Rotterdam moet andere zaken gaan doen

In een onlangs verschenen publicatie bij Het Financieele Dagblad (FD Outlook) mag de directeur van het Centraal Planbureau Coen Teulings iets doen wat normaal gesproken niet tot zijn primaire vakgebied behoort: uitgaan van feiten. Dat moet een warm bad voor hem zijn geweest. Het CPB maakt doorgaans namelijk prognoses voor allerlei economische ontwikkelingen en ze zijn zelden correct. Daar kan het CPB maar ten dele iets aan doen, ze moet het doen met modellen die tot stand kwamen onder heel andere omstandigheden. Modellen bij de huidige crisis zijn er niet, dit is onontgonnen terrein.

Terug naar zijn artikel. Teulings herinnert ons aan de verwachtingen van tientallen jaren geleden toen we, omdat communicatie en transport goedkoper en toegankelijker werden, dachten dat deze ontwikkeling het einde van de grote stad zou worden. Waarom nog de jachtigheid en hoge huizenprijzen als je het op andere plekken rustiger en goedkoper kon krijgen? Inderdaad krompen Amsterdam en Rotterdam tussen 1960 en 1988 elk zo’n twintig procent. Inmiddels is die trend volledig gedraaid, grote steden zijn populair. Maar niet in het algemeen, sommige grote steden hebben meer aantrekkingskracht dan andere. Zo zijn de huizenprijzen in Amsterdam sinds de jaren 80 verdubbeld ten opzichte van die in Groningen.

De sleutel tot succes
Teulings vergelijkt in zijn artikel Rotterdam met de Amerikaanse stad Detroit, ooit het mekka van de automobielindustrie, en haalt daarbij een Amerikaans onderzoek aan waarin het succes van de ene grote stad naast het falen van de andere wordt gelegd. Wat maakte het verschil? De sleutel blijkt de aantrekkingskracht op talent te zijn. En stedelijke schoonheid. En tenslotte het nemen van risico’s, daarvoor is een kapitaalmarkt vereist.

In Nederland hebben steden als Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Nijmegen een beroepsbevolking die voor meer dan 45 procent uit hoger opgeleiden bestaat. Rotterdam zit onderin het klassement met 35 procent. Dat heeft natuurlijk ook alles te maken met het verschil in gemiddeld werk tussen Amsterdam en Rotterdam. En de internationale aantrekkingskracht om er te wonen en werken. Veel meer dan Rotterdam heeft Amsterdam een kenniseconomie. Rotterdam maakt – steeds minder – en transporteert. Ik schreef daar eerder deze week al over en vandaag doe ik er nog een schepje bovenop, nu er wordt gepubliceerd over de ‘containeroorlog’ die wereldwijd woedt. In onze regio zou dat vooral gaan tussen de havens van Rotterdam en Hamburg.

De containeroorlog
Eerder introduceerde Rotterdam al een ‘crisiskorting’ in de haven, dat betekent in elk geval dat de prijzen onder druk staan. Hamburg gaat daar nu overheen en dus zal een reactie van Rotterdam niet kunnen uitblijven. Chinese fabrikanten moeten voor het aan wal brengen van hun spullen in Europa heel goed kijken wat in afstand nu eigenlijk het verschil tussen die twee is.

Door de afnemende groei van de wereldeconomie, en waarschijnlijk binnenkort wel weer krimp in heel Europa, krimpt ook het aanbod van containers. In die wereld is een heuse varkenscyclus aan de gang, want met de Tweede Maasvlakte wordt de capaciteit opgevoerd bij een afnemende vraag. Zowel Hamburg als Rotterdam zeggen blij te zijn als ze in 2012 eenzelfde aantal containers hebben verwerkt als in 2011. Als dat al lukt, dan wel tegen aanmerkelijk lagere prijzen terwijl de toegevoegde waarde al niet erg hoog is. In 2013 wordt dat allemaal nog erger.

Rotterdam doet er beter aan zich meer toe te leggen op andere bedrijfstakken. De eerste tekenen zijn er al, de creatieve industrie wordt steeds zichtbaarder. In de herontwikkelde oude havenwijken bruist het.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is Neutraal in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.

Meer leuke content? Like ons op Facebook