De paradoxale status van de joint en hoe de VNG dat wil veranderen

Als het aan de werkgroep cannabisbeleid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ligt, gaat het Nederlandse softdrugsbeleid rigoureus op de schop. Regelen of gedogen; de knuppel lijkt nu definitief in het hoenderhok te zijn gegooid. Twee systemen, maar wat is nu eigenlijk het verschil?

Het land van hasj, hoeren en het bijna gouden Oranje. Wanneer je in het buitenland stelt dat je uit Nederland komt, zijn dat gegarandeerd de associaties die ons land bij de lokalen oproept. Vaak weten zij niet welke keerzijden het huidige Nederlandse softdrugsbeleid kent. Zo wordt de gedoogconstructie door de werkgroep cannabisbeleid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) aan de kaak gesteld. Voorzitter van de werkgroep en burgemeester van Haarlem Bernt Schneiders presenteert maandag een rapport waarin een nieuwe kijk op het Nederlandse drugsysteem wordt gepromoot.

Het gedoogbeleid, dat we in Nederland sinds 1976 kennen, is in de ogen van de gemeenten achterhaald en werkt criminaliteit in de kaart. “Het scheurt en het kraakt,” betoogt Schneiders in de Volkskant. “Laten we de regels aanpassen, en bewerkstelligen dat we als overheid weer enige greep krijgen op die sector.” Maar hoe zou zo’n systeem eruit zien en wat zou de klant in de coffeeshop ervan merken? We leggen het huidige gedoogbeleid en het voorstel van Schneiders naast elkaar.

Scenario 1: het gedoogbeleid
Dankzij het huidige drugsbeleid is het mogelijk om in een van de 591 coffeeshops die Nederland rijk is een joint of een zakje wiet te kopen. Sinds de invoering van het gedoogbeleid is de handel in softdrugs ‘legaal’, maar daartegenover staat dat de teelt van hennep illegaal is. Een volwassen Nederlander kan in een coffeeshop maximaal vijf gram per dag kopen en de coffeeshop mag volgens de regeling 500 gram in voorraad houden.

Alleen wringt de schoen daar direct. Dat zou namelijk betekenen dat een coffeeshophouder na zijn honderdste klant door zijn voorraad heen is en daarna nee moet verkopen. De voormalige coffeeshop Checkpoint in Terneuzen lokte per dag alleen al rond de drieduizend bezoekers naar Zeeuws-Vlaanderen. Ga daar maar aan staan met je 500 gram voorraad.

In 2010 al klaagden coffeeshophouders uitvoerig over dit paradoxale beleid. Ze mochten ongestoord producten verkopen, maar niets in huis halen. Toch stond de gemiddelde bezoeker van een shop nooit voor een leeg schap. Via bepaalde kanalen bleef de aanvoer in stand, merkten de coffeeshophouders op. Want geteeld werd er: in Tilburg alleen al vorig jaar voor 800 miljoen euro aan illegale hennep.

In het huidige beleid wordt de handel dus toegelaten, maar de manier waarop de producten worden gemaakt is illegaal.

Scenario 2: het VNG-plan
De werkgroep cannabisbeleid van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten stelt een ander systeem voor. De wietteelt moet uit het illegale circuit gehaald worden en dat kan het beste als de teelt ook gelegaliseerd wordt. Als vinger aan de pols treedt er een vergunningensysteem in werking. Schneiders heeft in zijn gemeente Haarlem een voorschot genomen op zo’n systeem waarbij met de Wet Bibob eerst wordt gekeken naar de integriteit van de coffeeshophouder.

Mocht deze niet brandschoon zijn, krijgt hij geen vergunning voor de coffeeshop. In Haarlem zijn er bij de proef acht van de zestien coffeeshophouders tegen de lamp gelopen. “Er zijn schattingen die zeggen dat 60 procent van de coffeeshops niet deugt, dat daar fout volk zit,” merkt Schneiders in het interview op. “Een van de eerste dingen die moet gebeuren is: jaag de criminaliteit die shops uit, zodat het een normale zaak wordt, als een café.”

Decriminalisatie van de branche is volgens de werkgroep van de VNG de sleutel tot een succesvol softdrugsbeleid. Daarnaast kan de overheid in het vergunningensysteem hoge eisen stellen aan zowel de productie als verkoop van softdrugs. De klant van de coffeeshop merkt het niet meteen. Het zou kunnen dat zijn vaste shop niet door de keuring heen komt. Maar bij een goedgekeurde shop kan hij gewoon aan wiet of hasj komen.

Wanneer er sprake is van georganiseerde en gereguleerde productie verdwijnt volgens de VNG de legitimatie voor illegaal geproduceerde cannabis.

Checkpoint Terneuzen - HP
Coffeeshop Checkpoint werd in 2009 op last van Justitie gesloten.

Hoe nu verder?
Het bestuur van de VNG gaat zich de komende maanden buigen over de aanbeveling van haar werkgroep. Er ligt in ieder geval een ambitieus plan op tafel. Een vergunningensysteem wordt volgens Schneiders en consorten gezien als de beste optie. “In elk geval stopt het gedoogbeleid en wordt een heldere positie voor lokale bestuurders gecreëerd,” valt te lezen in de conclusie van de werkgroep. Daarmee serveert ze meteen het huidige beleid af dat teveel haken en ogen kent, maar ook veel geld oplevert.

Tijdens de hoogtijdagen van Checkpoint heeft de gemeente Terneuzen – door bij de coffeeshop parkeergelden te heffen – ook zeker geprofiteerd van de handel in illegale geteelde producten, maar is het ook meegegaan in de vervolging van coffeeshophouder Meddy Willemsen. Door de hoge parkeerinkomsten heeft de gemeente jarenlang de grote voorraden en de handel in illegaal geteelde cannabis door de vingers gezien.

Het is slechts een voorbeeld van de constructie die het gedoogbeleid in stand houdt. Want hoe kunnen de legale coffeeshops hun klanten voorzien van producten zonder mee te gaan in de illegale teelt? Zonder de teelt is er een product, maar juist die teelt is onderwerp van discussie.

De conclusie van de werkgroep staat in scherp contrast met het beleid in de Tweede Kamer. Afgelopen mei hebben de volksvertegenwoordigers in Den Haag een motie van het CDA aangenomen waarin het kabinet wordt opgedragen gemeenten ‘geen enkele ruimte’ te geven voor gereguleerde wietteelt. Een hervorming van het gedoogbeleid zal dus pas op zijn vroegst na de verkiezingen van 2017 van start gaan. Tot dan zal de paradoxale waarheid van de Nederlandse joint in stand blijven.