niet goed snik, of gewoon masochistisch?

Twintig miljoen. Zoveel Italianen keken naar Italië-Ierland. Twintig miljoen landgenoten die zagen hoe Balotelli bij het tweede doelpunt in uw richting keek en hardop begon te praten. Leonardo Bonucci hield snel een hand voor zijn mond, maar je hoefde geen medium te zijn om te begrijpen dat het heel onaangename beledigingen waren die daar in de kiem werden gesmoord. Het was zinloos, Mario Balotelli kan prima met zijn ogen schelden.

Met die Leonardo Bonucci was trouwens ook iets aan de knikker.

Wacht, ik zoek het op.

Ben ik weer.

Bonucci was de speler die u selecteerde ondanks dat hij verdachte is in het Italiaans omkoopschandaal dat iedere dag weer een beetje meer bizar wordt. Sommige van de details over het bedrog zijn voor normale mensen onverdraaglijk, maar u en ik weten: pas als iets onverdraaglijk dreigt te worden, krijgt een Italiaan er pas echt zin in.

Op de dag dat het bericht over uw bedevaart naar buiten kwam, trof ik op het Internet een lijst aan met alle clubs en spelers die in uw land in deze laatste zaak bestraft zijn. Volgens de opstellers is dit nog slechts het begin. Ik hoop dat hij overdrijft: wanneer dit slechts het begin is, bevindt het eind zich ergens ver voorbij het Armageddon.

21 clubs staan erop, op die lijst. 21 clubs en 52 spelers.

Van de meeste van die 52 had ik nooit eerder gehoord. Hun marginale voetbalbestaan heeft hen rechtstreeks in de armen van de maffia gedreven. De bekendste namen waren Luigi Sartor, Cristiano Doni en Nicola Ventola. Oud-internationals, geen koekenbakkers. Maar de drang van de Italiaanse voetballer om zichzelf te vernietigen is kennelijk sterker dan roem, geld en geweten bij elkaar.

Heeft u voor hen gebeden, daar in het klooster in Bielany? Voor de genezing van de stompzinnigheid van de Italiaanse voetballer? U weet toch wel beter, uw hele aanvalslinie bestaat uit getiktelingen. Het is gekte die je gratis krijgt bij een talent.

Of heeft u gebeden voor het spoedige herstel van Giorgio Chiellini, uw beste verdediger? Een griepje voor Gerrard misschien?

Of zat u daar, geknield op de top van de Zilveren Berg, de handen gevouwen, de ogen gesloten, om te bidden voor de coming-out van Italiaanse homovoetballers? Daar bent u ook al druk mee. Ik las een voorwoord van uw hand uit Il campione inamorato, een boek van twee Italiaanse journalisten. Onderwerp: het taboe van anders geaard zijn in de sport. Laat me één zin citeren: ‘In de voetbalwereld blijft het taboe van homoseksualiteit voortduren, terwijl iedereen vandaag de dag vrij zou moeten kunnen leven, met zijn eigen verlangens en zijn eigen gevoel.’

U kunt misschien overwegen die zin op een tegeltje te drukken en hem aan uw spits Cassano cadeau te doen. Hij was het die ik laatst hoorde beweren dat hij toch mocht hopen dat er geen homo’s in de Italiaanse selectie zitten. Hij keek erbij als iemand die iets heel vies ruikt.

De auteurs van Il campione inamorato zeggen van twee van uw spelers zeker te weten dat ze op mannen vallen. Dat zijn er twee teveel, volgens uw spits. U schreef: ‘Ook homofobie is racisme.’ Als dat zo is, bestaat uw spitsenkoppel voor zondagavond uit een racist en een driftige, donkere man.

Zo’n situatie, dat lijkt me een gebedje waard.

U bent drie kwartier in dat klooster geweest. In drie kwartier kun je voor veel dingen bidden. Misschien heeft u nog wel de ondergrondse cryptes bezichtigd, de graven waar de lichamen van monniken uit vroeger tijden als mummies liggen opgebaard, terwijl hun zielen al eeuwen op een wolk aan het knikkeren zijn.

Het klooster van Bielany is bekend binnen de katholieke kerk, las ik.

De monniken leven extreem sober, hun wezen slechts gericht op God. Vrouwen zijn er slechts bij hoge uitzondering welkom – de twaalf vastgestelde data staan op Internet, voor het geval mevrouw Prandelli nog eens een kijkje wil nemen. In feite verschilt zo’n klooster niet zo bar veel van een spelershotel, behalve dan dat sobere, die rust, die opperste concentratie en het gebrek aan vrouwen.

U bent Italiaan. Ik twijfel daarom niet aan uw drang om het draaglijke ondraaglijk te maken. Daarom zult u zondag Mario Balotelli opstellen, evenals Antonio Cassano. Als u nog meer dwazen in uw selectie zou aantreffen, konden die ook op een plekje rekenen. Omkoopverdachten staan als eerste op uw wedstrijdformulier.

Vermoedelijk zult u nachtelijke bedevaarten blijven ondernemen, maar ik raad u aan u er voortaan niet te makkelijk vanaf te maken. Twintig kilometer is niks, voor een plek in de halve finale. Ieder offer is een betaling aan de Heer, u mag vannacht best eens diep in de buidel tasten.

Er valt tenslotte nog genoeg af te smeken.

Succes, en houd het draaglijk,

Frank Heinen


Reacties zijn gesloten.