Bezinning op politiek systeem actueler dan ooit na PS-verkiezingen

Volgens de laatste stand van zaken, na het tellen van 86,7 procent van de stemmen, lijkt Mark Rutte van zijn VVD toch de grootste partij te hebben gemaakt. De premier, die over excellente debatkwaliteiten beschikt en wiens Teflon-pak hem immuun maakt voor kritiek, weet het CDA naar het zich laat aanzien met één zetel (13 versus 12) achter zich te houden. Dan volgt D66 met 10 zetels, SP en PVV komen op 9, de PvdA eindigt op 8. Vervolgens komt het kleine grut onder aanvoering van GroenLinks (4), CU (3), PvdD, 50Plus en SGP (2) en als hekkensluiter de OSF met 1 zetel.

Met het opstijgen van de kruitdampen wordt het politieke slagveld zichtbaar. De Eerste Kamer is definitief een politiek probleem geworden. Was het bij de vorige verkiezingen in 2011 voor het eerst sinds WOII dat er geen enkele partij 20 Senaatszetels wist te bemachtigen (de VVD met 16), inmiddels heeft de grootste partij met 13 zetels slechts 17,3 procent van de Eerste Kamer in handen.

Dat betekent dat de gedoogconstructie van maar liefst vijf partijen, die de afgelopen jaren op wonderbaarlijke wijze behoorlijk functioneerde, naar nóg een partner moet zoeken. Volgens Telegraaf-journalist Paul Jansen moet Rutte een jongleeract uitvoeren om alle ballen in de lucht te houden en hij concludeert: “Lukt dat niet, dan is er maar een oplossing: nieuwe, algemene verkiezingen.”

Maar nieuwe Tweede Kamerverkiezingen gaan het probleem waar de politiek zich mee geconfronteerd ziet ten aanzien van de Eerste Kamer niet oplossen. Het politieke speelveld is tegenwoordig zo verdeeld dat er altijd een vier-, of vijfpartijenkabinet gesmeed moeten worden om een meerderheid in zowel de Tweede als Eerste Kamer te krijgen – al is een zespartijencombinatie, zoals nu moet worden geformeerd, ook een realistisch scenario.

Het is inmiddels 38 jaar geleden dat er in Nederland een kabinet van vier partijen bestond. Dat was bovendien in de tijd dat het CDA nog niet bestond, maar de fusiepartijen ARP, CHU en KVP afzonderlijk deelnamen in kabinetten. Beschouwen we die partijen als het huidige CDA, dan is het extraparlementaire kabinet-Den Uyl het enige na-oorlogse dat met vier partijen (een soort van) wist samen te werken.

De gedoogconstructie van premier Rutte met vijf partijen was een jongleeract, maar nu zal de premier een Houdini-act moeten uitvoeren om nog iets van de grond te krijgen – grote hervormingen zoals die van het belastingstelsel lijken überhaupt onmogelijk. Als iemand ertoe in staat mag worden geacht is het Mark Rutte, maar het echte probleem is dat er geen alternatief is. Als deze Provinciale Statenverkiezingen ons één ding leren is het dat bezinning over de werking van het politieke systeem nu meer van belang dan ooit is.